De arbeidsmarkt werkt niet vanzelf

Samenvatting

De arbeidsmarkt werkt niet vanzelf, en dat is geen toeval. Volgens Jan Denys blijft het intermediaire ecosysteem tussen vraag en aanbod met uitzendbedrijven, hr-dienstverleners, vakbonden, platforms en techspelers structureel onderbelicht, terwijl het in werkelijkheid bepaalt wie werk vindt, hoe flexibel arbeid wordt ingezet en wie de macht heeft. Uitzendarbeid heeft haar automatische groeimotor verloren, flexibiliteit is versnipperd en slecht aangestuurd, sociaal overleg loopt achter op een hybride realiteit en productiviteit wordt te makkelijk verklaard door leiderschap in plaats van door systemen. Wie blijft zoeken naar oplossingen in cultuur, motivatie of beleidsslogans, kijkt systematisch naast waar de arbeidsmarkt vandaag écht wordt gemaakt.

Waarom het intermediair ecosysteem bepaalt hoe onze arbeidsmarkt écht functioneert

Wie vandaag over de arbeidsmarkt praat, heeft het over krapte, flexibiliteit, leiderschap en de war for talent. Zelden gaat het over wat zich daartussen afspeelt. In Succesvol matchen in een krappe arbeidsmarkt fileert arbeidsmarktexpert Jan Denys een structurele blinde vlek: het intermediaire ecosysteem tussen vraag en aanbod. Een netwerk van spelers dat grotendeels onzichtbaar blijft, maar in de praktijk bepaalt wie werk vindt, hoe snel dat gebeurt en met welke perspectieven. In dit interview gaat Denys in tegen hardnekkige aannames over uitzendarbeid, flexibiliteit, productiviteit en leiderschap en daagt hij HR uit om anders te leren kijken.

Het ecosysteem dat we niet zien

Wie het boek leest, zal niet meer dezelfde zijn. Het is een belofte die Jan Denys expliciet maakt in ‘Succesvol matchen in een krappe arbeidsmarkt’. Want met dit boek, dat hij in opdracht van Federgon schreef, legt hij samen met experts uit uiteenlopende disciplines (werkgevers, vakbonden, onderzoekers, overheid en experts uit de praktijk zelf) een hardnekkige blinde vlek bloot in hoe HR-professionals naar de arbeidsmarkt kijken.

Volgens hem begint alles bij een fundamenteel misverstand. “We doen nog altijd alsof de arbeidsmarkt bestaat uit drie actoren: werknemers, werkgevers en de overheid. Maar dat klopt al lang niet meer. Tussen vraag en aanbod zit een hele wereld die we systematisch onderschatten: het intermediaire ecosysteem.” En dat ecosysteem bepaalt vandaag in grote mate wie werk vindt, hoe snel dat gebeurt, onder welke voorwaarden en met welke kansen op doorstroom.

Het paradoxale is dat die wereld net door haar succes grotendeels onzichtbaar is geworden. “Het werkt meestal goed,” zegt Denys. “En precies daarom kijken we er niet meer naar. Het is zoals zuurstof: je merkt pas hoe essentieel het is wanneer het ontbreekt.”

Wie die vergelijking eenmaal begrijpt, kijkt volgens hem anders naar discussies over krapte, activering, flexibiliteit of de almaar herhaalde war for talent. Dan wordt ook duidelijk waarom de arbeidsmarkt niet fundamenteel hervormd kan worden door enkel te sleutelen aan loon, opleiding of activering.

Die analyse vormt ook de intellectuele ruggengraat van het boek. In de inleiding noemt Denys het intermediaire ecosysteem expliciet een blinde vlek in het arbeidsmarktonderzoek. Hoewel private intermediairs in vrijwel alle ontwikkelde landen een grotere rol spelen dan de publieke arbeidsbemiddeling, blijft hun impact opvallend onderbelicht in beleid, onderzoek én HR-strategieën. Dat is volgens hem niet alleen een gemiste kans, maar ook een reëel risico. Want wie het ecosysteem niet ziet, begrijpt de arbeidsmarkt niet. En wie de arbeidsmarkt niet begrijpt, blijft oplossingen zoeken op de verkeerde plek.

