47% gelooft in re-integratie, maar contact met zieke medewerkers blijft moeilijk
Bijna de helft van de Belgische kmo’s ziet meerwaarde in de re-integratie van langdurig zieke werknemers. Toch blijkt de praktische invulling daarvan niet evident: 43% van de werkgevers vindt het moeilijk om tijdens een ziekteperiode contact op te nemen met een werknemer, hoewel 39% ervan overtuigd is dat tijdig contact een snellere terugkeer naar het werk kan ondersteunen. Ook de financiële impact van langdurige afwezigheid houdt bijna de helft van de kmo’s bezig. Ziekte tijdens vakantie zorgt dan weer voor extra druk op de planning omdat de vrijgekomen vakantiedagen later opnieuw moeten worden opgenomen. Dat blijkt uit een bevraging van SD Worx bij 413 Belgische kmo’s in september 2026.
Bijna helft van de kmo’s gelooft in re-integratie
Langdurige ziekte blijft een belangrijke uitdaging voor Belgische werkgevers. Toch blijkt uit het onderzoek dat veel kmo’s bereid zijn om medewerkers na een langdurige afwezigheid opnieuw een plaats te geven binnen de organisatie. Bijna de helft van de werkgevers (47%) gaat akkoord met de stelling dat het de moeite loont om langdurig zieke medewerkers opnieuw te integreren, eventueel in een aangepaste functie. Één op vier werkgevers (26%) deelt die overtuiging niet. Een even grote groep neemt hierover geen uitgesproken standpunt in.
“Dat is een positief signaal”, zegt Anneleen Verstraeten, kmo-expert bij SD Worx. “Werkgevers kijken niet uitsluitend naar de afwezigheid zelf, maar ook naar de mogelijkheden om medewerkers opnieuw duurzaam aan het werk te krijgen. Zeker in een arbeidsmarkt waar ervaring en expertise waardevol zijn, loont het om te zoeken naar manieren waarop werknemers opnieuw kunnen aansluiten bij de organisatie.”

De bereidheid tot re-integratie ligt het hoogst in Vlaanderen (56%), tegenover 39% in Brussel en 34% in Wallonië.
Contact houden tijdens ziekte: makkelijker gezegd dan gedaan
Bijna vier op de tien werkgevers (39%) geloven dat tijdig contact een snellere terugkeer naar het werk kan ondersteunen. Drie op tien blijft neutraal en een even grote groep ziet contactname niet leiden tot een snellere terugkeer.
Tegelijk zijn de meningen verdeeld over de praktische haalbaarheid van contact tijdens een afwezigheid wegens ziekte. Zo geeft 43% van de werkgevers aan dat ze het moeilijk vinden om contact op te nemen met een zieke medewerker, terwijl 38% dat net niet als een drempel ervaart. Eén op vijf neemt hierover een neutrale positie in.
Anneleen Verstraeten van SD Worx: “De resultaten tonen dat kmo-werkgevers het belang van contact tijdens ziekte erkennen, maar niet altijd weten waar de juiste balans ligt. Ze willen betrokken blijven en de verbinding met de werkvloer behouden, terwijl ze tegelijk respectvol willen omgaan met het herstelproces van de medewerker. Voor veel werkgevers blijft het een zoektocht naar de grens tussen oprechte betrokkenheid en het risico om als controlerend of opdringerig te worden ervaren.”
Helft kmo’s bezorgd eerste extra factuur
Bijna de helft van de kmo’s, 48%, kijkt met bezorgdheid uit naar de eerste extra factuur voor werknemers die langer dan één maand ziek waren. Het gaat om de bijdrage van 30% van de ziekte-uitkering die het ziekenfonds of het RIZIV betaalt tijdens de 2e en 3e maand ziekte. Slechts 17% maakt zich daar geen zorgen over, terwijl ruim een derde een neutrale houding aanneemt.
Opvallend is dat die bezorgdheid leeft bij kmo’s van uiteenlopende omvang. Dus ook bij werkgevers voor wie deze maatregel vandaag niet rechtstreeks van toepassing is.
“De nieuwe responsabiliseringsbijdrage maakt de kost van langdurige ziekte voor werkgevers vanaf 50 werknemers zichtbaarder. Uit onze bevraging blijkt dat de financiële bezorgdheid veel breder leeft. Ook voor kleinere kmo’s kan een langdurige afwezigheid een stevige impact hebben omdat werk moet worden herverdeeld, vervanging niet altijd evident is en de druk op de rest van het team toeneemt”, zegt Anneleen Verstraeten, kmo-adviseur bij SD Worx.
Herfstvakantie voor de deur
Verzuimbeleid beperkt zich vandaag niet tot langdurige afwezigheden. Ook ziekte tijdens vakantie vraagt van werkgevers de nodige opvolging en planning. Daarom bevroeg SD Worx kmo’s ook over hun ervaringen met ziektemeldingen tijdens vakantieperiodes.
In Vlaanderen kreeg dit jaar ongeveer één op vijf kmo’s (22%) ermee te maken. Dat is een duidelijke daling tegenover vorig jaar, toen één op drie Vlaamse kmo’s hiermee werd geconfronteerd. In Brussel bleef het aandeel beperkt tot 16%,terwijl in Wallonië één op drie kmo’s (33%) ermee te maken kreeg.
Gemiddeld meldde ongeveer 3% van de werknemers zich ziek tijdens een vakantieperiode. Achter dat gemiddelde gaan opnieuw regionale verschillen schuil. In Vlaanderen en Wallonië meldde gemiddeld 3% van de werknemers zich ziek tijdens de vakantie. Brussel laat een ander beeld zien: daar loopt het aandeel op tot bijna 7%. Ook ten opzichte van vorig jaar valt een opmerkelijke verschuiving op. In 2025 meldde nog 6% van de werknemers in Vlaamse kmo’s zich ziek tijdens vakanties, tegenover 3% in Brussel. In 2026 is er voor Vlaanderen dus een daling en in Brussel een stijging.
Per getroffen werknemer moesten gemiddeld vijf vakantiedagen opnieuw worden vrijgemaakt om later op te nemen. Dat cijfer blijft stabiel.
Over de studie
De SD Worx kmo-bevraging is de 66ste kwartaalmeting bij Belgische kmo’s. Het veldwerk liep van 10 tot 25 september 2026. In totaal vulden 413 kmo’s met minder dan 250 werknemers de vragenlijst volledig in. Om representatief te zijn voor de Belgische kmo’s werden de resultaten gewogen naar grootteklasse van de onderneming en naar gewest (Wallonië/Brussels Hoofdstedelijk Gewest) of provincie (Vlaanderen). De maximale weegfactor bedraagt 3, zoals gangbaar in marktonderzoek, en is in de overgrote meerderheid van de gevallen lager dan 2. De foutenmarge bedraagt 4,8% bij een betrouwbaarheidsniveau van 95%.





