Een automatiseerbare taak is nog geen bedreigde job

Wat 140 jaar Zweedse arbeidsmarktgeschiedenis ons leert over AI en werk

Ik lees bijna dagelijks voorspellingen over hoeveel jobs AI zal doen verdwijnen. Het ene percentage is nog nauwelijks verwerkt of het volgende duikt al op. Drie onderzoekers legden die voorspellingen naast 140 jaar Zweedse arbeidsmarktgeschiedenis. Hun bevindingen bieden een welkom tegengewicht voor het doemdenken: in 2019 oefende bijna zeven op de tien werknemers in Zweden een beroep uit waarvan de kern al vóór 1900 bestond. Intussen veranderde zowat alles aan de manier waarop zij dat beroep uitoefenen. Zweden is België niet en het verleden biedt geen garantie voor wat AI met onze jobs zal doen. Het onderzoek legt wel een denkfout bloot die in veel voorspellingen terugkomt: dat een job bedreigd is zodra technologie voldoende taken kan overnemen. Jobs blijken veel taaier. Wat er met hun inhoud, kwaliteit en leerkansen gebeurt, hebben organisaties voor een groot stuk zelf in handen.

Mensen worden niet aangeworven voor een inventaris van afzonderlijke taken. Een job bestaat ook uit kennis, verantwoordelijkheid, ervaring, relaties en context. Wanneer technologie enkele taken overneemt, verdwijnt die volledige bundel zelden mee. Meestal wordt ze herschikt. En toch beginnen nagenoeg alle voorspellingen over AI bij die taken. Onderzoekers brengen in kaart welk deel van een job door technologie uitgevoerd kan worden en vertalen dat potentieel vervolgens naar jobs die aan automatisering blootgesteld zijn. Zo belanden we al snel bij indrukwekkende percentages over mogelijk jobverlies.

Beroepen zijn hardnekkig

William Skoglund, Jakob Molinder en Kerstin Enflo kozen voor een andere benadering. Voor hun onderzoek reconstrueerden ze aan de hand van volkstellingen en administratieve gegevens de Zweedse arbeidsmarkt tussen 1880 en 2019. De auteurs lichtten hun bevindingen toe op VoxEU, het economische platform van het Centre for Economic Policy Research. Ze keken niet naar functietitels of afzonderlijke taken, maar naar de kernfunctie van beroepen. Een onderwijzer uit de negentiende eeuw behoort daardoor tot dezelfde beroepscategorie als een leerkracht vandaag. De dagelijkse praktijk veranderde grondig, de maatschappelijke functie bleef herkenbaar.

Dat bijna 70% van de Zweedse werknemers nog altijd in een beroep werkt waarvan de kern al vóór 1900 bestond, betekent allerminst dat er in 140 jaar weinig veranderde. De koetsier werd vrachtwagenchauffeur, de klerk kreeg een computer en de verpleegkundige werkt vandaag met technologie die anderhalve eeuw geleden ondenkbaar was. De taken veranderden soms volledig, maar het beroep bleef bestaan.

Ook een analyse van Amerikaanse gegevens wijst op veel meer continuïteit dan het debat over technologische verandering doorgaans laat vermoeden. Volgens de meetmethode van de onderzoekers vertegenwoordigden beroepen die sinds 1940 ontstonden in 2019 ongeveer 9% van de Amerikaanse werkgelegenheid. Gemeten in werknemers blijkt de arbeidsmarkt veel ouder dan een overzicht van nieuwe functietitels doet vermoeden.

Een te snelle rekensom

Deze studie maakt voorspellingen over automatiseerbare taken niet waardeloos, maar zet ze wel op hun plaats. Zulke voorspellingen tonen wat technologie technisch zou kunnen overnemen, niet wat organisaties vervolgens met jobs en medewerkers zullen doen. Een taak die AI kan uitvoeren, verdwijnt niet noodzakelijk morgen uit een job. Een taak die wel verdwijnt, sleept niet automatisch de volledige job mee. Omgekeerd kan een beroep onder dezelfde naam blijven bestaan terwijl de inhoud ervan ingrijpend verandert.

Dat betekent niet dat iedereen gerust achterover kan leunen. Sommige functies zullen krimpen of verdwijnen en niet elke medewerker zal even gemakkelijk naar ander werk kunnen overstappen. De sprong van “AI kan een deel van dit werk uitvoeren” naar “deze medewerker wordt overbodig” is alleen veel te groot.

