De Belgische private werkgelegenheid blijft op jaarbasis vrijwel stabiel. Groei in de diensten compenseert het banenverlies in industrie en bouw net niet.
De Belgische private sector telt in het derde kwartaal van 2026 naar schatting 6.400 jobs meer dan drie maanden eerder. Die seizoensgebonden groei blijft wel kleiner dan in het derde kwartaal van 2025 (+7.800) en 2024 (+15.000). Op jaarbasis blijft de private werkgelegenheid vrijwel stabiel, met ongeveer 300 jobs minder dan een jaar geleden. Zonder de groei in de deels gesubsidieerde gezondheidszorg loopt het verlies evenwel op tot circa 3.500 jobs. De diensten blijven de groeimotor (+12.500 jobs), maar compenseren het aanhoudende verlies in industrie en bouw (-13.000) net niet. Dat blijkt uit de nieuwste Arbeidsbarometer van hr-dienstverlener SD Worx, in samenwerking met Ortelius (Econopolis).
De Arbeidsbarometer brengt de structurele tewerkstelling in de Belgische private sector in kaart op basis van actuele loondata van meer dan één miljoen werknemers bij 37.000 werkgevers. De analyse focust op jobs van minstens dertig dagen en houdt geen rekening met flexi-jobs, studenten- of uitzendarbeid.
Diensten blijven de motor van de jobgroei
De private dienstensector blijft de sterkhouder van de Belgische jobgroei. In vergelijking met het vorige kwartaal komen er ongeveer 8.000 jobs bij. De grootste stijgingen zijn zichtbaar in cultuur, sport en recreatie, de vrije beroepen en wetenschappelijke activiteiten, en informatie en communicatie. De groot- en detailhandel is de enige dienstensector die dit kwartaal een duidelijke daling laat optekenen.
Ook op jaarbasis blijft het beeld eind september positief. De dienstensector telt 12.500 jobs meer dan in het derde kwartaal van 2025. De ondersteunende en overige diensten, de horeca en de gezondheidszorg tekenen de sterkste groei op. De gezondheidszorg alleen is goed voor ongeveer 3.200 bijkomende jobs, of een kwart van de totale jaarlijkse jobgroei binnen de diensten.
De groot- en detailhandel blijft daarentegen achter, met 3.400 jobs minder dan een jaar geleden. In de sector informatie en communicatie zijn er voorzichtige tekenen van beterschap: na het banenverlies begin dit jaar is de werkgelegenheid op jaarbasis opnieuw gestabiliseerd. Het is evenwel nog te vroeg om van een structureel herstel te spreken.
“Eind september houdt de Belgische private werkgelegenheid maar nipt stand door twee tegengestelde trends. De diensten blijven jobs creëren, terwijl industrie en bouw samen opnieuw 13.000 jobs verliezen. Zonder de groei in de -deels gesubsidieerde-gezondheidszorg zou de private sector dit kwartaal ongeveer 3.500 jobs minder tellen dan een jaar geleden”, duidt Bart Pollentier, Director Legal Knowledge Center bij SD Worx.
Nog geen kentering voor industrie en bouw
In de industrie en de bouw zet het banenverlies zich voort. Beide sectoren verliezen in het derde kwartaal samen ongeveer 1.600 jobs tegenover drie maanden eerder. De voorzichtige stabilisatie van begin 2026 blijkt daarmee van korte duur.
Ten opzichte van september 2025 verdwijnen opnieuw ongeveer 13.000 jobs. Het grootste verlies situeert zich in de maakindustrie, waar het aantal jobs met ongeveer 8.100 daalt. De bouw telt 3.400 jobs minder en in de sectoren delfstoffen, energieproductie en waterwinning verdwijnen samen ongeveer 1.500 jobs.
De gegevens van de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg, die tot eind september beschikbaar zijn, bevestigen deze trend op basis van de effectief gemelde ontslagen. Er moet worden opgemerkt dat het overzicht in deze Arbeidsbarometer nog geen rekening houdt met de jobs die verloren gaan door de recentste collectieve ontslagen. Dit zou de daling in de industrie de komende kwartalen nog verder kunnen versterken.
Middelgrote ondernemingen groeien, grote werkgevers verliezen jobs
De evolutie verschilt ook sterk naargelang de bedrijfsgrootte. In het derde kwartaal komen er jobs bij in middelgrote en grote ondernemingen, terwijl kleine ondernemingen ten opzichte van het vorige kwartaal werkgelegenheid verliezen.