Waarom intermediairs ontstaan

Het intermediair ecosysteem is de voorbije decennia explosief gegroeid. Voor sommigen is dat een alarmsignaal: te veel spelers, te veel tussenschakels, te veel ‘markt’. Maar Denys draait die redenering om.

“Intermediairs ontstaan niet uit ideologie maar uit noodzaak. Als vraag en aanbod elkaar rechtstreeks kunnen vinden, doen ze dat ook. Niemand schakelt een tussenpartij in uit sympathie.”

Groei wijst volgens hem in de eerste plaats op fricties die opgelost moeten worden: informatie-asymmetrie, tijdsdruk, risico’s en schaalproblemen. “Een intermediair kan alleen bestaan als hij toegevoegde waarde creëert. Doet hij dat niet, dan droogt hij vanzelf op.”
Dat betekent niet dat er geen risico’s zijn. Die ontstaan pas wanneer intermediairs zelf fricties beginnen te creëren met lock-ins, afhankelijkheid en buitensporige marktmacht. En daar verschuift Denys’ blik weg van het klassieke HR-debat. “Als ik vandaag écht bezorgd ben, gaat het niet over een extra hr-dienstverlener maar over de grote techspelers die zich als intermediair gedragen, enorme hoeveelheden data verzamelen en nauwelijks publiek of sociaal worden bevraagd.”

Klassieke hr-dienstverleners zijn historisch zwaar gereguleerd. Nieuwe digitale spelers konden quasi ongehinderd groeien. Die asymmetrie, waarschuwt Denys, heeft gevolgen die we vandaag nog onvoldoende inschatten.

De kost van werk die we niet zien

Weinig thema’s roepen zoveel reflexen op als uitzendarbeid. Volgens Denys blijven daarbij vooral twee misvattingen hardnekkig overeind. De eerste is dat uitzendarbeid duur zou zijn. “Men vergelijkt de factuur van een uitzendkracht met het nettoloon van een vaste werknemer en vergeet alles wat daarbovenop komt: risico’s, inactiviteit, overhead, flexibiliteit, juridische kosten.” De echte kost van vaste arbeid wordt volgens hem systematisch onderschat.

De tweede misvatting vindt hij minstens even problematisch: de idee dat hr-dienstverlening eigenlijk gratis zou moeten zijn. “Zeker bij kmo’s leeft sterk het gevoel dat matching en begeleiding geen economische waarde hebben. Men verwacht dat de VDAB het wel zal oplossen.” Dat noemt Denys niet alleen naïef, maar ook een ontkenning van professionaliteit.

In het boek wordt die gedachte verder uitgewerkt: publiek arbeidsmarktbeleid leunt steeds sterker op private spelers, precies omdat publieke diensten die capaciteit en expertise niet alleen kunnen dragen. Gratis dienstverlening bestaat niet. De vraag is alleen wie betaalt, en met welke verwachtingen.

Beleidsmacht en blokkades

Als Jan Denys één beleidsmaatregel mocht doorvoeren om matching te verbeteren, dan zou hij het vetorecht van vakbonden bij de inzet van uitzendarbeid afschaffen. “Dat is historisch gegroeid, maar compleet achterhaald. We zijn vijftig jaar verder.”

Overleg is volgens hem essentieel, blokkeren niet. “In de praktijk wordt die macht vaak gebruikt als ruilmiddel. Toestemming voor uitzendarbeid wordt gekoppeld aan andere dossiers. Dat vertraagt matching en creëert perverse prikkels, zeker in krappe sectoren.”
Hetzelfde geldt voor het stakingsrecht van uitzendkrachten.