Ook recent onderzoek naar het gebruik van AI-chatbots vindt voorlopig beperkte effecten op lonen en gewerkte uren. Dat biedt geen garantie voor de toekomst maar het laat wel zien dat technologische mogelijkheden en zichtbare veranderingen op de arbeidsmarkt niet hetzelfde tempo volgen.

Specialisatie houdt stand

De onderzoekers onderscheiden twee manieren waarop nieuwe beroepen ontstaan. Sommige komen rechtstreeks voort uit een technologie, zoals elektriciens en computerprogrammeurs. Andere groeien omdat organisaties en markten groter en complexer worden. Werk wordt verder opgesplitst en er ontstaan gespecialiseerde functies in onder meer logistiek, boekhouding en financiële dienstverlening.

Vooral die specialisatie blijkt duurzame werkgelegenheid op te leveren. Nieuwe technologie verhoogt de productiviteit en vergroot soms ook de markt. Daardoor ontstaat ruimte voor nieuwe expertise. De jobs die daaruit voortkomen, zitten niet noodzakelijk in de technologiesector zelf. Ze verschijnen ook in de organisaties en activiteiten die door de technologie veranderen.

Technologisch nieuw is bovendien niet automatisch waardevoller. De onderzoekers vinden geen afzonderlijke loonpremie voor nieuwe technologische beroepen. De arbeidsmarkt beloont vooral specialisatie en schaarse expertise.

Dat inzicht vind ik voor HR interessanter dan alweer een ranglijst van beroepen die door AI zouden verdwijnen. AI-plannen gaan vandaag vaak over efficiëntie: welke taken kunnen sneller, goedkoper of met minder mensen? Veel minder aandacht gaat naar het werk dat na die efficiëntiewinst overblijft. Worden jobs inhoudelijk rijker? Krijgen medewerkers ruimte om zich verder te specialiseren? Of verdwijnen vooral de behapbare taken en blijven tijdsdruk, uitzonderingen en complexe problemen achter?

Wie leert straks nog het vak?

Vooral over de positie van starters maak ik me echt wel zorgen. Eenvoudige en repetitieve taken zijn vaak de eerste kandidaten voor automatisering, ze vormen ook de ‘oefenzone’ waarin beginnende medewerkers een vak leren. Ze bouwen kennis op, leren patronen herkennen en krijgen gaandeweg complexere verantwoordelijkheden.

Als AI die eerste taken overneemt, verdwijnt een deel van de leerlijn. Ervaren professionals kunnen dankzij AI sneller en productiever werken, terwijl jongeren minder kansen krijgen om de ervaring op te bouwen die hen later tot expert maakt. De job blijft dan bestaan, maar de eerste trede van de loopbaanladder wordt smaller.

HR kan zich daarom beter niet blindstaren op voorspellingen over verdwijnende jobs. Het is veel interessant om nauwgezet te volgen wat er binnen jobs verandert. Welke taken vallen weg en welke komen erbij? Waar kunnen medewerkers nog ervaring opbouwen? Hoe groeien ze door? En wie krijgt toegang tot de gespecialiseerde functies die volgens dit onderzoek het meest duurzaam en het best betaald zijn?

Werk in beweging

De Zweedse gegevens lopen tot 2019, dat is dus vóór de grote doorbraak van generatieve AI. De onderzoekers tonen hoe beroepen eerdere technologische golven hebben doorstaan, maar ze kunnen niet voorspellen of deze golf hetzelfde verloop zal kennen.

Een beroep kan bovendien in de statistieken blijven bestaan terwijl de inhoud ervan verschraalt, de werkdruk stijgt of de toegang moeilijker wordt. Dat bijna zeven op de tien werknemers in een historisch oud beroep werken, zegt vooral hoeveel verandering beroepen kunnen absorberen.

Misschien zal AI minder jobs uitwissen dan gevreesd. Of medewerkers daar ook beter van worden, hangt mee af van de keuzes die organisaties vandaag maken. Productiviteitswinst kan ruimte scheppen voor meer vakmanschap, ontwikkeling en specialisatie. Maar ze kan het werk evengoed intensiever en smaller maken.

Een automatiseerbare taak is nog geen bedreigde job. Wat er van die job overblijft zodra AI een deel van het werk heeft overgenomen, verdient minstens evenveel aandacht als de zoveelste voorspelling over haar verdwijning, toch?

Schrijf je in op de wekelijkse HR-nieuwsbrief

LEES MEER

Schrijf je in op de #ZigZagHR-Nieuwsbrief

  • Iedere dinsdagochtend om 8u00 in jouw mailbox
  • Ideeën, inspiratie, best & next practices over (de toekomst van) HR
  • Waarmee jij aan de slag kan in jouw organisatie of HR team