Tijdens De Tafel van Werk, die op 24 februari 2026 plaatsvond in de AFAS Lounge in de AFAS Dome, draaide het gesprek niet alleen rond welzijn en arbeidsorganisatie, maar ook rond de vraag: wat als minder werken niet automatisch minder productiviteit betekent? Aan tafel zaten Pieter-Jan De Man, Geert Van Hootegem, Karin Van Roy en Marc Croonen, en in het derde luik werd ingezoomd op een stelling die internationaal stof doet opwaaien: als we onze welvaart willen behouden, moeten we dan niet gewoon meer werken?
De aanleiding was een uitspraak van de Duitse bondskanselier Friedrich Merz, die stelde dat work-life balance en een vierdaagse werkweek moeilijk te rijmen zijn met economische competitiviteit. De vraag die boven tafel hing: leidt minder tijd per definitie tot minder output? Of dwingt tijdsschaarste net tot betere keuzes?
Tijd vult zichzelf
Het gesprek kreeg een concrete invulling door het verhaal van Machiel den Dekker, CEO van AFAS België, waar de vierdaagse werkweek na een proefperiode definitief werd ingevoerd. Volgens hem wordt productiviteit te weinig expliciet besproken in organisaties. Welvaart, zo stelde hij, is historisch gegroeid dankzij efficiëntiewinst. Meer comfort, meer mobiliteit, meer mogelijkheden, die zijn niet ontstaan door langer te werken, maar door slimmer te organiseren.
Tegelijk ziet hij in veel bedrijven een aanzienlijke hoeveelheid tijd verloren gaan aan wat hij zonder omwegen “bullshit werk” noemt: vergaderingen zonder duidelijke output, rapporteringen die niemand leest, processen die ooit logisch waren maar nooit zijn herzien. Zolang er vijf werkdagen beschikbaar zijn, worden ze gevuld. Tijd heeft de neiging zichzelf te absorberen.
Daarom gebruikte hij een eenvoudige metafoor: als je verhuist naar een groter huis, staat het na verloop van tijd vol. Verhuis je daarna terug naar een kleiner huis, dan moet je opruimen. Dat is precies wat er gebeurt wanneer je collectief minder tijd beschikbaar maakt. De ruimte wordt kleiner, en plots wordt zichtbaar wat essentieel is en wat ballast.
Bij AFAS leidde de overgang naar vier dagen niet tot een compressie van vijf dagen in minder uren, maar tot een herziening van processen. Meetings werden geschrapt of ingekort. Administratie werd geautomatiseerd. Teams gingen kritisch door hun agenda’s. De vraag was niet: hoe doen we hetzelfde sneller? Maar: wat moet eigenlijk nog?
Productiviteit zonder versnelling
De kritische vraag aan tafel was of minder tijd niet automatisch leidt tot hogere druk. Marc Croonen wees erop dat efficiëntie niet mag ontaarden in permanente versnelling. Als dezelfde verwachtingen blijven gelden zonder structurele aanpassingen, verschuift de last naar de medewerker. Machiel nuanceerde dat de vierdaagse werkweek bij AFAS geen dogma is. Wie wil werken op vrijdag, kan dat. Het gaat om een normverschuiving, niet om een verbod. De echte verandering zit in de manier waarop tijd wordt ingezet. Minder beschikbare tijd dwingt tot scherpere prioriteiten, maar alleen wanneer processen en verantwoordelijkheden mee veranderen.
Geert Van Hootegem bracht het macro-perspectief binnen. Volgens hem is het te simplistisch om welvaart te koppelen aan individuele arbeidsduur. De vraag is hoe we het beschikbare arbeidsvolume organiseren in een context van demografische krimp en stijgende zorgbehoefte. Minder uren per persoon kunnen perfect samengaan met hogere productiviteit per uur, zolang de organisatie logisch is ontworpen.
Dat inzicht sluit aan bij een breder debat over arbeidsorganisatie. Wanneer functies versnipperd zijn en overlegstructuren uitdijen, verdwijnt productiviteit niet omdat mensen minder willen werken, maar omdat systemen inefficiënt zijn geworden. Minder tijd kan dan fungeren als katalysator om die inefficiënties zichtbaar te maken.
Focus als ontwerpkeuze
Wat tijdens de talkshow duidelijk werd, is dat focus geen individuele eigenschap is, maar een organisatiekeuze. Als agenda’s structureel volgepland zijn, als elke beslissing meerdere goedkeuringslagen vereist en als verantwoordelijkheden diffuus zijn, dan verdampt concentratie. Tijd wordt versnipperd, aandacht verdeeld.
Door minder tijd beschikbaar te maken, worden organisaties gedwongen om keuzes te maken. Welke overlegmomenten voegen echt waarde toe? Welke rapporteringen zijn essentieel? Waar kan technologie taken overnemen? Dat zijn vragen die ook zonder vierdaagse werkweek gesteld kunnen worden, maar die zelden urgent worden zolang tijd overvloedig lijkt.
De ervaring bij AFAS toont dat minder tijd niet automatisch leidt tot minder ambitie. Integendeel, een jonge medewerker merkte op dat er “kneiterhard” wordt gewerkt. Het verschil zit in scherpte. Minder ruis, meer richting.
Voor HR-professionals is dit een relevant inzicht. Productiviteit verhogen hoeft niet te betekenen dat mensen langer werken. Het kan ook betekenen dat werk anders wordt georganiseerd. Dat vraagt een kritische blik op processen, op overlegstructuren en op de verhouding tussen inspanning en impact.
De derde stelling van De Tafel van Werk ging dus uiteindelijk minder over ideologie en meer over ontwerp. Minder tijd kan leiden tot meer focus, maar alleen wanneer organisaties bereid zijn om te herdenken wat ze doen en waarom ze het doen. Tijdsschaarste is een spiegel die toont waar inefficiëntie en overbodige complexiteit zich verschuilen. En wiie die spiegel durft te gebruiken, kan ontdekken dat productiviteit niet noodzakelijk stijgt door meer uren te kloppen, maar door slimmer te organiseren.





