Twintig jaar na de start van een ingrijpende hervorming van de arbeidsorganisatie is langdurige uitval door chronische werkstress vrijwel verdwenen. De laatste gespecialiseerde burn-outkliniek sluit binnenkort haar deuren. De Belgische aanpak krijgt wereldwijd navolging.
Brussel, 25 oktober 2046 – België heeft voor het vijfde opeenvolgende jaar geen nieuwe gevallen van werkgerelateerde burn-out geregistreerd. Dat blijkt uit het jaarlijkse gezondheidsrapport. Een historische mijlpaal voor een land waar psychische problemen en langdurige arbeidsongeschiktheid twintig jaar geleden nog tot de grootste maatschappelijke uitdagingen behoorden.
De resultaten zijn het gevolg van een fundamentele verandering in de manier waarop organisaties werk ontwerpen, prestaties beoordelen en omgaan met werkdruk. De laatste Belgische kliniek die uitsluitend gespecialiseerd is in de behandeling van burn-out, heeft aangekondigd haar activiteiten stop te zetten. Het personeel wordt ingezet voor onderzoek naar nieuwe arbeidsgerelateerde gezondheidsrisico’s.
Van individuele veerkracht naar gezond werk
De ommekeer begon in 2026, toen een brede coalitie van werkgevers, werknemersorganisaties, onderzoekers en beleidsmakers besloot om de oorzaken van chronische werkstress systematisch aan te pakken. Tot dan lag een groot deel van de aandacht op het versterken van individuele veerkracht, het herkennen van signalen en het begeleiden van medewerkers die dreigden uit te vallen.
De nieuwe aanpak vertrok vanuit een ambitieuzer uitgangspunt: werk zo organiseren dat langdurige overbelasting zo veel mogelijk wordt voorkomen. Werkdruk, autonomie, herstelmogelijkheden, sociale ondersteuning en de kwaliteit van leidinggeven werden centrale criteria bij het ontwerpen van jobs en organisaties. Dat leidde tot ingrijpende veranderingen. Organisaties begonnen niet alleen hun welzijnsbeleid, maar ook hun doelstellingen, personeelsbezetting, werkprocessen en leiderschapsmodellen te herzien.
Welzijn verdwijnt als afzonderlijk HR-domein
De hervorming betekent ook het einde van welzijn als afzonderlijke HR-discipline. Waar organisaties vroeger beschikten over aparte welzijnsprogramma’s, preventiecampagnes en veerkrachttrainingen, maakt de gezondheid van medewerkers vandaag integraal deel uit van iedere belangrijke beslissing over werk.
Bij nieuwe projecten wordt vooraf onderzocht welke gevolgen de geplande werkorganisatie heeft voor de fysieke en mentale belasting van medewerkers. Ook leidinggevenden worden beoordeeld op de manier waarop ze werk verdelen, prioriteiten stellen en duurzame prestaties mogelijk maken. HR speelt daarin een centrale rol, samen met preventieadviseurs, arbeidsartsen, onderzoekers en de medewerkers zelf.
Een economische en maatschappelijke omwenteling
De gevolgen reiken verder dan de werkvloer. De uitgaven voor langdurige arbeidsongeschiktheid zijn sterk gedaald, de arbeidsdeelname is gestegen en de druk op de gezondheidszorg is aanzienlijk verminderd. Ook de relatie tussen prestaties en welzijn is veranderd. Organisaties beschouwen structurele overbelasting niet langer als een onvermijdelijk gevolg van ambitie of economische concurrentie.
In het Nationaal Arbeidsarchief wordt binnenkort een tentoonstelling geopend over de geschiedenis van burn-out. Een van de blikvangers is een affiche uit 2026 waarop medewerkers worden aangemoedigd om hun veerkracht te versterken. Voor jonge bezoekers is het moeilijk te begrijpen waarom organisaties destijds zo veel investeerden in het leren omgaan met werkdruk, terwijl de oorzaken ervan vaak onaangeroerd bleven.
Dit nieuwsbericht is twintig jaar te vroeg
Dit bericht is fictief. België heeft de burn-outproblematiek niet opgelost en het verdwijnen van alle nieuwe burn-outgevallen is geen wetenschappelijke voorspelling. Ik schreef dit stuk naar aanleiding van de keynote van ruimtevaartingenieur Stijn Ilsen voor de CHRO Community van #ZigZagHR. Ilsen introduceerde er de Future Press Release: een oefening waarbij je vandaag het nieuwsbericht schrijft dat je over twintig jaar zou willen publiceren.
Het uitgangspunt is ‘belachelijk ambitieus’. In plaats van te vertrekken van wat vandaag haalbaar lijkt, beschrijf je eerst een toekomst die vrijwel onmogelijk klinkt. Vervolgens onderzoek je welke veranderingen nodig zouden zijn om die toekomst werkelijkheid te maken. Ik koos voor een België zonder nieuwe burn-outgevallen.
Over de haalbaarheid of wenselijkheid van dat scenario kun je uitgebreid discussiëren. Maar daarmee zouden we voorbijgaan aan de bedoeling van de oefening. Het gaat er niet om of we in 2046 werkelijk nul burn-outs kunnen bereiken. Het gaat erom wat er gebeurt wanneer we onze ambities radicaal vergroten. Wie als doel stelt om burn-out met tien procent terug te dringen, zal wellicht zoeken naar betere preventieprogramma’s, vroegere detectie en efficiëntere begeleiding. Wie zich een samenleving zonder burn-out probeert voor te stellen, wordt uitgedaagd om veel fundamentelere vragen te onderzoeken over de organisatie van werk.
De inhoud van het toekomstscenario is bijzaak. De denkoefening is de essentie.





