De gemiddelde financiële gemoedsrust van de Belg staat op het op één na laagste niveau sinds 2020. Dat blijkt uit de Financiële Gemoedsrustbarometer van verzekeraar NN. Enkel tijdens de energiecrisis van september 2022 was de Belg nog ongeruster over zijn financiën. Nochtans is de spaarbuffer van de Belgen niet gekrompen. Belgen hebben vandaag ongeveer evenveel spaargeld achter de hand als twee jaar geleden. Ze lijken dus vooral bezorgd over het effect van de aankomende besparingsronde, de hoge kosten van benzine en diesel, de inflatie en mogelijke dure verwarmingskosten deze winter op hun portemonnee.
De financiële gemoedsrust van de Belg staat op het op één na laagste punt sinds 2020. Dat blijkt uit de Financiële Gemoedsrustbarometer van verzekeraar NN, die halfjaarlijks peilt naar rekeningstress bij Belgen. De voorbije jaren schommelde de financiële gemoedsrust van de Belg telkens rond de 60 op 100, maar sinds begin 2025 gaat ze in dalende lijn. Vandaag zakt ze tot 57,3, bijna 3 punten lager. Enkel tijdens de energiecrisis van 2022 lag ze nog lager. Bovendien geeft meer dan een derde (36%) van de Belgen aan nu weinig financiële gemoedsrust (Index < 50) te hebben. In september 2024 was dat nog maar 27 procent.
Kopzorgen over besparingen
De financiële gemoedsrust daalt het hardst bij de bevolkingsgroepen die geraakt worden door recente besparingen, zoals de pensioenhervorming, de hervorming van de werkloosheidsuitkering en de centenindex:
- Vrouwen zakken in de laatste meting van 59,0 in september 2024 naar 54,7 nu. Vooral tussen afgelopen maart en nu zakte hun gemoedsrust sterk. Mogelijk zit de pensioenhervorming hier voor iets tussen. De pensioenmalus treft vooral wie minder gewerkte dagen heeft door deeltijds werk of loopbaanonderbrekingen. Volgens de Studiecommissie voor de Vergrijzing raakt de malus 49% van de vrouwelijke werknemers, tegenover 22% van de mannen.
- Ambtenaren dalen van 63,3 in september 2024 naar 57,7 nu. Verschillende maatregelen sinds het regeerakkoord hebben mogelijk een impact op hun portemonnee: de pensioenhervorming, de centenindex beperkt de indexering van hogere lonen en pensioenen.
- Niet-actieven zakken van 56,4 in september 2024 naar 49,4 nu, het laagste cijfer van alle groepen. Sinds 1 januari 2026 wordt de werkloosheidsuitkering in golven beperkt in de tijd. De RVA verwacht dat 194.000 mensen hun uitkering verliezen binnen anderhalf jaar. Bij hen gaat het niet meer om voorzorg: 44% noemt rondkomen vandaag een prioriteit.
- 50- tot 64-jarigen dalen in het laatste halfjaar van 59,5 naar 54,8. Voor hen wordt de pensioenhervorming plots concreet. Ook de 18 tot 34-jarigen dalen significant van 61,8 in september 2024 naar 57,3 in september 2026.
Gepensioneerden, die grotendeels gespaard blijven in de pensioenhervorming, behouden hun hoge financiële gemoedsrust (62,5). Bij de andere leeftijdscategorieën is het vertrouwen dat de overheid de pensioenen kan blijven uitbetalen laag. Bij 50- tot 64-jarigen zakt dat vertrouwen in één jaar van 28% naar 21%. De 35- tot 49-jarigen hebben het vertrouwen al grotendeels verloren: amper 10% gelooft nog dat de overheid zijn pensioen zal kunnen uitbetalen.
Colin Sanders, expert financiële gemoedsrust bij NN: “Als we de categorieën bekijken van respondenten bij wie de financiële gemoedsrust het sterkst daalt, dan zien we een duidelijke link met bevolkingsgroepen die de besparingen wellicht zullen voelen in hun portemonnee. Zo heeft de pensioenhervorming specifiek veel maatregelen richting ambtenarenpensioenen en bestraft ze deeltijds werken. Daarnaast zijn er ook nog andere redenen voor lage financiële gemoedsrust op dit moment: verwarmen dreigt deze winter opnieuw duur te worden en ook de inflatie loopt opnieuw op. In het verleden ging een sterke stijging van de inflatie telkens gepaard met een duidelijke daling van de financiële gemoedsrust.”

Ongerust over de kost die komt
Veel maatregelen gaan pas echt in vanaf 2027. Dat de ongerustheid toch nu al toeneemt, wijst op de onzekerheid die vandaag heerst over de impact op de persoonlijke portemonnee. Ook de inflatie en mogelijke dure energie deze winter zorgen mogelijk voor kopzorgen. De verhoudingen binnen de spaarbuffer van de Belg zijn de afgelopen twee jaar gelijk gebleven: 56% van de Belgen heeft in september 2026 een spaarreserve van 3 maanden of meer, evenveel als in maart 2026. De spaarreserve scheidt Belgen in twee werelden van financiële gemoedsrust. Wie 3 maanden of meer kan overbruggen, haalt 66,2 op de index in 2026; wie minder dan 3 maanden of geen reserve heeft, 44,4.
Colin Sanders, expert financiële gemoedsrust bij NN: “Belgen hebben vandaag niet minder geld opzij gezet dan twee jaar geleden, maar ze vertrouwen minder op wat de toekomst brengt. Vooral wie weet dat de hervormingen hem zullen raken, voelt die onzekerheid. Dat is begrijpelijk: wie niet weet hoe zijn pensioen of uitkering er straks uitziet, kan moeilijk plannen. Duidelijkheid en een eigen financiële buffer zijn dan de beste geruststelling.”





