Telewerk heeft een vaste plaats verworven op de Belgische arbeidsmarkt, maar is lang niet voor iedereen toegankelijk. Vooral de functie, de sector en het arbeidsregime bepalen wie geregeld van thuis uit kan werken. Dat blijkt uit een analyse van Group S bij 413.810 werknemers uit 18.097 ondernemingen.
Van de onderzochte werknemers maken er 19.401 gebruik van een telewerkformule. Dat komt overeen met 4,69%, tegenover 4,64% in 2025. Het aandeel blijft dus nagenoeg stabiel. Achter dat gemiddelde gaan wel grote verschillen schuil. Telewerk blijkt nog altijd sterk verbonden met het soort werk dat iemand doet en de sector waarin die persoon actief is.
Ruim vijf dagen per maand
Wie kan telewerken, doet dat gemiddeld 5,47 dagen per maand. Daarmee presteren telewerkers ongeveer een kwart van hun arbeidstijd thuis. De frequentie blijft vrij stabiel, wat erop wijst dat thuiswerk in veel organisaties geen uitzonderlijke regeling meer is, maar deel uitmaakt van een terugkerend werkritme.
Bij voltijdse werknemers komt telewerk duidelijk vaker voor dan bij deeltijders. In 2026 maakt 6,83% van de voltijdse werknemers gebruik van een telewerkformule, tegenover 2,62% van de deeltijdse werknemers. Voltijders hebben daarmee bijna drie keer vaker toegang tot telewerk.
Dat verschil hangt volgens Group S onder meer samen met de functies die beide groepen uitoefenen. Voltijdse jobs omvatten vaker administratieve, coördinerende of leidinggevende verantwoordelijkheden die gedeeltelijk op afstand kunnen worden uitgevoerd.
Vooral een zaak van bedienden
Het duidelijkste verschil loopt tussen bedienden en arbeiders. In 2026 telewerkt 9% van de bedienden, tegenover minder dan 1% van de arbeiders. Administratieve, ondersteunende en beheerstaken kunnen doorgaans gemakkelijker van thuis uit worden verricht dan werk in productie, logistiek, dienstverlening of op het terrein.
Telewerk is daardoor minder een algemeen werknemersvoordeel dan een mogelijkheid die nauw samenhangt met de inhoud van een job. Wie fysiek aanwezig moet zijn om het werk uit te voeren, blijft grotendeels buiten het hybride werkmodel vallen.
Financiële sector op kop
Ook tussen sectoren zijn de verschillen groot. In de financiële sector maakt 41% van de werknemers gebruik van telewerk. Daarmee blijft de sector nipt voor gas en elektriciteit, waar het aandeel 39% bedraagt. In de chemie- en petroleumsector gaat het om 19%.
De financiële sector valt bovendien op door de intensiteit van het telewerk. Gemiddeld wordt er 40% van de arbeidstijd thuis gepresteerd. In de distributiesector is dat 36% en in de gas- en elektriciteitssector 34%.
Aan de andere kant van het spectrum staan sectoren zoals horeca, sport en vrije tijd. Omdat het werk daar meestal rechtstreeks contact met klanten, bezoekers of infrastructuur vereist, blijft telewerk er uitzonderlijk.
Vrouwen telewerken iets vaker
Bijna 6% van de vrouwelijke werknemers telewerkt, tegenover 4% van de mannen. Group S brengt dat verschil eveneens in verband met de verdeling van functies op de arbeidsmarkt. Vrouwen werken vaker in administratieve en ondersteunende jobs die zich gemakkelijker tot telewerk lenen.
Zodra werknemers toegang hebben tot telewerk, verschilt de manier waarop vrouwen en mannen daarvan gebruikmaken nauwelijks. Het verschil lijkt dus vooral voort te komen uit de functies waarin ze werken, en minder uit de keuzes die ze maken zodra telewerk mogelijk is.
Veertigers vormen de grootste groep
Werknemers tussen 40 en 49 jaar laten met bijna 6% het hoogste aandeel telewerkers optekenen. Daarna volgen de 50- tot 59-jarigen met 5% en de 60- tot 69-jarigen met 4%.
Bij jongere werknemers ligt het aandeel lager. Zij werken vaker in operationele of uitvoerende functies en bevinden zich geregeld nog in een opleidings- of inwerkfase, waardoor aanwezigheid op de werkvloer belangrijker blijft.
Middelgrote ondernemingen voorop
Opvallend is dat telewerk niet het vaakst voorkomt in de grootste ondernemingen. Organisaties met 100 tot 199 werknemers halen met 8% het hoogste aandeel telewerkers. Bij ondernemingen met 20 tot 49 werknemers en bij organisaties met 50 tot 99 werknemers bedraagt dat telkens 6%.
Middelgrote organisaties lijken zo een werkbaar evenwicht te vinden tussen flexibiliteit en samenwerking op de werkvloer.
Telewerk blijft selectief
Het profiel dat uit de analyse naar voren komt, is vrij duidelijk. De Belgische telewerker is vaker een voltijdse bediende, doorgaans tussen 40 en 59 jaar oud en actief in een administratieve, ondersteunende of coördinerende functie. De kans op telewerk is het grootst in de financiële sector en in een middelgrote onderneming.
Telewerk heeft zich dus gevestigd op de Belgische arbeidsmarkt, maar de toegang blijft ongelijk verdeeld. Niet leeftijd of gender op zich geeft daarbij de doorslag. Vooral de sector, de functie en de mogelijkheid om het werk los van een vaste werkplek te organiseren, bepalen wie deelneemt aan het hybride werkmodel.





