De arbeidsmarkt vervrouwelijkt sneller dan het werk

Voor het nieuwe #ZigZagHR Bookazine dook ik in de feminisering van de arbeidsmarkt. Ik sprak met onderzoekers die de cijfers achter de historische inhaalbeweging duiden, met experts die bestuderen wat zorg doet met onze loopbaan en ons brein, met professionals die werken rond armoede en ondernemerschap, en met een filosoof die onderzoekt wiens kennis op het werk werkelijk wordt gehoord. Samen vertellen ze een verhaal van spectaculaire vooruitgang. Vrouwen veranderden niet alleen wie werkt, maar ook onze kijk op arbeidsduur en loopbanen. Wie iets langer bij die vooruitgang blijft stilstaan, ziet ook waar de volgende inhaalbeweging zich zal afspelen: in de manier waarop we jobs ontwerpen, zorg verdelen, talent herkennen en kennis waarderen.

De succesvolste arbeidsmarktontwikkeling

Jan Denys noemt de vervrouwelijking de succesvolste arbeidsmarktontwikkeling van de voorbije halve eeuw. In 1974 bedroeg de Belgische werkzaamheidsgraad van vrouwen minder dan 40 procent. Vandaag is dat bijna 70 procent. Jonge vrouwen studeren gemiddeld langer, raken na hun studies sneller aan het werk en beginnen hun loopbaan vandaag zelfs sterker dan jonge mannen. We spreken bij die historische vooruitgang gemakkelijk over de intrede van vrouwen op de arbeidsmarkt. Helemaal juist is dat niet. België telde in 1910 al meer dan een miljoen werkende vrouwen. Denys spreekt daarom liever over een herintrede.

Arbeidseconoom Morien El Haj helpt verklaren waarom die nodig was. De U-curve van Nobelprijswinnares Claudia Goldin toont dat vrouwen vóór de industrialisering vaak economisch actief waren op boerderijen, in ateliers en in familiebedrijven. Veel van dat werk bleef buiten de statistieken. Statistieken hadden blijkbaar toen ook al blinde vlekken. Met de industrialisering verhuisde betaald werk naar fabrieken en steden, waar langdurige aanwezigheid buitenshuis de norm werd. Mannen trokken vaker naar die betaalde arbeid, terwijl vrouwen verantwoordelijk bleven voor huishouden en kinderen. Hun arbeidsdeelname daalde eerst en begon pas in de twintigste eeuw opnieuw te stijgen.

De geschiedenis leert ons zo iets belangrijks: economische vooruitgang brengt vrouwen niet vanzelf naar de arbeidsmarkt. De organisatie van het werk bepaalt mee wie kan deelnemen.

Aandacht is geen verliespost

Wie aandacht besteedt aan de positie van vrouwen, suggereert daarmee niet dat mannen geen problemen ervaren. Jan Denys wijst er terecht op dat jonge mannen hun loopbaan vandaag gemiddeld minder sterk beginnen dan jonge vrouwen. Ook dat verdient onderzoek en aandacht.

We hoeven van gelijkheid en gelijkwaardigheid geen zero-sum game te maken, waarbij vooruitgang voor de ene groep automatisch als verlies voor de andere wordt beschouwd. Aandacht is geen verliespost: wat we aan de ene groep geven, hoeven we niet bij een andere weg te halen.

De ervaringen van vrouwen zichtbaar maken helpt ons vooral beter begrijpen hoe werk voor verschillende mensen uitpakt. Werk dat beter rekening houdt met zorg, gezondheid, verschillende levensfasen en uiteenlopende vormen van talent, wordt uiteindelijk werkbaarder voor vrouwen én mannen.

De ideale werknemer heeft nooit een ziek kind

Vrouwen zijn massaal aan het werk gegaan, maar ze kwamen terecht in een arbeidsmodel dat gebouwd was rond een werknemer die voltijds en ononderbroken beschikbaar kon zijn. Die ideale werknemer heeft blijkbaar nooit een ziek kind of een hulpbehoevende ouder.

Sarah Vansteenkiste, directeur van Steunpunt Werk, toont wat daarvan vandaag nog zichtbaar is. In 2025 werkte 39,6 procent van de werkende Vlaamse vrouwen deeltijds, tegenover 12 procent van de mannen. Zodra we naast het aantal werkenden ook het aantal gewerkte uren bekijken, wordt de genderkloof opnieuw groter. Dat verschil wordt gemakkelijk verklaard als een gevolg van persoonlijke keuzes. Alleen ontstaat zo’n keuze nooit in het luchtledige. Wie verdient het meest? Wiens uurrooster sluit aan bij de kinderopvang? Wie blijft thuis wanneer die opvang belt?

Morien El Haj noemt de job zelf daarom een blinde vlek. Veel oplossingen vragen dat de werknemer beweegt: minder werken, verlof opnemen of tijdelijk een stap terugzetten. De functie, het uurrooster en de verwachting van voortdurende beschikbaarheid blijven opvallend goed op hun plaats zitten.

