Marleen Boen over waarom ons brein verandering eerst als bedreiging ziet
We behandelen onze gedachten alsof ze feiten zijn. “Ik kan dat niet.” “Ik heb geen tijd.” “Zo ben ik nu eenmaal.” Volgens Marleen Boen, Managing Partner Training & Coaching Square, onderdeel van Travvant, beseffen we veel te weinig hoe sterk zulke automatische gedachten ons gedrag sturen. Dat is omdat ons brein voortdurend kiest voor veiligheid, voorspelbaarheid en vertrouwde patronen. “Mensen denken vaak dat ze rationele beslissingen nemen, maar heel veel gedrag ontstaat in automatische piloot.” Net daarom gelooft Marleen dat inzichten uit neuroscience essentieel worden voor leiderschap, verandering en veerkracht. Want wie begrijpt hoe het brein werkt, kan ook leren om nieuwe verbindingen aan te leggen. “Je bent niet het slachtoffer van je gedachten. Je kunt je brein trainen om anders te reageren.”
Ons brein kiest eerst voor veiligheid
Volgens Marleen onderschatten we hoe weinig van ons gedrag écht bewust gebeurt. Zodra mensen zich bedreigd voelen door kritiek, onzekerheid, conflict of verandering neemt het primitieve brein het razendsnel over. Fight, flight of freeze. “Op dat moment reageren mensen niet meer vanuit reflectie, maar vanuit overleving.”
Dat mechanisme was evolutionair noodzakelijk. Het hielp ons duizenden jaren lang om gevaar te detecteren en snel te reageren. Alleen maakt ons brein vandaag geen onderscheid tussen fysiek gevaar en psychologische dreiging. Een moeilijke feedback, een reorganisatie of een gespannen vergadering kunnen neurologisch bijna dezelfde alarmreactie activeren. “En daar lopen veel verandertrajecten vast”, zegt Marleen. “Organisaties verwachten rationeel gedrag, terwijl mensen neurologisch vaak in verdediging schieten.”
Volgens haar verklaart dat waarom medewerkers soms blijven vasthouden aan gewoontes waarvan ze eigenlijk zelf wel weten dat ze niet meer werken. Het oude patroon voelt neurologisch gewoon veiliger aan dan het nieuwe. “Ons brein kiest eerst voor veiligheid, niet voor groei.”
Ze verwijst daarbij naar de prefrontale cortex, het deel van ons brein dat instaat voor analyse, reflectie, nuance en bewuste besluitvorming. Dat deel van het brein is evolutionair gezien relatief jong. “Dat reflecterende deel van ons brein bestaat nog maar heel kort in vergelijking met ons primitieve alarmsysteem. Dus het is helemaal niet zo evident om automatische reacties zomaar te overrulen.”
Waarom verandering zoveel energie kost
Volgens Marleen onderschatten organisaties ook hoeveel energie verandering neurologisch van ons vraagt. “Mensen denken dat verandering vooral een kwestie is van motivatie of mindset. Maar verandering vraagt letterlijk nieuwe verbindingen in het brein.”
Daar gebruikt ze graag het beeld van neurale paden voor. Oude gewoontes zijn als brede snelwegen: vaak gebruikt, efficiënt en automatisch toegankelijk. Nieuwe gedragingen beginnen als kleine paadjes. “Hoe vaker je een bepaald gedrag herhaalt, hoe sterker die verbinding wordt. Dat geldt voor helpende gewoontes, maar evengoed voor destructieve patronen.”
Dat verklaart ook waarom mensen zo makkelijk terugvallen in uitstelgedrag, klagen, slachtofferschap, defensieve communicatie en negatieve interne dialoog. “Die patronen zijn neurologisch sterk ingebed. Je raakt daar niet vanaf door één keer te beslissen dat je het anders gaat doen.”
Daar loopt het dan ook vaak fout in klassieke verandertrajecten. Organisaties focussen op processen, structuren en doelstellingen, maar vergeten dat mensen neurologisch tijd nodig hebben om nieuwe verbindingen aan te leggen. “Een opleiding volgen betekent niet automatisch dat gedrag verandert. Gedragsverandering vraagt herhaling, bewustzijn en oefening.”
