In een tijdperk waarin veranderingen elkaar snel opvolgen, kijkt iedereen maximaal vier jaar vooruit. In onze interviewreeks ‘De toekomstkoffer’ nodigen we CHRO’s daarom uit om op langere termijn te denken. Want de keuzes die zij vandaag (niet) maken, bepalen (grotendeels) mee de toekomst van werk en HR. We stellen hen voor een uniek scenario: ze krijgen de kans om een toekomstkoffer samen te stellen die pas over 20 jaar geopend zal worden. Deze koffer bevat 5 voorwerpen die hun visie en nalatenschap als HR-leiders weerspiegelen: het belangrijkste HR-thema dat de komende 20 jaar volgens hen aan belang zal winnen; een persoonlijke boodschap; een symbool van hun bedrijfscultuur; een persoonlijk item en een HR trend die volgens hen in 2046 nog steeds relevant zal zijn.
Deze keer kijk je mee wat in toekomstkoffer zit van Lisbeth Decneut, CHRO bij imec, een organisatie die wereldwijd bekendstaat om haar technologische innovatie. Lisbeth haar blik op de toekomst van werk en HR vertrekt vanuit een brede visie op hoe mensen, teams en organisaties samen functioneren. Tijdens ons gesprek springt ze moeiteloos van organisatiekunde naar zwemmen in de Middellandse Zee, van AI naar een rode telefoon en van frontline medewerkers naar een trompet die in 2046 zeker opnieuw bovengehaald zal worden…
“HR werkt altijd op drie niveaus tegelijk”
Wanneer ik haar vraag welk HR-thema absoluut in haar toekomstkoffer thuishoort, kiest ze voor het strategische programma dat ze bijna negen jaar geleden mee vorm gaf binnen imec: Smart Workforce, Smart Workplace. Voor Lisbeth gaat HR nooit alleen over het individu. Ze kijkt altijd tegelijk naar drie niveaus: het individu, het team en de organisatie. “Op individueel niveau weten we ondertussen al veel,” vertelt ze. “Rond teams bestaan ook heel wat modellen. Maar op organisatieniveau staan we eigenlijk nog maar aan het begin.”
Daarom ligt haar focus vandaag bewust sterker op dat derde niveau. Hoe ontwerp je organisaties? Hoe organiseer je samenwerking? Hoe richt je werk in op een manier die duurzaam, slim én toekomstbestendig is? Binnen imec vertaalde zich dat jaren geleden al in keuzes die toen behoorlijk vooruitstrevend waren: activity based working, structureel thuiswerk, gedeelde werkplekken en minder gebouwen voorzien. “We hebben toen ook bewust het idee losgelaten dat je belangrijker bent naarmate je kantoor meer ramen telt,” zegt ze lachend. Maar achter die keuzes zat meer dan flexibiliteit alleen. Het ging ook over duurzaamheid, ruimtegebruik en internationale samenwerking. Volgens Lisbeth had imec nooit zo internationaal kunnen groeien zonder die manier van werken.
“Ik hoop dat HR in 2046 serieuzer genomen wordt”
Lisbeth hoopt dat HR tegen 2046 dezelfde vanzelfsprekende erkenning krijgt als domeinen zoals finance of legal. Want volgens haar blijft HR vandaag nog te vaak een vakgebied waarvan mensen denken dat iedereen er wel iets over kan zeggen. “HR is eigenlijk nog een jonge wetenschap,” zegt ze. “En dat voel je.”
Volgens haar ontbreekt er vandaag nog te vaak een stevige, breed gedragen onderbouw voor het vak. Zeker op organisatieniveau. Te veel modellen worden tegelijk massaal gebruikt én even snel weer afgebroken. “Binnen twintig jaar hoop ik dat we veel sterker kunnen steunen op onderbouwde inzichten. Dat HR niet voortdurend zijn bestaansrecht moet uitleggen.”
En waarschijnlijk zal HR tegen dan ook geen HR meer heten. “Ik denk eerlijk gezegd dat de naam HR zal verdwijnen,” zegt ze. “Niet het vakgebied, wel de term. Omdat die de breedte van het domein niet meer dekt.”
People & organisation, organisation design, people & culture… volgens haar zoeken organisaties vandaag al naar woorden die beter vatten hoe breed en complex het vak geworden is.
De toren van imec
Wanneer het gesprek richting cultuur gaat, kiest Lisbeth niet voor een slogan, een waarde of een intern symbool. Ze kiest voor de imec-toren in Leuven. “Die toren zegt eigenlijk veel over wie imec is. Eigenzinnig. Ambitieus. Zichtbaar. Maar tegelijk ook een beetje hermetisch.”
