Bijna acht op de tien werknemers in ons land staan open voor een andere job. Een op de drie werknemers zou vandaag zelfs sneller van job veranderen dan dat ze een jaar geleden zouden gedaan hebben. Dat is een record, en best opvallend gezien de economische onzekerheid. De afname van de arbeidskrapte dwingt werknemers wel tot realisme: minder dan een op de drie werkende Belgen verwacht snel (binnen de drie maanden) een andere job te vinden. Een kwart denkt daar zelfs pas binnen minstens een jaar in te slagen. Dat blijkt allemaal uit een jaarlijks onderzoek van Acerta en Stepstone naar de jobverwachtingen van meer dan 1000 Belgen.
In tijden van economische onzekerheid valt het des te meer op: voor veel werknemers lijkt het gras bij een andere werkgever groener. Liefst 78,6% van de werknemers zoekt vandaag actief naar een andere job of staat alleszins open voor nieuwe jobaanbiedingen. Slechts één op de vijf werknemers houdt momenteel zijn/haar ogen en oren niet open voor andere jobs. Een op de drie werknemers (34,7%) zou vandaag bovendien sneller van job veranderen dan een jaar geleden. Dat cijfer lag de voorbije negen jaar nooit hoger. Vorig jaar bedroeg het bijvoorbeeld 28,6%, twee jaar geleden nog 26,6%. Bijna een op de drie onder hen (28,9%) overweegt het komende jaar van sector te veranderen. Iets meer dan een op de vijf (22,4%) wil de komende twaalf maanden zelfs tot een heuse carrièreswitch overgaan. Daarnaast wil 7,9% zelfstandige worden én 8% opnieuw gaan studeren.
Jonge medewerkers overwegen vandaag de dag trouwens vaker een volledige carrièreswitch. Bij werknemers van 30 jaar of jonger gaat het om 29,4% tegenover 24,7% bij 31- tot 50-jarigen en 15,2% bij 50-plussers. Werknemers van 30 jaar of jonger overwegen ook meer een toekomst als zelfstandige (13,5% tegenover 9,1% bij 31- tot 50-jarigen en 2,7% bij 50-plussers). Ze willen ook vaker opnieuw studeren (16,6%) vergeleken met oudere werknemers (7,6% bij 30- tot 50-jarigen, 3,5% bij 50-plussers).
Nora Van Den Eynden, expert loopbaantransities bij Acerta: “Werknemers willen vooral van werk veranderen omdat ze vinden dat ze onvoldoende uitdaging of ontwikkelingskansen (42,6%) ervaren bij hun werkgever, zo blijkt uit ons onderzoek. Voor anderen liggen de persoonlijke waarden en normen niet meer in lijn met de huidige bedrijfscultuur (34,7%). Of de werknemers zijn niet tevreden over hun verloning (31,1%). Daarmee beschikken werkgevers ook meteen over hefbomen waarmee ze het vertrek van werknemers kunnen tegengaan. Denk aan: aantrekkelijke verloning samenstellen en opleidingen aanbieden, maar ook waarden en normen tot uiting brengen, daar openlijk over communiceren én geregeld aftoetsen of iedereen er zich nog in kan vinden.”
Nog opvallend: jongere werknemers verwijzen vaker naar hun huidige verloning als motief om een jobwissel te overwegen. Dat geldt voor 39% van de jongste werknemers (30 jaar of jonger), tegenover 32,2% van de 30- tot 50-jarigen en 25,1% van de 50-plussers.
Zoektocht wel langer ingeschat dan voorheen
Het aantal werknemers dat een andere job zoekt of ervoor openstaat, neemt dus toe. Werknemers zouden vandaag ook sneller van job veranderen. Maar slechts een op de drie (33,1%) verwacht binnen de drie maanden een andere job te vinden. Bijna een kwart (22,4%) denkt zelfs pas binnen minstens een jaar een andere job te hebben. In 2025 schatte nog maar 14,8% de zoektocht zo lang in.
Jongere werknemers (30 jaar of jonger) schatten hun kansen op de arbeidsmarkt duidelijk hoger in. Zo denkt 44,5% van hen binnen één tot drie maanden een nieuwe job te vinden. Bij de 31- tot 50-jarigen bedraagt dit aandeel 34,0%, tegenover 26,3% bij de 50-plussers.
Nora Van Den Eynden: “De krapte op de arbeidsmarkt is dan ook minder groot dan voorheen, waardoor de zoektocht langer duurt. Daaraan liggen allerlei redenen ten grondslag. Denk maar aan het moeilijke industriële klimaat met de sterke concurrentie uit China. Maar ook de globale politieke instabiliteit (Iran) en de wispelturige heffingspolitiek van de VS, die de economische groei beperken en de werkgevers een onzeker perspectief bezorgen. En dan is er natuurlijk ook de opkomst van artificiële intelligentie die heel wat taken overneemt. Het komt er als werkgever en werknemer op aan AI niet te negeren, maar erop te anticiperen met de juiste AI-opleidingen gestoeld op onderzoek.”





