Steeds meer Franse werknemers vinden hun weg naar Belgische werkgevers. Tegelijk werken ruim 85.500 Belgen over de grens. Grensregio’s functioneren daardoor steeds meer als één arbeidsmarkt. Voor HR biedt dat een grotere vijver om talent te vinden, maar hybride werken maakt grensarbeid ook complexer. Want zodra een grensarbeider thuiswerkt, kunnen sociale zekerheid, fiscaliteit en payroll mee de grens oversteken.
Bijna 40.000 Fransen werken vandaag in België
De landsgrens is steeds minder een grens voor de arbeidsmarkt. Dat blijkt uit een nieuwe analyse van SD Worx, op basis van de meest recente cijfers van het RIZIV over grensarbeid. Midden 2025 werkten ruim 85.500 Belgen in een van onze vier buurlanden. Omgekeerd kwamen 51.867 werknemers uit Frankrijk, Nederland, Duitsland en Luxemburg naar België om hier te werken.
Vooral de Franse instroom springt eruit. Bijna 40.000 Fransen werken ondertussen in België. Daarmee vertegenwoordigen ze 77% van alle werknemers uit de buurlanden die hier aan de slag zijn. Hun aantal blijft bovendien stijgen. Vooral Henegouwen en Namen trekken veel Franse werknemers aan: samen zijn ze goed voor 71% van de Franse grensarbeiders.
Bij de Belgen die in het buitenland werken, blijft Luxemburg met 48.601 werknemers veruit de belangrijkste bestemming. Nederland volgt met 21.593 Belgische werknemers. In totaal daalde het aantal uitgaande Belgische grensarbeiders tegenover een jaar eerder licht met 0,6%.
De cijfers bevestigen in ieder geval een evolutie die SD Worx ook vorig jaar al vaststelde: de grensarbeid met Frankrijk en Luxemburg blijft belangrijk, terwijl vooral het verkeer tussen België en Nederland de voorbije jaren afnam.
Grensregio’s worden steeds meer één arbeidsmarkt
Werkgevers die moeilijk vacatures ingevuld krijgen, hoeven hun zoektocht naar talent dus niet noodzakelijk aan de landsgrens te stoppen. Zeker in grensregio’s wordt de potentiële arbeidsmarkt daardoor aanzienlijk groter.

“Grensarbeid blijft voor beide kanten van de grens belangrijk. Belgische werkgevers vinden via grensarbeiders bijkomend talent, terwijl heel wat Belgen over de grens opportuniteiten vinden die beter aansluiten bij hun job, loonpakket of loopbaanambities.”
Jo Lavrysen, Consultant bij SD Worx.
“De cijfers tonen dat grensregio’s steeds meer functioneren als één arbeidsmarkt, waarbij werknemers en werkgevers verder kijken dan de landsgrenzen alleen.”
Dat maakt grensarbeid ook relevant binnen de bredere discussie over krapte en recruitment. Een werkgever in West-Vlaanderen, Henegouwen, Limburg of de provincie Luxemburg kan zijn relevante arbeidsmarkt ruimer bekijken dan de Belgische provincie- of landsgrens. SD Worx wees er eerder al op dat het voor organisaties met moeilijk invulbare vacatures interessant kan zijn om over de landsgrenzen heen te rekruteren.
Hybride werken maakt grensarbeid complexer
De opmars van hybride werken maakt grensarbeid administratief en juridisch evenwel complexer. Een werknemer die in Frankrijk woont en iedere werkdag naar een Belgische werkplek komt, bevindt zich in een andere situatie dan een Franse werknemer die enkele dagen per week vanuit zijn woning werkt. De plaats waar het werk fysiek wordt uitgevoerd, kan immers gevolgen hebben voor de toepasselijke sociale zekerheid en fiscaliteit.
Wanneer een grensarbeider minstens 25% van zijn totale werknemersactiviteiten in zijn woonland uitvoert, is hij volgens de algemene Europese regels in principe daar sociaal verzekerd. Voor een Belgische werkgever kan dat betekenen dat een lokale payroll nodig wordt en dat ook de loonkost verandert.
Voor telewerk bestaat er wel een uitzondering via het Europese kaderakkoord voor grensoverschrijdend telewerk. Onder bepaalde voorwaarden kan een werknemer die minder dan 50% vanuit het woonland telewerkt sociaal verzekerd blijven in het land waar de werkgever gevestigd is. Daarvoor moet onder meer tijdig het juiste A1-document worden aangevraagd. Het kader lost bovendien niet automatisch de fiscale gevolgen van thuiswerk op.
Ook vorig jaar wees SD Worx al op die spanning: buitenlands talent aantrekken biedt werkgevers extra mogelijkheden, maar thuiswerk vanuit het woonland kan fiscale en socialezekerheidsrechtelijke gevolgen hebben.
HR moet weten waar medewerkers daadwerkelijk werken
Dat maakt van de fysieke werkplek relevante HR-data. Een thuiswerkdag is voor een medewerker die twintig kilometer van het kantoor woont misschien vooral een afspraak binnen het hybridewerkbeleid. Voor een collega die dezelfde afstand aflegt maar aan de andere kant van een landsgrens woont, kan diezelfde thuiswerkdag andere gevolgen hebben. Extra waakzaamheid is volgens SD Worx nodig bij deeltijdse werknemers en medewerkers die in hun woonland nog een andere professionele activiteit uitoefenen.
“Werkgevers moeten goed weten waar hun grensarbeiders daadwerkelijk werken”, waarschuwt Lavrysen. “Bij deeltijdse grensarbeiders is extra waakzaamheid aangewezen, omdat zij vaker een bijkomende activiteit in hun woonland uitoefenen. Dat kan onverwacht leiden tot een verschuiving van de sociale zekerheid en aanzienlijke administratieve en financiële gevolgen voor de werkgever.”
Daarmee krijgt hybride werken voor HR een extra dimensie. Een organisatiebreed beleid dat bepaalt hoeveel dagen medewerkers thuis mogen werken, volstaat niet altijd voor grensarbeiders. Woonland, werkland, aantal thuiswerkdagen en eventuele bijkomende activiteiten kunnen mee bepalen welke regels van toepassing zijn. De arbeidsmarkt mag dan steeds minder aan de landsgrens stoppen, voor het hybridewerkbeleid blijft die grens dus bijzonder relevant.





