Vanaf 1 januari 2027 mag je niet meer roken of vapen in de buurt van publieke terrassen. Of als je geen roker bent: vanaf diezelfde dag vliegt er tijdens je terrasje geen rook meer in je longen. Op sociale media haalden veel niet-rokers opgelucht adem, terwijl rokers de horeca andermaal doodverklaarden (herinner het rookverbod binnen en de witte kassa). HR-professionals zijn er doorgaans erg goed in om hun karretje aan het nieuws te hangen en dus rijst de vraag: is het goed om net nu een stop-to-smoke campagne te lanceren?
De vraag is temeer relevant omdat er de voorbije weken vaak situaties opdoken waarbij de greep van de werkgever op het privéleven van de werknemer ter discussie stond. Denk bijvoorbeeld aan de artikels over de CEO van Nestlé die opstapte nadat een affaire op het werk aan het licht gekomen was (nee, niet die van Coldplay), of de manier waarop fruitmanden deze week nog werden weggehoond binnen een welzijnsbeleid.
Nochtans is er een hele onderzoekslijn die zich focust op HRPL: Health-Related Productivity Loss. Daarin komen individuele keuzes zoals te weinig slapen, nek- en schouderpijnen (bijvoorbeeld door niet-ergonomisch zitten of tillen) of constipatie (door onvoldoende te drinken of een slecht dieet) nadrukkelijk naar voren. In veel van die studies worden arbeidsgeneesheren en preventie-adviseurs zelfs aangespoord om HRPL mee te nemen in hun campagnes rond gezondheidspromotie. Gelet op het spanningsveld tussen de werkvloer en het privéleven, kom je dan al snel uit bij nudging. Dat zijn technieken die niets verplichten of verbieden, maar werknemers subtiel in een gewenste richting sturen. Denk bijvoorbeeld aan een looplijn die vanuit de inkomhal vlotter naar de traphal leidt dan naar de lift. Een studie die dit jaar gepubliceerd werd, toont ook duidelijk aan dat een stop-to-smoke campagne weldegelijk rendabel kan zijn. De deelnemers aan het programma hadden na 1 jaar een gedaald absenteïsme en betere werkprestaties, waardoor er $9,55 werd terugverdiend voor elke dollar die het bedrijf in de stop-to-smoke-campagne investeerde.
Een werkgever zou dus effectief baat kunnen hebben bij het aansporen van een werknemer om aspecten van zijn privéleven bij te sturen.
Waar ik wel een lans voor breek, is om breder te kijken dan de werknemer alleen. Het klopt uiteraard dat iedereen de facto zijn eigen leven in handen heeft en op elk moment van de dag kan beslissen om het anders te gaan doen. Maar daarvoor moeten we eerst door onze eigen weerstand tegen verandering heen, en daarna ook nog eens opboksen tegen de weerstand van onze omgeving die met ons moet leven. Want het is niet omdat wij willen veranderen dat zij dat ook willen. Zij werken dan tegen terwijl we hen nodig hebben om ons te steunen en te helpen veranderen.
Daarom mag je fruitmanden of gezonde maaltijden dus niet zomaar weghonen.
Jouw gezin wil misschien niet mee met je nieuwe liefde voor de kookboeken van Pascale Naessens, maar op het werk kan je wél gezondere keuzes maken en toch stappen zetten naar die nieuwe levensstijl.
Zo is het ook vaak voor rokers. Stoppen met roken is al een moeilijke keuze (denk maar aan de vrees voor gewichtstoename of humeurige dagen) en vaak een moeilijk proces, laat staan dat je met rokende huisgenoten samenwoont. Wie een stop-to-smoke campagne op de been wil zetten, maakt het misschien beter mogelijk (en promoot het) dat het gezin van de werknemer mee kan doen. De kosten die gemaakt worden voor niet-werknemers, zouden zo alsnog kunnen leiden naar een goede return-on-investment als de werknemer er op die manier wel in slaagt om zijn sigaret definitief te doven.
Laten we deze week dus maar eens gebruiken om na te denken over hoe wij kijken naar het spanningsveld tussen de werkvloer en het privéleven van onze werknemers. Op welke factoren zou jij willen werken om de HRPL in je organisatie te verbeteren en hoe breed zou je deze campagnes opentrekken buiten je eigen organisatie? En zat er nu eigenlijk nudging in deze column?
Ralf Caers
===
In zijn wekelijkse rubriek ‘Chili con Caers’ geeft Ralf Caers smaak aan de HR-actualiteit en roept hij op tot kritische reflectie