“Dat iemand niet zelf mag beslissen om al dan niet te staken omdat hij uitzendkracht is, dat is gewoon niet meer van deze tijd.”

In hoofdstuk 5 van het boek wordt beschreven hoe het sociaal overleg historisch ontstaan is in een context van industriële arbeid, stabiele statuten en duidelijk afgebakende arbeidsrelaties. Dat model was logisch en verdedigbaar in een arbeidsmarkt die draaide rond vaste jobs en uitzonderlijke flexibiliteit. Vandaag botst het steeds vaker met de realiteit van een hybride arbeidsmarkt, waarin vaste arbeid, uitzendarbeid, projectwerk en andere flexvormen structureel naast elkaar bestaan. Het sociaal overleg is volgens de auteurs van dit hoofdstuk onvoldoende mee geëvolueerd met die realiteit. Het blijft vertrekken van statuten in plaats van van loopbanen en werkvormen. Het gevolg is een regelgevend kader dat minder beschermt dan blokkeert en daardoor datgene bemoeilijkt wat het zegt te willen bewaken: werkzekerheid, inzetbaarheid en duurzame loopbanen.

Geen eindpunt

Het ecosysteem van intermediairen blijft groeien, maar een natuurlijk eindpunt ziet Denys niet. “Die groei stopt alleen wanneer intermediairs geen toegevoegde waarde meer leveren. En dat zie ik niet meteen gebeuren, want de arbeidsmarkt wordt steeds complexer.”

Wat wel verandert, is wie relevant blijft. Sommige spelers zullen zichzelf opnieuw moeten uitvinden, anderen verdwijnen. “Dat is nu eenmaal evolutie.” Het boek laat historisch zien dat voorspellingen daarover telkens opnieuw fout blijken. Niet de tussenpersoon verdwijnt, wel de tussenpersoon zonder meerwaarde.

Diversiteit is geen zwakte

De hr-dienstensector is sterk gefragmenteerd, maar Jan Denys ziet daarin vooral een kracht. “Arbeidsmarkten zijn divers. Dan is het logisch dat de dienstverlening dat ook is.” Uniformiteit, waarschuwt hij, is vooral aantrekkelijk voor beleidsmakers en regelgevers, niet voor wie effectief moet matchen in een complexe realiteit van sectoren, profielen en loopbanen.

Versnippering wordt volgens Denys pas problematisch wanneer samenwerking ontbreekt of wanneer spelers elkaar beconcurreren zonder toegevoegde waarde te leveren. In hoofdstuk 2 van Succesvol matchen in een krappe arbeidsmarkt werkt hij dat idee systematisch uit. Daar beschrijft hij het intermediaire ecosysteem als een netwerk van complementaire spelers, elk met een eigen rol, doelgroep en expertise: uitzendbedrijven, werving- en selectiekantoren, loopbaanbegeleiders, outplacementspelers, sociale secretariaten en gespecialiseerde niches vullen elkaar aan.

Die diversiteit maakt het ecosysteem veerkrachtig. Pogingen om het landschap te vereenvoudigen of te homogeniseren, zo lezen we in het boek, leiden zelden tot betere matching. Integendeel: ze vergroten de afstand tot de arbeidsmarkt.

De olifant in de kamer: techspelers

Op de vraag welke spelers vandaag het meest onderschat worden, hoeft Denys niet lang na te denken. Grote techspelers beschikken volgens hem over ongeziene hoeveelheden data, diepgaande arbeidsmarktkennis en een marktmacht die klassieke intermediairs overstijgt. “En toch blijven ze grotendeels buiten het klassieke sociaal overleg.”

Wat hem vooral verbaast, is de relatieve stilte errond. “Vakbonden, werkgeversorganisaties en overheden die vroeger bijzonder alert waren voor nieuwe actoren, lijken hier dapper de andere kant op te kijken. Men blijft ‘vechten’ tegen uitzendarbeid, terwijl de echte machtsconcentratie elders zit.”

