De duurzaamste woon-werkverplaatsing is de verplaatsing die je niet maakt

De Week van de Mobiliteit stelde traditiegetrouw in vraag hoe we ons duurzamer kunnen verplaatsen: met de fiets, de trein, het openbaar vervoer of een elektrische wagen. Een andere vraag bleef ook dit jaar liggen: moeten we ons wel elke dag zo ver verplaatsen?

Ondanks onze beperkte oppervlakte is België Europees kampioen woon-werkverkeer. Gemiddeld zijn we 61 minuten per dag onderweg van en naar het werk. Eerder deze maand becijferde EY dat de verplichte uitbreiding van het mobiliteitsbudget de overheid tot 1 miljard euro aan inkomsten kan kosten. Het illustreert hoe intensief we nadenken over de manier waarop werknemers zich naar hun werk verplaatsen.

Maar terwijl we rapport na rapport opstellen over bedrijfswagens, treinabonnementen of fietsleasings, komt een fundamentele vraag niet in het debat voor: waarom moeten zoveel werknemers nog elke dag tientallen kilometers malen naar hun werk? We organiseren het woon-werkverkeer anders. We verminderen de afstand niet.

Duurzamer richting hetzelfde eindpunt

Een autorit wordt een treinrit, de bedrijfswagen wordt elektrisch. Wie weet gaat het in 2030 over zelfrijdende wagens. Maar het eindpunt blijft hetzelfde: een kantoor, tientallen kilometers van huis. Liefst in de buurt van de Brusselse of Antwerpse ring. Die afstand doet elke dag onze wegen en sporen kraken, en kost werknemers én bedrijven tijd. De harde kern van 1 op de 8 Belgische werknemers is twee uur of meer onderweg.

Kantoorwerk kan vandaag op verschillende plekken plaatsvinden, maar ons mobiliteitsmodel blijft draaien rond één centrale locatie. Fysiek overleg blijft belangrijk, maar hoe vaak werknemers daarvoor naar kantoor komen en waar dat kantoor ligt, zijn keuzes. En die keuzes bepalen hoeveel kilometers werknemers maken, en hoeveel tijd die werknemers verliezen aan verplaatsingen.

Mobiliteitsbeleid is niet alleen een zaak van de overheid

Wie beslist waar mensen werken, beslist ook hoeveel kilometers ze afleggen. Bedrijven die hun kantoor centraliseren of medewerkers meerdere dagen naar het hoofdkantoor laten komen, creëren zelf extra woon-werkverkeer. Minder pendelen betekent niet dat iedereen vijf dagen per week aan de keukentafel moet werken. Het betekent dat niet elke werkdag een pendeldag hoeft te zijn.

Mobiliteitsbeleid moet zich daarom verplaatsen van puur de manier waarop werknemers zich verplaatsen. Ook de manier waarop werkgevers het werk organiseren, bepaalt hoeveel verplaatsingen er nodig zijn. De afstand tussen wonen en werken verdient een plaats in het mobiliteitsbeleid, naast de keuze van het vervoermiddel.

België hoeft voor mijn part zijn titel van Europees pendelkampioen niet te verdedigen. De duurzaamste woon-werkverplaatsing is de verplaatsing die je niet maakt.

Gastblog geschreven door Kevin Van den Bosch, Country Manager bij IWG Belux en voorzitter van de Belgian Workplace Association

Schrijf je in op de wekelijkse HR-nieuwsbrief

LEES MEER

Schrijf je in op de #ZigZagHR-Nieuwsbrief

  • Iedere dinsdagochtend om 8u00 in jouw mailbox
  • Ideeën, inspiratie, best & next practices over (de toekomst van) HR
  • Waarmee jij aan de slag kan in jouw organisatie of HR team