Op jaarbasis zijn het vooral de middelgrote ondernemingen met 50 tot 199 werknemers die groeien. Zij tellen ongeveer 3.400 jobs meer dan een jaar geleden. Bij grote ondernemingen met minstens 200 werknemers verdwijnen daarentegen ongeveer 3.400 jobs. Dat hangt onder meer samen met hun grotere aanwezigheid in de industrie, waar herstructureringen het voorbije jaar zwaar doorwogen. Bij kleine ondernemingen blijft de werkgelegenheid op jaarbasis nagenoeg stabiel.
Vlaanderen groeit licht, Wallonië verliest terrein
Regionaal situeert de kwartaalgroei zich vooral in Vlaanderen, waar er ongeveer 7.000 jobs bijkomen tegenover het tweede kwartaal. In Wallonië blijft de werkgelegenheid nagenoeg stabiel, terwijl Brussel een lichte daling van ongeveer 400 jobs optekent.
Op jaarbasis tellen Vlaanderen en Brussel respectievelijk ongeveer 800 en 700 jobs meer. Voor Vlaanderen is dit het tweede opeenvolgende kwartaal met een positieve jaar-op-jaarevolutie, na een langere periode van daling. Wallonië telt daarentegen ongeveer 1.900 jobs minder dan in het derde kwartaal van 2025.
“Achter de vrijwel stabiele private werkgelegenheid gaan duidelijke verschillen schuil. Middelgrote ondernemingen creëren jobs, terwijl grote werkgevers jobs verliezen. Ook regionaal loopt de evolutie uiteen: Vlaanderen en Brussel groeien opnieuw voorzichtig, maar Wallonië verliest jobs. De arbeidsmarkt houdt voorlopig stand, maar van een breed gedragen herstel is nog geen sprake. Hoge energiekosten, internationale concurrentie en de Belgische loonkostenhandicap blijven wegen op de competitiviteit van industriële ondernemingen”, Annelore Van Hecke, hoofdeconoom bij Ortelius.
===
Over de methodologie
De SD Worx Arbeidsbarometer is gebaseerd op actuele loondata van meer dan één miljoen werknemers en 37.000 werkgevers in België. Met een marktaandeel van gemiddeld 30% van de werknemers in de private sector, exclusief de landbouwsector, vormt dit een unieke bron voor inzichten in de dynamiek van de Belgische tewerkstelling in de private sector. SD Worx heeft een sterke aanwezigheid in alle segmenten van de economie, gaande van kmo’s tot grote werkgevers. Deze immense databron vormt zo een unieke afspiegeling, zeker m.b.t. middelgrote en grote ondernemingen, evenals bij bedrijven in Vlaanderen en Brussel. Onze analyse corrigeert voor verschillen in werkgeverssamenstelling (o.a. naar regio, omvang en sector) om de resultaten betrouwbaar te maken voor de gehele Belgische arbeidsmarkt.
Op basis van deze data gebeurt de analyse van de kwartaalgroei van het aantal jobs in de private sector opgesplitst naar sector en regio. Via een speciaal ontwikkeld econometrisch model berekenen we een tijdreeks van groeistatistieken, gekalibreerd op de nationale statistieken. Vervolgens passen we deze groeicijfers toe op de meest recente beschikbare cijfers. Op die manier bouwen we een eigen SD-Worx reeks of voorspellende arbeidsbarometer.
Omdat deze tijdreeks vertrekt van een steekproef kunnen er verschillen zijn met de officiële statistieken. De arbeidsbarometer maakt een accurate voorspelling van de onderliggende dynamiek, zoals jobgroei of -verlies, door de nauwe aansluiting bij de evolutie van de nationale statistieken.
De analyse heeft betrekking op structurele tewerkstelling (jobs met een duurtijd van minstens 30 dagen). Flexi-jobs, studentenarbeid en uitzendarbeid worden niet meegenomen in de cijfers. We rapporteren op basis van werkelijke observaties, waardoor kwartaalfluctuaties deels beïnvloed kunnen zijn door seizoenspatronen. We baseren ons per kwartaal op 95% van de finale data van SD Worx, aangezien werkgevers nog beperkte wijzigingen kunnen doorvoeren na het einde van het kwartaal.





