Van mobiliteitsmaatregel naar loonvoordeel

Samenvatting

De fietsvergoeding wint verder aan populariteit in België en bereikt stilaan het statuut van een volwaardig extralegaal voordeel. Vooral Vlaanderen, grote ondernemingen en de zorgsector lopen voorop. Mannen en vrouwen maken even vaak gebruikmaken van de regeling. Voor HR vormt de fietsvergoeding steeds meer een hefboom voor duurzame mobiliteit, welzijn en aantrekkelijk werkgeverschap.

Fietsvergoeding wordt vaste waarde in het loonpakket

Het aandeel werknemers met een vaste arbeidsovereenkomst dat een fietsvergoeding ontvangt, steeg tot 7,97% in 2025, tegenover 7,35% in 2024. Over de eerste drie maanden van 2026 kwam dat aandeel uit op 7,22%. Dat blijkt uit de gegevens van Partena Professional van zo’n 150.000 werknemers bij 20.600 bedrijven. Concreet betekent dit dat bijna 8 op de 100 werknemers met een vast contract de fiets nemen naar het werk en daarvoor een vergoeding krijgen. De verschillen tussen regio’s, sectoren en bedrijfsgroottes zijn echter opvallend groot. “De fietsvergoeding is geen marginaal fenomeen meer, maar een structureel onderdeel van het verloningspakket geworden,” zegt Yves Stox, Managing Consultant bij Partena Professional.

Vlamingen trappen het hardst door

Het regionale verschil is uitgesproken. In het Vlaams Gewest ontving 15,23% van de werknemers met een vast contract een fietsvergoeding in 2025, dat is ruim 1 op de 7. In Brussel bleef dat steken op 4,17%, en in Wallonië op amper 2,24%, nauwelijks meer dan 1 op de 50. De kloof tussen noord en zuid is daarmee bijna zevenvoudig. Ook in het eerste kwartaal van 2026 houdt die voorsprong stand: Vlaanderen klokt af op 13,65%, tegenover 4,47% in Brussel en 1,89% in Wallonië.

“Dat Vlaanderen zo ver voorop loopt, heeft te maken met een combinatie van fietsinfrastructuur, kortere woon-werkafstanden en een fietscultuur die dieper geworteld zit,” zegt Stox. “Het zuiden van het land heeft op dat vlak nog een inhaalbeweging te maken en daar liggen kansen voor werkgevers die zich willen onderscheiden.”

Hoe groter het bedrijf, hoe meer fietsers

De bedrijfsgrootte speelt een duidelijke rol. Bij de grootste ondernemingen (250+ werknemers) kreeg 9,24% van het personeel een fietsvergoeding in 2025, tegenover slechts 5,41% bij de micro-ondernemingen met minder dan tien werknemers, een verschil van bijna 4 procentpunten. Ook de bedrijven met 50 tot 249 werknemers scoren met 7,66% sterk. Begin 2026 blijft het patroon overeind: 8,46% bij de grootste werkgevers tegenover 5,04% bij de micro-ondernemingen.

Stox 1 1 min

“Grote werkgevers hebben vaker een uitgewerkt mobiliteitsbeleid en de administratieve slagkracht om zo’n vergoeding aan te bieden. Voor kleinere ondernemingen blijft de drempel hoger, terwijl net daar nog veel potentieel zit.”

Yves Stox (Partena Professional)

Mannen en vrouwen fietsen even graag

Waar veel arbeidsmarktcijfers een genderkloof tonen, is die hier nagenoeg afwezig. In 2025 ontving 8,05% van de vrouwen een fietsvergoeding tegenover 7,91% van de mannen. Die gelijkheid zet zich door in 2026, met 7,28% bij de vrouwen en 7,18% bij de mannen. “De fiets als woon-werkoplossing kent geen geslacht,” aldus Stox. “Dat is een verfrissende vaststelling in een arbeidsmarkt waar verschillen tussen mannen en vrouwen vaak de regel zijn.”

Ziekenhuizen en apotheken op kop

Een blik op de paritaire comités leert dat vooral de zorg- en gezondheidssectoren de toon zetten. Koploper is PC 330.01 (ziekenhuizen en psychiatrische verzorgingstehuizen), waar in 2025 maar liefst 20,74% van de werknemers een fietsvergoeding kreeg. Dat is meer dan 1 op de 5, en in het eerste kwartaal van 2026 was dat nog steeds 17,87%. Ook de scheikundige nijverheid (PC 116.00), de erkende ondernemingen voor buurtwerk (PC 322.01), de apotheken en tarificatiediensten (PC 313.00) en de bedienden uit de internationale handel en het vervoer (PC 226.00) behoren tot de fietsende voorhoede.

Zestigplussers laten de fiets vaker staan

Over de leeftijdsgroepen heen zijn de verschillen klein, met één uitzondering. De zestigplussers blijven duidelijk achter: in 2025 kreeg 5,73% van hen een fietsvergoeding, tegenover 9,26% bij de dertigers (30-34 jaar), de meest fietsende leeftijdsgroep. Begin 2026 tekent zich hetzelfde beeld af, met 5,32% bij de zestigplussers tegenover 7,95% bij de dertigers.

“Dat oudere werknemers minder vaak voor de fiets kiezen, is op zich niet verrassend. Toch blijft ook hier ruimte voor groei, zeker met de opmars van de elektrische fiets”, merkt Stox op.

Een laatste kanttekening bij die lichtjes lagere cijfers voor 2026. “Dat is een seizoenseffect,” nuanceert Stox. “De cijfers van 2026 beslaan enkel de eerste drie maanden, de koudste van het jaar. Hoe warmer het weer, hoe meer mensen de fiets nemen. Tegen de zomer verwachten we opnieuw een stijging.”

Schrijf je in op de wekelijkse HR-nieuwsbrief

Ook interessant

LEES MEER

Schrijf je in op de #ZigZagHR-Nieuwsbrief

  • Iedere dinsdagochtend om 8u00 in jouw mailbox
  • Ideeën, inspiratie, best & next practices over (de toekomst van) HR
  • Waarmee jij aan de slag kan in jouw organisatie of HR team