Brandstof duurder, kilometervergoeding hoger? Niet noodzakelijk

In de Kamer werd een wetsvoorstel neergelegd dat werkgevers fiscaal aanmoedigt om hun tussenkomst voor woon-werkverplaatsingen tijdelijk te verhogen. Maar betekent dat ook dat werknemers automatisch méér krijgen op hun rekening? Katty Kerkhofs, Legal Expert bij Partena Professional, ontkracht het misverstand en beantwoordt de meest gestelde vragen.

Krijg ik nu automatisch een hogere kilometervergoeding?

“Nee. Dat is meteen het grootste misverstand”, zegt Katty Kerkhofs. “De tijdelijke energiemaatregelen geven de werkgever een fiscaal duwtje in de rug om méér tussen te komen. Maar het blijft een mogelijkheid, geen verplichting. Werknemers krijgen er dus geen afdwingbaar recht bij.”

Het gebruik van een privéwagen voor woon-werkverkeer geeft in principe sowieso geen automatisch recht op een tussenkomst van de werkgever. Een tussenkomst is enkel verplicht als daarover afspraken bestaan in de arbeidsovereenkomst, een ondernemingsakkoord of een sectorale cao die algemeen verbindend is verklaard.

Wat houdt het wetsvoorstel concreet in?

Het wetsvoorstel voorziet een fiscale compensatie onder de vorm van een belastingkrediet voor werkgevers die tussen 1 mei 2026 en 31 juli 2026 hun vergoeding voor woon-werkverplaatsingen verhogen.

Om in aanmerking te komen voor de recuperatie via een tijdelijk belastingkrediet, moet de verhoging aan specifieke voorwaarden voldoen.

De verhoging van de woon-werkvergoeding:

  • moet blijken uit het positieve verschil met de referentievergoeding (bedrag per kilometer in april 2026);
  • heeft betrekking op woon-werkverplaatsingen in de maanden mei, juni en/of juli;
  • wordt uiterlijk op 31 oktober 2026 betaald of toegekend; moet schriftelijk vastgelegd zijn.

Het bedrag van datbelastingkrediet is gelijk aan de verhoging die de werkgever betaalt, maar is beperkt tot 20% van de referentievergoeding (woon-werk vergoeding betaald in april 2026) met een maximumbedrag van 0,10 euro per kilometer. Werkgevers die vóór 1 mei 2026 nog géén tussenkomst voorzagen, kunnen óók van het krediet genieten, op voorwaarde dat ze een nieuwe vergoeding invoeren van minstens 0,10 euro per kilometer.

Daarnaast wordt het plafond van de driemaandelijks geïndexeerde kilometervergoeding voor beroepsverplaatsingen herzien voor de periode april tot juni 2026. Sinds 1 april bedraagt die 0,4327 euro per kilometer; dat bedrag zal naar boven worden bijgesteld.

Voor welke voertuigen geldt deze tijdelijke maatregel?

  • De maatregel geldt voor woon-werkverplaatsingen met: een privévoertuig;
  • een bedrijfswagen zonder tankkaart;
  • zowel benzine, diesel, elektrische of hybride wagens;
  • motorfietsen;
  • bestelwagens.

Ook vergoedingen aan werknemers die carpoolen komen in aanmerking.

Wat verandert er aan afspraken op sectorniveau?

Niets. De sectorale regels blijven onverkort gelden en kunnen sterk verschillen. “In veel paritaire comités bestaan cao’s die voorzien in een tegemoetkoming voor verplaatsingen met privévervoermiddelen. Die sectorale regels moeten eventueel gecombineerd worden met gunstigere afspraken op ondernemingsniveau of in de individuele arbeidsovereenkomst”, verduidelijkt Katty Kerkhofs.

Wil de werkgever genieten van het het belastingkrediet voor de bijkomende toegekende verhoging dan zal deze verhoging schriftelijk moeten vastleggen. Dat kan in een cao zijn, in het arbeidsreglement of in een (addendum aan de) individuele arbeidsovereenkomst. De verhoging kan ook blijken uit een interne communicatie via e-mail, intranet, …

Kan een werkgever beslissen om de kilometervergoeding te verhogen?