Zorg staat niet in het cv

Neurolinguïst Elke De Witte draait het perspectief om. We brengen uitvoerig in kaart wat ouderschap mensen professioneel kost, terwijl we nauwelijks kijken naar wat zij tijdens het zorgen ontwikkelen. Ouders oefenen dagelijks in prioriteiten stellen, onderhandelen, sociale signalen lezen en beslissingen nemen met onvolledige informatie. De Witte spreekt daarbij bewust over het ouderbrein in plaats van uitsluitend over het moederbrein. Een zwangerschap brengt specifieke hormonale en neurologische veranderingen mee, maar ook intensief zorgen kan het brein beïnvloeden. Onderzoek vindt vergelijkbare aanpassingen in hersennetwerken voor aandacht, empathie en zorggedrag bij betrokken vaders, adoptieouders en pleegouders. Zorg is dus geen vrouwelijke vaardigheid en het zorgende brein is niet noodzakelijk dat van een moeder.

Het zijn ongeveer dezelfde vaardigheden die we in leiderschapsopleidingen proberen te ontwikkelen. Alleen staat nachtelijk crisismanagement met een peuter niet op LinkedIn.Dat positieve perspectief mag de belasting van zorg weliswaar niet verdoezelen. Slaaptekort, mentale beschikbaarheid en een ongelijke taakverdeling kunnen mensen uitputten. De Witte maakt vooral duidelijk dat de uitkomst ook afhangt van de context waarin iemand probeert te werken, herstellen en zorgen. De vraag is dus ruimer dan hoe we vrouwen beter in het bestaande arbeidsmodel kunnen laten passen. Eigenlijk vertellen hun ervaringen ons vooral iets over de beperkingen van dat model.

De gemiddelde vrouw bestaat niet

Wat ook naar bovenkwam is dat gunstige werkzaamheidscijfers grote verschillen tussen vrouwen verbergen. De gemiddelde vrouw blijkt, zoals gemiddelden wel vaker doen, niet te bestaan. Heidi Degerickx en Sanne Coremans van Netwerk tegen Armoede tonen dat een arbeidscontract geen garantie biedt op economische zelfstandigheid. Alleenstaande moeders, kortgeschoolde vrouwen, vrouwen met een migratieachtergrond en vrouwen met gezondheidsproblemen botsen vaker op een combinatie van lage lonen, onzekere contracten, moeilijke uurroosters, beperkte mobiliteit en ontoereikende kinderopvang.

Daarom volstaat onze persoonlijke ervaring niet als algemene maatstaf. Dat veel vrouw zelf weinig barrières ondervonden, is fantastisch nieuws. Maar het bewijst niet dat andere vrouwen dezelfde weg zonder hindernissen kunnen afleggen. Opleiding, afkomst, gezondheid, gezinssituatie, inkomen en netwerk bepalen mee welke deuren vanzelf opengaan en welke niet.

Ook ondernemerschap begint niet voor iedereen op dezelfde plaats. Lien Warmenbol van #SheDIDIT laat zien hoe belangrijk rolmodellen, informele kennis, netwerken en toegang tot kapitaal zijn. Wie ondernemers in de familie heeft, kan iemand bellen wanneer een financieel plan moet worden opgesteld of een deur gesloten blijft. Wie dat netwerk niet heeft, moet die infrastructuur zelf bouwen. Een netwerk is meer dan een stapel visitekaartjes die na een receptie onderaan een tas belandt. Het is economisch kapitaal.

Een stoel is nog geen stem

Zelfs wanneer vrouwen toegang krijgen tot invloedrijke functies, is de beweging niet voltooid. Filosoof Sigrid Wallaert onderzoekt wie binnen organisaties als een geloofwaardige bron van kennis wordt beschouwd. Wiens idee krijgt meteen aandacht? Wie krijgt het voordeel van de twijfel? En wiens voorstel wordt pas briljant nadat iemand anders het herhaalt? Wallaert noemt dat kennisonrecht. Het begrip maakt duidelijk waarom representatie belangrijk is, maar niet volstaat. Een organisatie kan vrouwen een stoel aan tafel geven en tegelijk nauwelijks veranderen welke ervaringen en communicatiestijlen ze als deskundig, professioneel of relevant beschouwt. Een stoel aan tafel krijgt pas betekenis wanneer ook andere perspectieven doorwerken in beleid, besluitvorming en de organisatie van werk.

De volgende inhaalbeweging

De feminisering van de arbeidsmarkt laat zich met andere woorden niet in één werkzaamheidscijfer vatten. Ze gaat over hoeveel vrouwen werken, hoeveel uren zij kunnen werken, welke jobs zij vinden, hoeveel economische zelfstandigheid ze daarmee verwerven, welke ondernemingen ze kunnen uitbouwen en hoeveel gewicht hun stem krijgt wanneer ze eenmaal aan tafel zitten. De eerste inhaalbeweging veranderde wie werkt. De volgende raakt de inrichting van het werk zelf: hoe we jobs ontwerpen, zorg verdelen, talent herkennen en kennis waarderen. Vrouwen hebben de arbeidsmarkt al ingrijpend veranderd. De volgende stap kan het werk beter laten aansluiten bij de levens van ons allemaal.

Het volledige dossier over de feminisering van de arbeidsmarkt lees je vanaf medio oktober in het nieuwe #ZigZagHR Bookazine >> meer info

Schrijf je in op de wekelijkse HR-nieuwsbrief

LEES MEER

Schrijf je in op de #ZigZagHR-Nieuwsbrief

  • Iedere dinsdagochtend om 8u00 in jouw mailbox
  • Ideeën, inspiratie, best & next practices over (de toekomst van) HR
  • Waarmee jij aan de slag kan in jouw organisatie of HR team