Waarom motivatie de dragende kracht is van performante organisaties
Organisaties investeren al jaren in motivatie en welzijn, maar initiatieven hebben doorgaans weinig blijvende impact. Wat ontbreekt, is samenhang en een fundamenteel begrip van wat motivatie écht drijft. Met Truss, een spin-off van KU Leuven, willen de vier oprichters, professor Anja Van den Broeck, HR-expert Annelies Baelus, pedagoog en coach Wouter Goolaerts en professor Chris Wuytens, daar verandering in brengen. Motivatie is volgens hen een fundament voor duurzame prestaties en performante organisaties. Wat begon met veel koffie en goesting, groeide uit tot een samenwerking tussen wetenschap en praktijk met een duidelijke ambitie: organisaties helpen bouwen op de motivatie van hun mensen.

Het begon met (veel) koffie
Het idee voor Truss is begonnen met koffie en veel goesting”, vertelt Anja Van den Broeck. Die koffies brachten vier profielen samen die elk vanuit hun eigen achtergrond met motivatie bezig waren, in academisch onderzoek, HR-praktijk, leiderschap en organisatieontwikkeling. “We delen de frustratie dat motivatie zelden structureel aangepakt wordt. Je kan wel zeggen dat je een cultuur van vertrouwen hebt. Maar als je processen dat niet weerspiegelen, dan valt dat terug plat.”
Tegelijk groeit de druk op organisaties. In Vlaanderen is de arbeidsmarkt de voorbije jaren sterk verstrakt. In 2024 waren er nog slechts 2,6 werkzoekenden per vacature, tegenover 5,3 in 2017. In die context wordt motivatie een kritische succesfactor. “Medewerkers die gemotiveerd zijn, vallen minder uit, presteren beter en blijven langer.”
Vier profielen, één missie
De kracht van Truss zit in de complementariteit van de oprichters. Elk brengt een ander perspectief binnen, maar allemaal vertrekken ze vanuit de overtuiging dat motivatie de motor is van organisaties. Anja Van den Broeck brengt de wetenschap. Als professor aan KU Leuven doet ze al meer dan twintig jaar onderzoek naar werkmotivatie en behoort ze tot de internationale top binnen de zelfdeterminatietheorie. Chris Wuytens vormt samen met haar de brug naar de praktijk. Hij startte als ingenieur, verdiepte zich later in samenwerking en motivatie en doctoreerde op het thema. Tijdens dat traject kwam hij in contact met Van den Broeck, die hem begeleidde. Wouter Goolaerts brengt expertise in leren en leiderschap. Als pedagoog en coach focust hij op hoe organisaties context creëren waarin mensen kunnen groeien. Annelies Baelus brengt de HR-praktijk en de vertaalslag naar systemen. Ze zag hoe motivatie vaak blijft steken in intenties of opleidingen zonder blijvende impact.
De wetenschap achter motivatie
De inhoudelijke ruggengraat van Truss is de zelfdeterminatietheorie (SDT), een van de meest onderbouwde motivatietheorieën binnen de psychologie. Die theorie vertrekt vanuit het uitgangspunt dat mensen optimaal functioneren wanneer drie basisbehoeften vervuld zijn:
- Autonomie, de mate waarin mensen zich eigenaar voelen van hun gedrag
- Competentie, het gevoel effectief en bekwaam te zijn
- Verbondenheid, het gevoel dat je deel uitmaakt van een geheel
Wanneer die behoeften vervuld zijn, ontstaat autonome motivatie: motivatie die vertrekt vanuit interesse of overtuiging, in plaats van druk of controle. Onderzoek toont dat die vorm van motivatie samenhangt met betere prestaties, meer welzijn, meer leerbereidheid en minder uitval. Wanneer die behoeften gefrustreerd worden, gebeurt het omgekeerde. Motivatie gaat dus niet over motivatie creëren, maar over de context waarin mensen werken.
Van theorie naar praktijk
Die inzichten zijn niet nieuw. Maar wat ontbreekt, is de vertaling naar organisaties. Wetenschap biedt duidelijke inzichten, maar wordt zelden toegepast in concrete organisatiecontexten. Omgekeerd nemen organisaties beslissingen over motivatie vaak op basis van intuïtie of trends. En daar wil Truss het verschil maken. Binnen Truss komt die brug concreet tot stand in de samenwerking tussen de oprichters. De academische kennis van Van den Broeck wordt gekoppeld aan de praktijkervaring van Wuytens, Goolaerts en Baelus. Zo ontstaat geen theoretisch model, maar een werkbare aanpak.
Welzijn = performance
Een van de belangrijkste inzichten die uit de combinatie van wetenschap en praktijk voortkomt, is dat welzijn en prestaties geen tegenstelling zijn. “Ik dacht vroeger dat als je goed zorgt voor mensen, dat dat ten koste gaat van performance. Maar eigenlijk versterken ze elkaar”, zegt Chris Wuytens. Veel organisaties blijven impliciet denken in trade-offs: ofwel focus op resultaten, ofwel focus op mensen. De zelfdeterminatietheorie toont net het tegenovergestelde: contexten die autonomie, competentie en verbondenheid ondersteunen, leiden tot betere resultaten én meer welzijn. Motivatie wordt zo de verbindende factor tussen beide.
Motivatie in de praktijk
De echte uitdaging ligt in de toepassing. Motivatie vertalen naar gedrag, processen en systemen. Voor Wouter Goolaerts begint dat bij gedrag. “Hoe ga je in gesprek op een manier die mensen motiveert om ermee aan de slag te gaan?” Motivatie zit volgens hem in dagelijkse interacties. “Het kan heel eenvoudig beginnen. Gewoon ’s morgens goedemorgen zeggen. Dat wordt vaak onderschat.”
Voor Annelies Baelus ligt de focus op systemen. Motivatie moet duurzaam zijn tot in je processen. In je beloningsbeleid, in je performance management.” Motivatie wordt pas geloofwaardig wanneer woorden en systemen op elkaar afgestemd zijn.
Alles moet kloppen
Motivatie wordt pas geloofwaardig wanneer ze consistent is in gedrag, leiderschap én systemen. Daarom werkt Truss op drie niveaus: medewerkers, leidinggevenden en organisatieprocessen. Via opleiding en coaching helpen ze medewerkers om de zinvolheid van hun job te zien. Leidinggevenden leren ze hoe ze doelen motiverend kunnen stellen. En ze kijken ook naar processen: ondersteunen die motivatie of werken ze net tegen?”
Die drie niveaus zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Als één van de drie niet klopt, valt het geheel uiteen. Daarom vertrekt Truss altijd vanuit analyse. “Ofwel werken we met data van de organisatie, ofwel meten we zelf.” En belangrijk: ze blijven betrokken bij de implementatie. “Zo zijn we zeker dat het maximale uit onze oplossingen wordt gehaald.”
Waarom Truss
De naam Truss vat hun visie ook samen. Een truss is een dragende structuur in de bouw: licht, maar sterk. “Een constructie waarop je veel kan bouwen, zonder dat het zwaar wordt.” En dat is ook wat ze willen zijn voor organisaties: een fundament, een ondersteunende structuur en een manier om samen te bouwen
Verankerd in KU Leuven
Truss is een spin-off van KU Leuven. Dat betekent dat het initiatief voortbouwt op jaren onderzoek en expertise uit onder andere KU Leuven, VUB en UCLL. Het traject werd begeleid door KU Leuven Research & Development (LRD). Vandaag werkt Truss al met organisaties uit verschillende sectoren, van overheid tot industrie. De ambitie is om een nieuwe standaard te zetten in hoe organisaties met motivatie omgaan.