En daar schuilt volgens Denys ook het grootste risico: matchingmodellen die vooral data en waarde onttrekken, maar geen verantwoordelijkheid opnemen voor de kwaliteit of de uitkomst ervan.

Het einde van de groeimotor uitzendarbeid

Volgens Jan Denys is 2018 een duidelijke breuklijn in de evolutie van uitzendarbeid. Voor het eerst in haar bestaan slaagde de sector er niet in om na een terugval vanzelf opnieuw aan te knopen met groei, zelfs niet na ingrijpende economische schokken zoals de coronacrisis. Dat doorbreekt het klassieke patroon waarin uitzendarbeid meebeweegt met de conjunctuur: opgang bij economische groei, terugval bij crisis, gevolgd door herstel.

Die breuk is volgens Denys het resultaat van structurele verschuivingen op de arbeidsmarkt: de afname van industriële tewerkstelling, de verschuiving naar een diensten- en kenniseconomie, een structureel krappe arbeidsmarkt, stijgende loonkosten en de opkomst van alternatieve flexibiliteitsvormen ondergraven samen het historische groeimodel van uitzendarbeid.

Dat betekent evenwel niet dat uitzendarbeid haar relevantie verliest. Maar haar functie verandert wel fundamenteel. In plaats van volumemotor wordt ze steeds meer een strategisch instrument binnen een breder flexibiliteitslandschap. In zijn boek vat Denys dat scherp samen als ‘the end of the momentum’: geen plotse neergang, maar een structurele herpositionering.

Flexibiliteit vraagt regie

Wie denkt dat één flexibel statuut uitzendarbeid zal vervangen, dwaalt volgens Jan Denys “Wat we krijgen, is een hybride landschap waarin freelancers, projectwerk, interne flexibiliteit, uitzendarbeid en tijdelijke contracten naast elkaar werken.

Het echte probleem zit dan niet in het contract, maar in het ontbreken van sturing. Veel bedrijven stapelen flexibiliteitsvormen zonder onderliggende visie. Ze schakelen tegelijk uitzendkrachten, freelancers en consultants in, terwijl niemand nog het overzicht bewaart over kosten, risico’s, inzetbaarheid of doorstroom. Flexinstrumenten worden naast elkaar ingezet, maar zelden in relatie tot elkaar. Die fragmentaire aanpak leidt tot hogere kosten en verlies aan grip. Zonder regie ondergraaft flexibiliteit haar eigen belofte: wendbaarheid, efficiëntie en productiviteit

Vakbonden in een hybride wereld

Vakbonden en werkgevers delen volgens Denys meer belangen dan ze zelf toegeven, vooral rond duurzame loopbanen. Toch blijft het debat hangen in oude tegenstellingen. “Vakbonden focussen op statuten, werkgevers op kosten. Intussen verandert de realiteit sneller dan het overleg.” Als vakbonden relevant willen blijven, zullen ze zich inhoudelijk moeten heruitvinden.

Uitzendarbeid als loopbaaninstrument

Zeker voor jongeren, nieuwkomers en mensen met een zwakke arbeidsmarktpositie blijft uitzendarbeid een cruciale springplank. Voor anderen dreigt het een parking te worden. “Het verschil zit niet in het contract, maar in de begeleiding en de intentie tot doorstroom.”

In het boek wordt vertrokken van een dynamisch loopbaanperspectief. Daaruit blijkt dat uitzendarbeid vooral werkt wanneer ze geen eindpunt is, maar een schakel in een bredere loopbaanbeweging. Uitzendwerk creëert instroomkansen, maakt competenties zichtbaar en laat mensen ervaring opdoen in verschillende contexten. Zonder actieve begeleiding en perspectief op transitie dreigt flexibiliteit echter te stollen tot herhaling zonder vooruitgang. De meerwaarde van uitzendarbeid zit dus niet zozeer in de vorm, maar in wat ze mogelijk maakt.