Waarom stoppen alleen niet werkt
Oude gewoontes kan je dus niet simpelweg schrappen. “Je kunt een grote snelweg in je brein niet zomaar afsluiten. Je moet eerst een alternatief pad aanleggen.” Dat geldt volgens haar voor bijna alles. Zowel om anders te leren communiceren, gezonder te leven, beter je grenzen te leren aangeven, constructiever reageren op stress, omgaan met feedback, …
“Mensen focussen op wat ze niet meer willen doen. Maar het brein werkt niet zo. Je hebt een alternatief nodig.” Daarom gelooft Marleen in bewuste voorbereiding. Niet wachten tot je midden in een emotionele reactie zit, maar vooraf nadenken over welk alternatief gedrag je wil installeren. “Wanneer mensen onder druk staan, is er amper tijd om bewust te kiezen. Dan nemen oude patronen het over.”
Volgens haar begint verandering daarom met bewustwording. Eerst herkennen in welke modus je zit. “Ben ik defensief? Zit ik in oordeel? Ben ik aan het klagen? Veel mensen hebben dat niet eens door.” Daarna volgt de tweede stap: bewust stoppen. “Je moet jezelf als het ware onderbreken vooraleer de automatische piloot volledig overneemt.” Pas daarna kan iets nieuws ontstaan. “Je hebt een andere gedachte, een andere interpretatie of een ander gedrag klaar te zetten. Anders val je automatisch terug op het oude.”
Vermogende gedachten als neurologische hefboom
Het volstaat dus niet om destructieve patronen te herkennen of jezelf te zeggen dat je ergens mee wil stoppen. “Als je enkel focust op wat je niet meer wilt, blijft je aandacht neurologisch toch bij dat oude patroon hangen.” Daarom werkt ze sterk rond wat ze vermogende gedachten noemt: gedachten die het brein helpen om nieuwe verbindingen te leggen in plaats van oude reflexen te versterken. “Veel mensen praten tegen zichzelf vanuit tekort, angst of beperking. ‘Ik kan dat niet.’ ‘Ik heb daar geen tijd voor.’ ‘Dat gaat mij nooit lukken.’ Maar je brein hoort die boodschappen voortdurend opnieuw.” Zulke gedachten versterken automatisch bestaande neurale patronen. “Ons brein zoekt bevestiging van wat we blijven herhalen. Dus als je jezelf voortdurend vertelt dat iets onmogelijk is, zal je brein ook sneller signalen oppikken die dat bevestigen.”
Vermogende gedachten doen net het tegenovergestelde. “Je kiest bewust taal die beweging mogelijk maakt. Dat kan iets eenvoudig zijn als: ‘Ik wil luisteren in plaats van mezelf onmiddellijk verdedigen.’ Of: ‘Ik kan leren omgaan met deze situatie.’” Volgens Marleen zit daar een belangrijk verschil. “Het gaat niet over naïef positief denken. Het gaat over gedachten installeren die je helpen om toegang te krijgen tot andere reacties, andere emoties en ander gedrag.”
Ze ziet daarin ook een belangrijke opdracht voor leidinggevenden. “Welke taal leeft er in een organisatie? Gaat het voortdurend over tekorten, druk en controle? Of creëren leiders ook taal die vertrouwen, groei en mogelijkheden activeert?”
Want taal beïnvloedt volgens haar niet alleen cultuur, maar letterlijk ook hoe mensen neurologisch functioneren. “Woorden sturen aandacht. En aandacht stuurt gedrag.”
Veerkracht is geen karaktereigenschap
Marleen verzet zich tegen het idee dat sommige mensen nu eenmaal sterker zouden zijn dan anderen. “We behandelen veerkracht alsof het een persoonlijkheidskenmerk is, alsof sommige mensen ervoor geboren zijn en anderen niet.” Volgens haar klopt dat beeld niet. “Veerkracht ontstaat ook doordat mensen nieuwe manieren leren ontwikkelen om met situaties om te gaan.”
Ze verwijst naar het begrip resilience, dat volgens haar rijker is dan het Nederlandse weerbaarheid. “Resilience betekent dat je kunt omgaan met wat zich aandient. Dat je niet blijft hangen in automatische destructieve reacties.” Daarbij speelt interne dialoog een cruciale rol. “Hoe praat je tegen jezelf? Welke gedachten herhaal je voortdurend? Dat beïnvloedt letterlijk je breinwerking.”
