De thermostaat verlagen op kantoor: een goed idee?

In de strijd tegen de hoge energieprijzen besliste de overheid om de thermostaat in alle federale overheidsgebouwen te verlagen tot 19°C. Veel bedrijven voelen zich aangesproken om hetzelfde te doen en dat zorgt vaak voor debat, tot zelfs op directieniveau. Is het een goed idee om de temperatuur zo laag mogelijk te zetten? En bestaat er een ideale werktemperatuur? Liantis-expert Roger Collier geeft de nodige duiding.

Energie besparen is de boodschap

De energiefactuur? Niet alleen gezinnen, maar ook bedrijfsleiders liggen ervan wakker. En ook de overheid zoekt naar manieren om te besparen. Door de temperatuur in federale overheidsgebouwen te verlagen tot 19°C hoopt onze regering iedereen aan te sporen om minder energie te verbruiken. De gemiddelde temperatuur in overheidsgebouwen bedraagt nu 20 à 21°C. De thermostaat een graad lager zetten, heeft al een enorme impact op de rekening, zo luidt de redenering.

Ook in verschillende organisaties en bedrijven wordt gedebatteerd over de temperatuur op kantoor. Natuurlijk is iedereen op zoek naar de juiste balans tussen energie besparen én ervoor zorgen dat mensen comfortabel aan de slag kunnen blijven.

Wat zegt de welzijnswetgeving?

Kan je wel comfortabel werken bij 19°C? De wetgeving omschrijft minimum- en maximumtemperaturen naargelang van de zwaarte van het werk, maar verwijst voor de comfortwaarden naar de ISO 7730-norm. Die norm beschrijft de ergonomie van de thermische omgeving en bepaalt de grenswaarden waarbinnen mensen comfortabel kunnen werken. Om die thermische behaaglijkheid te berekenen, spelen zowel het globale, als het plaatselijke thermische comfort een rol.

Globaal comfort

Voor het globale comfort zijn er twee belangrijke parameters:

  • De PMV (predicted mean vote) drukt de temperatuurbeleving uit voor een grote groep personen. Dat gebeurt op een zevenpuntenschaal van koud tot heet, waarbij 0 (neutraal) de ideale score is.
  • De PPD (predicted percentage dissatisfied) is een maat voor comfort. Deze parameter kijkt niet naar het gemiddelde van de groep, maar naar het percentage mensen dat zich niet comfortabel voelt bij de temperatuur. Door individuele verschillen is het onmogelijk om een thermische omgeving te creëren die iedereen tevreden stemt. We spreken van een acceptabel comfortniveau als minder dan 10% van de mensen een thermisch onbehagen ervaart.

Lokaal discomfort

Thermische behaaglijkheid slaat trouwens niet enkel op het hele lichaam, maar geldt ook voor een specifiek lichaamsdeel: lokaal discomfort. Vooral beeldschermwerkers zijn hier gevoelig voor. Denk maar aan tocht in je nek of een koude vloer.

De ideale temperatuur bestaat niet

Een grenswaarde waarbij iedereen zich comfortabel voelt, bestaat eenvoudigweg niet. Bovendien draait thermisch comfort om veel meer dan de temperatuur. Factoren als tocht, vochtigheid, kledij, type activiteit,… spelen ook een belangrijke rol.

Dat weet ook preventieadviseur arbeidshygiëne bij Liantis, Roger Collier: “Idealiter ligt de temperatuur in de zomer tussen 22 en 26°C, in de winter tussen 20 en 24°C. Maar niet alleen de temperatuur is van belang. Als je in een oud gebouw met veel tocht werkt, mag de radiator nog 24°C aangeven, het zal toch oncomfortabel aanvoelen. Op dezelfde manier is 19°C in de ene situatie perfect doenbaar, maar in een andere omgeving te koud.”

Hoe pak je dit aan op de werkvloer?

“Het is dus zeker niet verboden om de temperatuur op 19°C te zetten”, vervolgt Roger Collier.

“Maar het is wel belangrijk om eerst een risicoanalyse te doen. Zo ga je na of de nadelen van je besparingsmaatregel niet opwegen tegen de voordelen. Wat daarbij altijd vooropstaat, is de gezondheid van de werknemers. Als werkgever moet je sowieso voor een veilige en gezonde werkplek zorgen.

Nieuwe vorm tijdelijke werkloosheid

Voor veel bedrijven en organisaties zorgen de energiekosten ervoor dat ze tijdelijk minder mensen kunnen tewerkstellen. Op vrijdag 30 september keurde de regering daarom de nieuwe vorm van tijdelijke economische werkloosheid energie definitief goed.

Om het systeem te kunnen inroepen, moet ofwel de aankoop van energieproducten (wat ruimer is dan aardgas en elektriciteit) minstens 3% van de toegevoegde waarde van het bedrijf uitmaken voor 2021. Ofwel moeten werkgevers kunnen aantonen dat de definitieve energierekening voor het trimester voorafgaand aan het trimester waarin ze gebruik maken van de tijdelijke werkloosheid energie, verdubbeld is ten opzichte van hetzelfde trimester van het voorafgaande jaar.

Organisaties kunnen deze nieuwe vorm van tijdelijke werkloosheid voorlopig toepassen tot en met 31 december 2022.

Deel via Facebook
Deel via Twitter
Deel via LinkedIn
Opslaan in Pocket
Deel via WhatsApp
Verstuur per e-mail

Schrijf je in op de #ZigZagHR-nieuwsbrief

Jouw verhaal lanceren bij #ZigZagHR?

Bespreek met ons de opties om jouw branded content op onze site te zetten.

Waarom abonneren

  • Verdiep jouw HR-kennis & verbreed jouw blik op de wereld
  • Iedere maand een HR thema in de kijker
  • Online toegang tot het HR archief
Aanrader

© 2022 Alle rechten voorbehouden. Website gemaakt door Kreatix. In opdracht van LICEU BVBA

#ZigZagHR