“Wanneer een werkgever vandaag een kilometervergoeding hanteert die lager ligt dan de sociale en fiscale grensbedragen, kan hij ervoor kiezen om een hogere vergoeding toe te kennen”, verklaart Katty Kerkhofs van Partena Professional. “Wel opletten: die verhoging kan niet hoger liggen dan de sociaal en fiscaal aanvaarde grensbedragen.”

Wat verandert er specifiek voor beroepsverplaatsingen?

Voor beroepsverplaatsingen geldt een ander principe dan voor woon-werkverkeer: de werkgever moet de kosten dragen, tenzij hij zelf een voertuig en brandstof ter beschikking stelt. “De werkgever kan ofwel de werknemer terugbetalen op basis van de werkelijke kosten, maar dan moet hij die uitgaven verantwoorden, ofwel de door de fiscus en de RSZ aanvaarde forfaitaire bedragen toepassen. In de praktijk wordt meestal voor het forfait gekozen”, verduidelijkt Katty Kerkhofs.

Voor de periode april tot juni 2026 zal het kilometerbedrag voor elke maand afzonderlijk worden berekend volgens een aangepaste formule. Hierdoor kan men beter rekening houden met de recente prijsevoluties in plaats met de prijs aan de pomp van 2 kwartalen geleden. Het Koninklijk besluit met de aangepaste formule is op 26 mei 2026 in het staatsblad verschenen evenals de omzendbrief met aangepaste bedrag voor april 2026 dat 0,4571 EUR bedraagt.

Zijn de officiële tarieven vaste bedragen of maxima?

“Die bedragen zijn sociale en fiscale grensbedragen. Ze gelden dus als maximumbedrag dat als onkostenvergoeding wordt aanvaard”, verduidelijkt Katty Kerkhofs. “Dat betekent ook dat een werkgever perfect een lager tarief kan toepassen. In dat geval kan hij beslissen om zijn tussenkomst op te trekken, zolang hij binnen die grensbedragen blijft.”

Het gaat bovendien om all-inforfaits: ze dekken onder meer brandstof, onderhoud en verzekering.

Volgt de kilometervergoeding automatisch de stijgende brandstofprijzen?

“Alleen als jouw werkgever het officiële tarief volgt. In de privésector is dat niet verplicht, tenzij de sector dit oplegt”, zegt Katty Kerkhofs. “Een werkgever kan ook een eigen, lager of vast tarief hanteren. Hanteert hij vandaag een lager tarief, dan kan hij kiezen om dat te verhogen naar aanleiding van de gestegen brandstofkosten – maar dat blijft zijn keuze.”

Sinds 1 oktober 2022 wordt de kilometervergoeding wel elk kwartaal geïndexeerd, om sneller te kunnen inspelen op schommelingen in de brandstofprijzen.

Wat onthoud je als werknemer?

Stijgende brandstofprijzen betekenen niet dat elke werknemer automatisch een hogere kilometervergoeding krijgt:
Voor woon-werkverkeer hangt het af van de afspraken in de onderneming of sector. Het nieuwe wetsvoorstel geeft werkgevers een fiscaal voordeel als ze hun tussenkomst verhogen tussen 1 mei en 31 juli 2026 en uiterlijk tegen 31oktober 2026 toekennen, maar verplicht hen tot niets.

Voor beroepsverplaatsingen moet de werkgever de kosten wel dragen, behalve wanneer hij zelf voertuig en brandstof voorziet. Het plafond voor deze periode wordt naar boven herzien. Voor deze verhoging lijkt geen compensatie via een belastingkrediet voorzien te worden.

“De maatregelen geven de werkgevers de mogelijkheid hogere kilometervergoedingen toe te kennen, maar ze zijn dat niet verplicht”, besluit Katty Kerkhofs. “Werknemers zullen zelf het gesprek moeten aangaan met hun werkgever, al dan niet binnen de sociale overlegstructuren.”

Schrijf je in op de wekelijkse HR-nieuwsbrief

Ook interessant

LEES MEER

Schrijf je in op de #ZigZagHR-Nieuwsbrief

  • Iedere dinsdagochtend om 8u00 in jouw mailbox
  • Ideeën, inspiratie, best & next practices over (de toekomst van) HR
  • Waarmee jij aan de slag kan in jouw organisatie of HR team