Belgische werknemers en werkgevers schatten de impact van AI op personeelsbeleid de komende vijf jaar helemaal anders in. Eerdere bevragingen door Partena Professional belichtten het AI-debat vanuit het rekruteringsproces terwijl dit nieuwe onderzoek uitzoomt naar de bredere relatie tussen organisatie en medewerker. Daar tekent zich een duidelijke perceptiekloof af.
Bij Belgische werknemers overheerst bezorgdheid. 44,9% verwacht dat AI de manier waarop HR met medewerkers omgaat de komende vijf jaar negatief zal beïnvloeden. Dat is drie keer zoveel werknemers als de 14,8% die een positieve impact verwacht. 40,3% verwacht geen impact. Opvallend: onder Franstalige werknemers verwacht een meerderheid (51,7%) een negatieve impact, tegenover een minderheid van de Nederlandstaligen (41,0%). Vrouwen (48,2%) zijn vaker pessimistisch dan mannen (41,6%). Ook onder oudere werknemers is er meer pessimisme dan onder jongere. Werkgevers staan beduidend positiever tegenover diezelfde evolutie. 36,0% verwacht een positieve impact, 22,4% een negatieve. Bij hen zijn er meer optimisten dan pessimisten, in een verhouding van bijna anderhalf op één. Dat blijkt uit onderzoek van HR-dienstverlener Partena Professional, in samenwerking met arbeidsexpert Stijn Baert en marktbureau iVOX, bij een representatief staal van 1.000 Belgische werknemers en 250 werkgevers.
“De cijfers tonen twee groepen die naar dezelfde technologie kijken vanuit een andere bril. Voor werkgevers is AI vooral een instrument dat moet helpen om beter en sneller te beslissen. Werknemers stellen zich dan weer de vraag hoe die beslissingen tot stand komen en of het menselijke oordeel daar nog een plek in krijgt. Beide perspectieven zijn legitiem, maar de nood aan dialoog en transparantie is groot”, zegt Jonas Pollet, General Manager HR-core bij Partena Professional.
Verlies van de menselijke factor is de grootste vrees
De bezorgdheid van werknemers laat zich verklaren door één dominante zorg die bij hen met kop en schouders boven alle andere uit: de vrees dat de menselijke betrokkenheid zal verminderen door de inzet van AI. 76,3%, maar liefst drie op de vier, spreekt die verwachting uit. Deze vrees is vooral sterk uitgesproken bij 55-plussers (85,8%) en bij werknemers in organisaties met meer dan 250 medewerkers (80,2%). Daarnaast maakt 69,4% zich zorgen over een gebrek aan transparantie over hoe AI beslissingen neemt, en 61,6% wijst op de gevaren rond privacy en de behandeling van persoonlijke gegevens.
Werkgevers delen deze zorgen, maar minder uitgesproken. Bij privacy is het verschil het kleinst. Dat is ook het enige domein waar een duidelijk wettelijk kader rond bestaat. Bij menselijkheid en transparantie blijven de afspraken grotendeels aan elke werkgever apart overgelaten, en net daar zit de grootste afstand tussen de vrees van werknemers en de inschatting van werkgevers.
“Werknemers maken zich geen zorgen over een falende tool. Waar ze zich wel zorgen over maken, is een tool die ingezet wordt zonder dat duidelijk is welke oordelen die velt en waarom. Drie op de vier vreest dat AI de menselijke betrokkenheid in HR vermindert, zeven op de tien wil weten op welke basis beslissingen genomen worden. Werkgevers herkennen die zorgen wel, maar onderschatten hoe diep ze leven. Wie AI invoert zonder dat verschil te erkennen, krijgt vroeg of laat te maken met verlies van vertrouwen”, zegt Jonas Pollet.
Werknemers vertrouwen HR-medewerkers méér dan AI
Die zorg over menselijkheid vertaalt zich rechtstreeks in een uitgesproken voorkeur wanneer werknemers gevraagd worden wie ze vertrouwen. Aan hen werd voorgelegd of ze AI méér vertrouwden dan de HR-medewerkers die meebeslissen over hun loopbaan, zoals personeelsverantwoordelijken en rekruteerders. Het oordeel is uitgesproken. Maar liefst 79,1% van de werknemers vertrouwt HR-medewerkers méér dan AI, bijna 8 op de 10 dus. Onder werknemers met een diploma hoger onderwijs ligt dat aandeel nog hoger (82,1%).
Bijna 4 op 10 werkgevers vinden dat AI méér vooroordelen heeft dan mensen
Niet alleen werknemers zijn voorzichtig. Ook werkgevers die zelf overwegen AI in te zetten, twijfelen over de neutraliteit van het instrument. Dat AI-systemen niet onbevooroordeeld zijn is bekend. Studies en berichten over algoritmes die etniciteit, geslacht of leeftijd zwaarder laten doorwegen dan beoordelaars beseffen, hebben de afgelopen jaren breed weerklank gevonden. Concreet: 37,5% van de werkgevers meent dat AI meer vooroordelen kent bij het maken van oordelen dan mensen. Dit percentage ligt hoger onder Franstaligen (44,5%) dan onder Nederlandstaligen (31,7%).
Wie AI invoert om menselijke bias te corrigeren, vindt dus geen automatische bondgenoot in de eigen bedrijfslaag.
“Dat 37,5% van de werkgevers AI nu zelf als bevooroordeelder dan mensen inschat, sluit aan bij wat we wetenschappelijk vaststellen. Onderzoek aan UGent toont dat tools zoals ChatGPT kandidaten met typisch Aziatische, Afrikaanse, Arabische, Oost-Europese of Turkse namen 14% tot 19% minder vaak aanbevelen dan kandidaten met typisch Vlaamse namen. AI repliceert het menselijk gedrag waarop het getraind is, inclusief de vooroordelen daarin. Werkgevers die voorzichtig zijn over bias in AI, hebben de wetenschap aan hun kant. Wie AI inzet bij rekrutering zonder daar uitdrukkelijk bewust mee om te gaan, riskeert de bestaande discriminatie niet weg te werken maar te versterken”, zo duidt arbeidsexpert Stijn Baert.
De structurele verwachtingen van werknemers
Werknemers vrezen vooral één ding: dat AI hun werkgever onpersoonlijker maakt. Dat soort zorg vraagt om een specifiek antwoord.
“De cijfers laten geen ruimte voor twijfel”, besluit Jonas Pollet. “Drie op de vier werknemers vreest verlies aan menselijkheid, bijna acht op de tien vertrouwt een HR-medewerker méér dan een algoritme. Dat zijn geen randmeningen die wegebben naarmate AI ingeburgerd raakt. Het zijn structurele verwachtingen waar werkgevers een antwoord op moeten formuleren. De discussie gaat vandaag minder over of ze AI gebruiken, en meer over hoe ze ervoor zorgen dat hun medewerkers zich nog als mens beoordeeld blijven voelen.”





