Nieuw Belgisch onderzoek toont hoe studiekeuze, gender én migratieachtergrond samen bepalen hoeveel een masterdiploma uiteindelijk waard is op de arbeidsmarkt.
Een masterdiploma blijft een uitstekende investering. Volgens het recente Salariskompas van Jobat verdienen starters met een master gemiddeld 13% meer dan wie geen hoger diploma heeft. Maar dat loonvoordeel is lang niet voor iedereen gelijk. Nieuw onderzoek van de Universiteit Gent, ULB en UMONS, gebaseerd op de loopbanen van meer dan 62.000 Belgische masters, toont aan dat niet alleen de studierichting, maar ook gender en migratieachtergrond bepalen hoeveel een diploma uiteindelijk oplevert. De onderzoekers komen bovendien tot een belangrijke conclusie: een deel van de genderloonkloof ontstaat al tijdens de studiekeuze en wordt vervolgens verder versterkt op de arbeidsmarkt.
Voor HR is dat een interessante vaststelling! De studie toont aan dat gelijke diploma’s niet automatisch leiden tot gelijke kansen of gelijke beloning. Wie werk wil maken van eerlijke verloning en inclusief talent management kijkt dus best verder dan opleiding of functietitel alleen.
Studiekeuze verklaart (slechts) een deel van de loonkloof
Dat verschillende opleidingen verschillende loonperspectieven bieden, is bekend. Afgestudeerden in rechten, economie, management en STEM-richtingen (Science, Technology, Engineering en Mathematics) verdienen gemiddeld meer dan wie afstudeert in onderwijs, sociale wetenschappen of humane richtingen. Omdat mannen nog altijd vaker voor die beter betalende opleidingen kiezen, ontstaat een deel van de genderloonkloof al vóór de eerste werkdag. De onderzoekers berekenden dat die studiekeuzes een aanzienlijk deel van het loonverschil tussen mannen en vrouwen verklaren. Maar dat is niet het volledige verhaal…
Hetzelfde diploma levert vrouwen nog altijd minder op
Zelfs wanneer mannen en vrouwen exact dezelfde opleiding hebben gevolgd, blijven loonverschillen bestaan. Dat geldt voor alle studierichtingen, maar vooral voor de opleidingen die gemiddeld de hoogste lonen opleveren. Met andere woorden: vrouwen die kiezen voor STEM of voor rechten, economie en management verkleinen een deel van de loonkloof, maar halen nog altijd minder uit hetzelfde diploma dan hun mannelijke collega’s. Meer vrouwen aantrekken in STEM blijft belangrijk, maar dat zal de genderloonkloof op zich niet oplossen. Ook de manier waarop organisaties talent waarderen, belonen, laten doorgroeien en kansen geven, bepaalt mee hoeveel een diploma uiteindelijk waard blijkt te zijn.
Migratieachtergrond verandert het verhaal
Het vernieuwende aan deze studie is dat de onderzoekers niet alleen naar gender kijken, maar ook naar migratieachtergrond. Dat gebeurde tot nu toe nauwelijks in Europees onderzoek. En de resultaten laten een duidelijk patroon zien. Werknemers zonder migratieachtergrond halen gemiddeld het meeste voordeel uit hun diploma. Tweede generatie migranten komen daar dicht bij in de buurt, maar blijven achter in de opleidingen die gemiddeld het best betalen. Eerste generatie migranten uit ontwikkelingslanden ondervinden daarentegen een loonachterstand, ongeacht welke studierichting ze hebben gevolgd. De studie maakt daarmee duidelijk dat de mechanismen achter de genderloonkloof niet voor iedereen dezelfde zijn.
Een kleinere genderloonkloof is niet altijd goed nieuws
Een van de meest verrassende resultaten is dat de genderloonkloof kleiner wordt naarmate de migratieachtergrond zwaarder doorweegt. Bij werknemers zonder migratieachtergrond bedraagt de kloof 25,6%, bij tweede generatie migranten 16,2% en bij eerste generatie migranten slechts 4,7%. Dat lijkt op het eerste gezicht positief, maar de onderzoekers waarschuwen expliciet voor die conclusie. De kleinere genderloonkloof betekent niet dat vrouwen met een migratieachtergrond het beter doen. Het betekent vooral dat ook mannen uit die groep gemiddeld aanzienlijk minder verdienen. De algemene loonachterstand die samenhangt met migratieachtergrond is er zo groot dat het verschil tussen mannen en vrouwen relatief kleiner wordt. Ongelijkheid ontstaat dus vaak op het kruispunt van meerdere factoren.
Vroege integratie maakt een groot verschil
Ook binnen de verschillende migrantengroepen vonden de onderzoekers belangrijke verschillen. Tweede generatie migranten waarvan slechts één ouder een migratieachtergrond heeft, halen gemiddeld meer voordeel uit hun diploma dan wie twee ouders met een migratieachtergrond heeft. Bij eerste generatie migranten blijkt vooral de leeftijd waarop iemand naar België komt bepalend. Wie vóór zijn of haar dertigste migreert, ziet de waarde van een diploma op de arbeidsmarkt aanzienlijk toenemen. Wie later aankomt, blijft een duidelijke loonachterstand ondervinden, ongeacht de gevolgde studierichting. Dat onderstreept hoe belangrijk taalverwerving, netwerkopbouw, diploma-erkenning en toegang tot de Belgische arbeidsmarkt zijn voor een succesvolle integratie.
Meer dan een onderzoek over de genderloonkloof
Deze studie laat zien dat de waarde van een diploma niet alleen wordt bepaald door de opleiding zelf, maar ook door de manier waarop de arbeidsmarkt dat diploma waardeert. Dat maakt dit onderzoek bijzonder relevant voor HR. Organisaties bereiden zich voor op loontransparantie en investeren volop in skills, diversiteit en inclusie. Dit onderzoek toont dat die thema’s onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Het volstaat niet om alleen loonverschillen zichtbaar te maken. De grotere uitdaging bestaat erin om ervoor te zorgen dat mensen met hetzelfde potentieel ook dezelfde kansen krijgen om dat potentieel te benutten. Niet de studiekeuze alleen, niet gender alleen of migratieachtergrond alleen verklaren de ongelijkheid op de arbeidsmarkt. Het is de wisselwerking tussen die factoren die bepaalt hoeveel talent uiteindelijk waard blijkt te zijn.





