Zes op tien willen vroeger stoppen, terwijl helft van werkgevers kampt met talenttekort
Belgische werknemers behoren tot de minst bereidwillige in Europa om na hun wettelijke pensioenleeftijd te blijven werken. Slechts 17% staat daarvoor open en België kent zo-samen met Spanje- de laagste score in Europa. Tegelijk geeft 61% aan liever vroeger te stoppen. Dat blijkt uit internationaal onderzoek van HR-dienstverlener SD Worx bij 5.936 HR-beslissers en 16.500 werknemers in 16 Europese landen, waarin zowel de houding van werknemers tegenover langer werken als de uitdagingen voor werkgevers in kaart worden gebracht. Bijna de helft van de Belgische werkgevers kampt vandaag met een tekort aan talent, terwijl ook andere studies erop wijzen dat het potentieel van oudere werkzoekenden op de arbeidsmarkt nog niet altijd ten volle wordt benut.
België verhoogde de wettelijke pensioenleeftijd naar 66 jaar (vanaf 2025) en 67 jaar (vanaf 2030). Daarnaast werd een systeem ingevoerd met een bonus voor wie langer werkt en een malus voor wie vroeger met pensioen gaat. De hervormingen in 2026 focussen op de verfijning van de bonus-malusregeling en op strengere loopbaanvoorwaarden, zodat de effectieve loopbaanduur zwaarder doorweegt en vervroegde uitstroom wordt beperkt.
Lage bereidheid om langer te werken
België scoort opvallend laag als het gaat om langer actief blijven op de arbeidsmarkt. Niet alleen is de wens om vóór de pensioenleeftijd te stoppen groot, ook in de praktijk verlaten Belgen vroeg het arbeidscircuit. Mannen stoppen gemiddeld op 62 jaar, vrouwen op 61 jaar1.
“België valt negatief op in Europa als het gaat om langer werken”, zegt Bart Pollentier, verantwoordelijke van het kenniscentrum bij SD Worx.
“Enerzijds leeft er een sterke wens om vroeger te stoppen, anderzijds zien we dat Belgen ook effectief vroeg uittreden. Tegelijk is de bereidheid om na de pensioenleeftijd nog actief te blijven zeer beperkt, terwijl werkgevers net kampen met krapte op de arbeidsmarkt. Bovendien wijzen andere studies erop dat het potentieel van oudere werkzoekenden op de arbeidsmarkt nog niet altijd ten volle wordt benut De vraag is hoe we die mentaliteit kunnen bijsturen, zowel vóór als na pensionering, zoals in sommige andere Europese landen.”
Grote verschillen tussen sectoren
De bereidheid om na de pensioenleeftijd te blijven werken verschilt sterk per sector:
• In ICT (36%) ligt die bereidheid het hoogst; het is zelfs dubbel zo hoog als gemiddeld (17%)
• Gevolgd door bouw en vastgoed (25%), handel (23%) en financiële diensten (22%)
• In de publieke sector ligt dit duidelijk lager (15%) dan in de privésector (20%)
Ook tussen mannen en vrouwen zijn er verschillen: 20% van de mannen wil na pensionering blijven werken, tegenover 15% van de vrouwen.
“Hoe mensen naar hun loopbaan en pensioen kijken, hangt sterk samen met de context waarin ze werken, zowel qua sector als qua aard van het werk”, aldus Bart Pollentier, verantwoordelijke van het kenniscentrum bij SD Worx. “Dat maakt duidelijk dat een uniforme aanpak niet volstaat en gerichte oplossingen nodig zijn.”
Sterke wens om vroeger te stoppen
Meer dan zes op tien Belgen (61%) willen stoppen vóór de wettelijke pensioenleeftijd. Die wens is het sterkst in:
- Productie en industrie (69%)
- Administratieve diensten (68%)
- Bouw en vastgoed (67%)
- Horeca (66%) en financiële diensten (66%)
- Publieke sector (64%)
Daartegenover staat de sector ICT, waar “slechts” 51% vroeger wil stoppen – het laagste aandeel. Ook in de gezondheidszorg ligt dit aandeel iets lager (58%), al spelen daar vaker gezondheidsredenen mee, net zoals bij wie vroeger wil stoppen in de Horeca.
Waarom willen Belgen vroeger stoppen?
De belangrijkste redenen zijn:
- Meer tijd voor privé en familie (63%)
- Gezondheid (53%)
- Andere levensdoelen (42%)
Opvallend: ondanks de wens om vroeger te stoppen, maakt ongeveer de helft zich zorgen over de financiële haalbaarheid van het pensioen. Vooral vrouwen en lager opgeleiden geven dit vaker aan.
Wens en realiteit liggen dicht bij elkaar
Belgische werknemers willen gemiddeld stoppen op 60,8 jaar.
- 18% mikt op stoppen vóór 60 jaar
- Meer dan twee derde wil vóór 65 stoppen
- Slechts 6% wil werken tot de wettelijke pensioenleeftijd
- 2,5% wil doorgaan tot 70 jaar of ouder
Die wensen liggen opvallend dicht bij de realiteit: Belgen verlaten effectief vroeg de arbeidsmarkt. In vergelijking met andere Europese landen, zoals Zweden, Nederland of Denemarken – waar de gemiddelde uittredeleeftijd rond 65 jaar ligt – scoort België bij de laagste van Europa.
Arbeidsmarkt onder druk
Deze pensioenverwachtingen vallen samen met een arbeidsmarkt die ook aan werkgeverszijde onder druk staat. Maar liefst 47% van de Belgische werkgevers ervaart een tekort aan talent. Dat tekort is het grootst in:
- Gezondheidszorg (61%)
- Retail (60%)
- Horeca (57%)
- Administratie en diensten (54%)

“Werknemers willen vroeger stoppen, terwijl werkgevers net mensen nodig hebben. Vandaag heeft slechts 55% van de 55- tot 66-jarigen een job. Er is een bredere maatschappelijke mentaliteitswijziging nodig om de tewerkstellingsgraad van deze groep te verhogen richting 64% tegen 2030 en 70% tegen 20501. Juist omdat werkgevers extra mensen nodig hebben, kunnen oudere werknemers een belangrijke troef zijn voor de personeelsplanning.”
Bart Pollentier, directeur van het kenniscentrum van SD Worx
“De combinatie van vroege uittrede en een beperkte bereidheid om langer te werken zet de arbeidsmarkt en de ambitie om de werkzaamheidsgraad op te trekken verder onder druk.”