Leiderschap verklaart niet alles

Tot slot polsten we naar hardnekkige taboes bij de HR-community. In het productiviteitsdebat is volgens Jan Denys één ervan bijzonder hardnekkig: de neiging om prestaties bijna uitsluitend te verklaren vanuit leiderschap. Gaat het goed, dan was de leider visionair. Gaat het minder, dan schoot het leiderschap tekort. “Dat is een veel te comfortabele verklaring,” stelt Denys. “Leiderschap speelt een rol, maar het verklaart lang niet alles.”

Om zijn punt te illustreren, verwijst hij naar Union Saint-Gilloise, waar prestaties niet verdwijnen wanneer individuele sleutelfiguren veranderen. Trainers komen en gaan, spelers vertrekken of worden vervangen, terwijl het prestatieniveau opvallend stabiel blijft. Dat wijst minder op de magie van één leider dan op iets fundamentelers, namelijk een goed georganiseerd systeem met duidelijke rollen, consistente keuzes en heldere verwachtingen.

Die observatie vertaalt Denys rechtstreeks naar de arbeidsmarkt. “Als productiviteit tegenvalt, kijken we te snel naar leiderschap, motivatie of cultuur. Maar vaak is het probleem structureel: slechte matching, onduidelijke organisatie, verkeerde inzet van mensen.” In zo’n context helpt zelfs sterk leiderschap maar beperkt. Of scherper geformuleerd: een slecht georganiseerd systeem kan niet gecoacht worden tot hoge productiviteit.

Die conclusie sluit aan bij waar dit gesprek begon. Wie prestaties uitsluitend probeert te verklaren vanuit zichtbare factoren, mist wat zich daaronder afspeelt. Net zoals het intermediaire ecosysteem vaak uit beeld blijft zolang het werkt, blijven ook structurele oorzaken van productiviteit onbesproken. De arbeidsmarkt werkt zelden vanzelf en wie wil begrijpen waarom, zal moeten leren kijken naar wat zich tussen vraag en aanbod afspeelt.

===

Over het boek Succesvol matchen in een krappe arbeidsmarkt

De arbeidsmarkt is de voorbije decennia sterk veranderd. Tussen vraag en aanbod is een uitgebreid en divers intermediair ecosysteem ontstaan, met private spelers die vandaag een centrale rol spelen in hoe matching gebeurt. Opvallend genoeg blijft die evolutie onderbelicht in onderzoek, beleid en publiek debat. Succesvol matchen in een krappe arbeidsmarkt wil die blinde vlek zichtbaar maken. Het boek brengt een stand van zaken van het intermediaire ecosysteem en bundelt bijdragen van onderzoekers, sectorvertegenwoordigers, werkgevers, vakbonden en internationale experts. Thema’s als uitzendarbeid, technologie, loopbanen, samenwerking tussen publieke en private spelers en nieuwe machtsverhoudingen staan centraal. Het boek richt zich tot HR-professionals en iedereen die wil begrijpen hoe de arbeidsmarkt vandaag écht functioneert en waarom ze niet vanzelf werkt.

Meer info over het boek

Met bijdragen van Marleen Deleu, Paul Verschueren, Frederiek De Kimpe, Patrick Slaets, Piet Van den Bergh, Eva Van Laere, Martin Willems, Karen Huysmans, Tim Goesaert, Ludo Struyven, Thomas Boogaerts, Hendrik Delagrange, Wim Adriaens, Raymonde Yerna, Sabine Lambrichts, Lieven Van Nieuwenhuyze, Viktorija Proskurovska en Wim Davidse.

9789059961074

Schrijf je in op de wekelijkse HR-nieuwsbrief

Ook interessant

LEES MEER

Schrijf je in op de #ZigZagHR-Nieuwsbrief

  • Iedere dinsdagochtend om 8u00 in jouw mailbox
  • Ideeën, inspiratie, best & next practices over (de toekomst van) HR
  • Waarmee jij aan de slag kan in jouw organisatie of HR team