Volgens Marleen onderschatten mensen hoeveel impact taal heeft op hun neurologische processen. Uitspraken als: ‘ik heb geen tijd’, ‘ik kan dat niet’, ‘dat lukt mij nooit’, ‘zo ben ik nu eenmaal’ zijn volgens haar géén neutrale vaststellingen. “Dat zijn patronen die zichzelf versterken.”
Ze ziet dat ook in organisaties. “Hoe leiders tegen medewerkers spreken heeft enorme impact. Als mensen zich voortdurend beoordeeld, bedreigd of gecontroleerd voelen, activeer je stressreacties. Maar wanneer mensen voelen dat hun kwaliteiten gezien worden, ontstaat er ruimte voor groei.”
Gedachten zijn geen waarheden
Marleen stelt ook vast dat mensen hun gedachten veel te snel als waarheid behandelen. “Een gedachte is niet automatisch een feit.” Volgens haar zit daar vandaag een groot probleem, zowel privé als professioneel. Mensen identificeren zich volledig met hun eerste reactie, hun eerste interpretatie of hun eerste emotie. “Terwijl je eigenlijk kunt leren om je gedachten te observeren in plaats van ze onmiddellijk te geloven.”
Dat vraagt wel zelfbewustzijn en mentale maturiteit. “Je bent meer dan je gedachten. Je kunt leren om er op een andere manier naar te kijken.” Daarom werkt ze in coaching en leiderschapstrajecten sterk rond observatie. Niet onmiddellijk conclusies trekken, maar eerst leren kijken naar wat er werkelijk gebeurt. “Mensen springen heel snel naar interpretaties. ‘Ik heb geen tijd.’ ‘Dat gaat niet.’ ‘Die persoon respecteert mij niet.’ Maar dat zijn conclusies, geen observaties.” Ze noemt dat jumping to conclusions. Volgens haar zit daar een belangrijke hefboom voor veerkracht. “Wanneer je leert vertragen tussen stimulus en reactie, ontstaat er ruimte voor bewustere keuzes.”
Ook leiderschap is breinwerk
Voor Marleen heeft dit alles grote implicaties voor leiderschap. “Leiders onderschatten hoeveel invloed ze hebben op de mentale toestand van hun teams.”
Leiders beïnvloeden volgens haar voortdurend psychologische veiligheid, energie, motivatie, stressniveaus, zelfvertrouwen en leervermogen. En dat gebeurt niet alleen via grote strategische beslissingen, maar vooral via dagelijkse interacties. “De toon van een gesprek, de manier waarop feedback gegeven wordt, de ruimte die iemand krijgt om fouten te maken… Dat heeft allemaal neurologische impact.” Daarom gelooft ze dat leiders vandaag veel meer nood hebben aan zelfbewustzijn, emotionele regulatie, reflectievermogen, coachende vaardigheden en inzicht in menselijk gedrag. “Leiderschap gaat steeds meer over het creëren van omstandigheden waarin mensen kunnen groeien.”
De vergeten rol van energie
Een ander belangrijk thema in ons gesprek is energie. Volgens Marleen wordt welzijn nog te vaak herleid tot werkdruk of work-life balance, terwijl ook hier breinwerking een grote rol speelt. “Je gedachten, je stressrespons en je interne dialoog beïnvloeden rechtstreeks je energiehuishouding.”
Wanneer mensen voortdurend in alertheid of verdediging zitten, kost dat enorme mentale energie. “Dan blijft het brein hangen in die gevarenzone.” “En zolang iemand daar blijft vastzitten, wordt leren of veranderen bijzonder moeilijk.” Daarom gelooft ze sterk in herstelmomenten, rust, dankbaarheid en bewuste vertraging. “Het zijn noodzakelijke voorwaarden om ons brein opnieuw ontvankelijk te maken voor nieuwe verbindingen.” Ze verwijst daarbij ook naar haar eigen ervaringen met verlies en stress. “Ik heb zelf ervaren wat zware emotionele belasting neurologisch kan doen. Dat heeft mijn fascinatie voor breinwerking alleen maar versterkt.”
Van klacht naar kracht
Volgens Marleen blijven veel mensen onbewust hangen in patronen die hun energie en veerkracht ondermijnen omdat hun brein steeds teruggrijpt naar bekende reacties. Daarom gelooft ze dat kennis over breinwerking veel toegankelijker moet worden in organisaties, leiderschap en coaching. “We weten vandaag al veel over hoe ons brein werkt. Alleen gebruiken we die kennis nog veel te weinig.”





