Strengere kantoorverplichtingen kunnen werkgevers duur komen te staan. Dat blijkt uit het jaarlijkse Talent Trends-rapport van Michael Page, waarvoor 1100 Belgische professionals en hiring managers werden bevraagd. Bijna de helft van de hybride werknemers (49%) geeft aan sneller op zoek te gaan naar een andere job wanneer hun werkgever méér fysieke aanwezigheid zou eisen dan vandaag het geval is. Tegelijk toont het onderzoek dat de kantooropkomst in de praktijk al stijgt, een dynamiek die samenvalt met een verkrappende arbeidsmarkt.
Retentierisico is reëel: 49% van hybride werknemers zou sneller vertrekken
De cijfers laten weinig ruimte voor interpretatie: 49% van de hybride werknemers in België zegt dat een verplichting om vaker naar kantoor te komen hen meer geneigd zou maken om naar een andere job te zoeken. Dat is geen uitzonderlijk fenomeen: 52% van alle Belgische werknemers werkt vandaag in een hybride formule, deels op kantoor en deels thuis. Het cijfer onderstreept hoe gevoelig het evenwicht rond hybride werken is geworden.
Tegelijk toont het onderzoek hoe paradoxaal die situatie is. Waar een strengere terugkeer naar kantoor werknemers kan wegduwen, zijn het net flexibiliteit en work-life balance die hen vandaag tegenhouden om effectief de stap te zetten: 42% vreest dat ze daarop zouden inboeten bij een jobwissel. Veel werknemers staan dus open voor verandering wanneer hun flexibiliteit onder druk komt maar blijven voorlopig zitten waar ze zitten, omdat ze niet zeker zijn dat ze elders betere voorwaarden vinden.
Niet alleen het loon, maar ook het aantal kantoordagen wordt zo een doorslaggevende factor in retentie. “Simpelweg mensen terug naar kantoor halen herstelt niet automatisch engagement, samenwerking of bedrijfscultuur. Als teams hun betrokkenheid verliezen, zal fysieke aanwezigheid dat probleem niet oplossen – het kan frustraties zelfs versterken,” aldus Grégory Renardy.
Stilzwijgend wordt de praktijk heronderhandeld: een derde gaat al vaker naar kantoor
Ondanks het retentierisico tekent zich een omgekeerde beweging af. 32% van de hybride werknemers in België gaat vandaag al vaker naar kantoor dan een jaar geleden. De kantooropkomst stijgt dus al, niet altijd via een formeel beleid, maar door een geleidelijke normverschuiving.
Die dynamiek valt samen met een verkrappende arbeidsmarkt. Het tijdperk van uitsluitend kandidaat-gedreven recruitment is voorbij: werkgevers zijn selectiever geworden in hun aanwervingen en herwinnen stelselmatig terrein in de onderhandeling over arbeidsvoorwaarden. Volgens Michael Page is drie dagen per week op kantoor uitgegroeid tot het marktgemiddelde, dus eerder de norm dan de uitzondering.
Engagement, niet aanwezigheid: de echte uitdaging voor leiderschap
Volgens de Michael Page is 34% van de Belgische werknemers vandaag actief op zoek naar een nieuwe job, en nog eens 38% passief. In die context wordt elke beleidskeuze rond kantooraanwezigheid een signaal: van vertrouwen of wantrouwen. De kernvraag is dan ook niet hoeveel dagen werknemers op kantoor zijn, maar wat ze er komen doen.
Organisaties die erin slagen om aanwezigheid te verankeren in een overtuigende bedrijfscultuur, gestoeld op kennisdeling en informele samenwerking, onderscheiden zich. Wie kantoordagen simpelweg oplegt als controle-instrument, riskeert precies het talent te verliezen dat men wilde behouden.
“De meest succesvolle organisaties zijn transparant over waarom kantooraanwezigheid ertoe doet. Ze verbinden dat aan een sterk collectief verhaal en zijn bereid om mensen te laten gaan die dat verhaal niet omarmen, terwijl ze alles in het werk stellen om hun toptalent te behouden en opnieuw te engageren,” concludeert Grégory Renardy.





