Artificiële intelligentie verandert niet alleen welke taken mensen uitvoeren, maar ook welke vaardigheden werkgevers waarderen. Dat blijkt uit nieuw onderzoek van International Workplace Group (IWG), de internationale aanbieder van flexibele werkplekken achter onder meer Regus en Spaces. IWG bevroeg HR-leiders over de impact van AI op werk en vaardigheden en introduceert op basis daarvan het begrip ‘Human Skills Economy’: een economie waarin menselijke vaardigheden aan belang winnen naarmate technologie meer werk kan overnemen.
Interessanter dan de term ‘Human Skills Economy’ zelf zijn de vragen die achter de onderzoeksresultaten schuilgaan. Want terwijl organisaties volop investeren in AI, hechten ze tegelijk meer waarde aan vaardigheden die moeilijker door technologie te vervangen zijn. Twee derde van de bevraagde HR-leiders vindt menselijke vaardigheden belangrijker dan ervaring, technische kennis of opleiding. 65% denkt dat AI menselijke empathie nooit zal evenaren en 64% beschouwt complexe besluitvorming als een uitgesproken menselijke sterkte. Negen op de tien vrezen dat innovatie vertraagt wanneer organisaties onvoldoende in die vaardigheden investeren.
AI leren gebruiken is maar een deel van het verhaal
De technologische omslag is ondertussen volop bezig. Volgens het IWG-onderzoek gebruikt 73% van de hybride teams al AI-tools zoals ChatGPT en biedt 82% van de organisaties AI-training aan. Toch zegt slechts 45% van de HR-leiders erin te slagen de vaardigheidskloof rond AI effectief te dichten.
Medewerkers leren werken met AI is dus vanzelfsprekend relevant. Maar naarmate technologie meer analyses, administratieve handelingen en routinetaken kan uitvoeren, verandert ook wat er van mensen wordt verwacht. Wie met AI werkt, moet de output kunnen beoordelen, fouten herkennen, context toevoegen, afwegingen maken en verantwoordelijkheid nemen voor beslissingen.
Technologische en menselijke vaardigheden zijn daarbij moeilijk van elkaar los te koppelen. De medewerker die AI het best kan inzetten, is niet noodzakelijk degene die de tool technisch het beste beheerst, maar degene die ook voldoende expertise en oordeelsvermogen heeft om te weten wanneer het antwoord bruikbaar is (en wanneer niet).
Wat gebeurt er als instapjobs verdwijnen?
IWG verwijst naar cijfers van Randstad en het Institute of Student Employers waaruit blijkt dat het aantal vacatures op instapniveau tussen januari 2024 en eind 2025 wereldwijd gedaald is met 29%. Ook in België zien we signalen dat jongeren moeilijker toegang vinden tot vaste startersjobs.
Een rechtstreeks oorzakelijk verband met AI kun je daar niet zomaar uit afleiden. De arbeidsmarkt wordt natuurlijk ook beïnvloed door economische onzekerheid en een terughoudender aanwervingsbeleid. Tegelijk zijn het wel vaak de taken van starters die relatief gemakkelijk door AI geautomatiseerd kunnen worden.
Een eerste analyse maken, informatie verzamelen, een dossier voorbereiden, een verslag schrijven of een presentatie opbouwen: AI kan vandaag een deel van dat werk veel sneller uitvoeren. Vanuit efficiëntieoogpunt is dat aantrekkelijk. Alleen hadden die taken altijd nog een andere functie. Ze waren ook een manier om een vak te leren. Door dat werk zelf te doen, leren starters patronen herkennen, fouten maken en corrigeren, klanten en collega’s begrijpen, feedback verwerken en gaandeweg betere afwegingen maken. Als AI de onderste sporten van de carrièreladder wegneemt, hoe geraakt iemand dan nog bovenaan?
Ook jobs zullen anders ontworpen moeten worden
Die vraag raakt aan jobdesign, leren en loopbanen. Het volstaat niet om juniorfuncties ‘uit te kleden’ en alle automatiseerbare taken bij AI onder te brengen. Organisaties zullen ook moeten bekijken welke ervaringen medewerkers nodig hebben om expertise op te bouwen. Dat kan betekenen dat bepaalde taken bewust bij starters blijven, ook wanneer AI ze sneller kan uitvoeren. Of dat AI net wordt ingezet als leerinstrument, waarbij medewerkers eerst zelf analyseren en hun redenering vervolgens vergelijken met die van een AI-systeem. Mentoring, feedback en leren door ervaren collega’s te observeren kunnen eveneens belangrijker worden wanneer het klassieke instapwerk afneemt.
Ook de werkomgeving speelt daarin een rol. IWG stelt dat 55% van de HR-leiders hybride werkplekken als een van de meest effectieve omgevingen beschouwt om menselijke vaardigheden te ontwikkelen. Die conclusie vraagt wel enige context: IWG is zelf een grote aanbieder van flexibele werkplekken. Los daarvan is de onderliggende vraag relevant. Vaardigheden zoals samenwerking, empathie, leiderschap en oordeelsvermogen worden niet alleen tijdens een opleiding ontwikkeld. Ze groeien ook door samen te werken, anderen te observeren, feedback te krijgen en verantwoordelijkheid op te nemen.
Menselijke vaardigheden zijn geen automatische voorsprong
Het idee van een ‘Human Skills Economy’ klinkt aantrekkelijk. Alleen zijn empathie, kritisch denken, leiderschap en oordeelsvermogen geen kant-en-klare eigenschappen waarover iedere medewerker automatisch beschikt. Ook menselijke vaardigheden moeten geleerd, geoefend en onderhouden worden. En daarvoor is het belangrijk dat mensen fouten kunnen maken, kunnen observeren, feedback krijgen en geleidelijk aan meer verantwoordelijkheid opnemen. Daar zullen organisaties de komende jaren vaker nog vaak tegenaan aan lopen. We automatiseren steeds meer van het werk waarin mensen vroeger ervaring opdeden. Als dat werk verdwijnt, zullen we ook andere manieren moeten creëren voor mensen om te leren en te groeien.