“Niet ontoegankelijk op een negatieve manier,” nuanceert ze meteen. “Maar er hangt wel iets rond van: wat gebeurt daarbinnen precies?”
Ze vindt het fascinerend hoe gebouwen en architectuur onbewust iets vertellen over organisaties. Volgens haar symboliseert de toren perfect hoe imec jarenlang vooral gefocust was op inhoud, expertise en technologische excellentie. Tegelijk voelt ze dat de organisatie aan een nieuwe fase begonnen is. Het toekomstige gebouw van imec zal volgens haar veel meer openheid en verbinding uitstralen. Meer samenwerking met Vlaanderen, met universiteiten, met start-ups en met de bredere samenleving. “We hebben hier zoveel kennis en talent samen zitten. De volgende stap is nog meer connecteren.”
Een rode telefoon, een badpak en een trompet
Op mijn vraag welk persoonlijk voorwerp iets vertelt over wie ze is als leider, kan ze niet kiezen. Uiteindelijk worden het er drie. Eerst: een klassieke rode telefoon, omdat die voor haar symbool staat voor hoe ze in relaties en samenwerking staat. “Bel iemand gewoon op als er een probleem is.” Niet naast elkaar werken. Niet over elkaar spreken. Geen eindeloze meetings inplannen voor iets wat op vijf minuten opgelost kan worden. Mensen die met haar samenwerken, weten volgens haar ondertussen ook dat ze dingen meteen benoemt. Als iets wringt, zegt ze het. Als ze iets niet begrijpt, vraagt ze het. “En daarna staat er soms een broodje klaar,” zegt ze lachend. “Van kijk, sorry, dat was niet zo bedoeld.” Het typeert hoe ze naar leiderschap kijkt: direct, bereikbaar en zonder ivoren toren.
Dan is er het badpak. Ze neemt het overal mee naartoe. Naar hotels, seminaries, buitenlandse trips… waar mogelijk gaat ze zwemmen. “Zwemmen is voor mij alles even loslaten.” Ze vertelt hoe ze haar mama op jonge leeftijd verloor en hoe de zee voor haar altijd verbonden gebleven is met nabijheid, rust en troost. “Als ik in zee zwem, voel ik me dicht bij haar.” Zwemmen staat voor haar tegelijk ook voor veerkracht. Relativeren. Blijven bewegen. Niet verdrinken in drukte of problemen. “Alles is oplosbaar,” zegt ze. “Dat gevoel krijg ik daar.”
En dan is er nog de trompet. Lisbeth speelde in haar jeugd trompet, tot werk het overnam van hobby’s en vrije tijd. Maar ergens onderweg is die droom nooit verdwenen. “Ik ga later een trompetspelende grootmoeder worden.” Ze blikt vooruit naar 2046. Met muziek. Met zeezicht. Met kinderen en kleinkinderen over de vloer. En met genoeg tijd om opnieuw dingen te doen waar vroeger geen ruimte voor was.
“Ik maak me zorgen over frontline versus elitewerkers”
Lisbeth gelooft absoluut in technologie en in de mogelijkheden van AI. Maar ze maakt zich tegelijk grote zorgen over de maatschappelijke impact ervan. Vooral over de kloof tussen mensen die mee kunnen versnellen en mensen die dreigen achter te blijven. “Er gaat heel veel aandacht naar de mensen die zichzelf kunnen omvormen tot de zogenaamde superworkers,” zegt ze. “Maar wat met de anderen?”
Ze verwijst naar frontline medewerkers: mensen in cleanrooms, aan het onthaal, in catering of schoonmaak. Jobs die essentieel blijven, maar die zelden de meeste aandacht krijgen. “Die mensen mogen we niet uit de boot laten vallen.”
Volgens haar schuilt daar het echte risico van technologische versnelling: het gevoel bij sommige mensen dat ze minder meetellen. Daarom ziet ze HR (of hoe het vakgebied later ook zal heten) breder dan alleen bedrijfsdoelstellingen.
“We hebben ook een maatschappelijke verantwoordelijkheid.”
Dat sociale bewustzijn loopt als een rode draad door het gesprek. Wanneer ik haar vraag welke impact ze hoopt nagelaten te hebben tegen 2046, begint ze niet over systemen, programma’s of strategische projecten. Ze heeft het opnieuw over mensen samenbrengen. Over verbinding creëren tussen domeinen, perspectieven en groepen die normaal naast elkaar leven. “Doe het samen,” zegt ze. “Werk vanuit een gedeeld doel.”
Volgens haar ontstaat echte vooruitgang zelden vanuit silo’s of individuele excellentie alleen. Wel vanuit samenwerking en gedeeld eigenaarschap. Alles draait uiteindelijk rond mensen die zich gezien, betrokken en verbonden voelen.





