Nieuwe cijfers ontkrachten hardnekkige mythe over internationaal talent
De internationale strijd om hoogopgeleid talent houdt aan en Europa trekt een groeiend aantal internationale professionals aan. Nieuwe gegevens van Deel, het alles-in-één HR- en payrollplatform voor internationale teams, tonen aan dat bedrijven steeds vaker buitenlandse werknemers aanwerven omdat ze de benodigde vaardigheden lokaal niet meer kunnen vinden.
Volgens het nieuwe Global Immigration Report van Deel verdienen werknemers die op basis van een werkvisum aan de slag zijn, systematisch meer dan lokale werknemers in de belangrijkste economieën. Daarmee weerleggen de resultaten alvast de hardnekkige veronderstelling dat internationale aanwerving vooral gedreven wordt door de zoektocht naar goedkopere arbeidskrachten.
“Internationale aanwerving is vaak een antwoord op structurele tekorten aan vaardigheden, eerder dan een zoektocht naar goedkopere arbeid,” zegt Lauren Thomas, econoom bij Deel. “Bedrijven zijn bereid een premie te betalen voor internationaal talent omdat de expertise die ze nodig hebben – vooral op het vlak van softwareontwikkeling en technische functies – lokaal simpelweg onvoldoende beschikbaar is.”
Europese hotspots voor internationaal talent verschuiven
Het rapport toont aan hoe een beperkt aantal Europese steden een steeds groter aandeel van het internationale talent aantrekt. Binnen de Europese Unie is Berlijn de belangrijkste bestemming voor houders van een Europese Blue Card, gevolgd door München, Parijs, Frankfurt en Luxemburg-Stad. Duitsland is alleen al goed voor 72% van alle Europese Blue Cards die in Europa worden uitgereikt en verstevigt daarmee zijn positie als dé bestemming voor hoogopgeleide internationale professionals. Onder Amerikanen die via internationale arbeidscontracten en werkvergunningen naar Europa verhuizen, staat Amsterdam op de eerste plaats, vóór Berlijn, Barcelona, Madrid en Parijs.
Tegelijkertijd trekken Europese telewerkers die via een employer-of-recordconstructie worden aangeworven steeds vaker naar Zuid-Europa. De gegevens van Deel tonen aan dat de sterkste mobiliteitsstromen binnen Europa vandaag richting Spanje en Portugal gaan, gedreven door de flexibiliteit van telewerk en de levenskwaliteit.
Minstens even opvallend is wie niet in de rangschikking voorkomt: Brussel. Ondanks zijn rol als zetel van de Europese instellingen en feitelijke hoofdstad van Europa behoort Brussel niet tot de belangrijkste internationale talenthubs van het continent. “Die afwezigheid is opmerkelijk gezien de rol van Brussel als administratief hart van Europa,” aldus Lauren Thomas. “Het roept bredere vragen op over hoe competitief bepaalde Europese steden nog zijn in het aantrekken van internationaal technologisch en digitaal talent in vergelijking met hubs zoals Berlijn, Amsterdam en Barcelona.”
Internationale aanwerving wordt gedreven door schaarse expertise
Het rapport toont eveneens aan dat internationale rekrutering sterk geconcentreerd blijft in hoogtechnologische beroepen. Softwareontwikkelaars, ingenieurs en IT-specialisten vormen de meerderheid van de werknemers die via een werkvisum worden aangeworven, zowel in Europa als in de Verenigde Staten. Commerciële en salesfuncties worden daarentegen nog voornamelijk lokaal ingevuld. In het Verenigd Koninkrijk verdienen softwareontwikkelaars met een Skilled Worker-visum een mediaan loon van meer dan 129.000 euro per jaar, tegenover ongeveer 108.000 euro voor Britse werknemers in vergelijkbare functies.
De resultaten wijzen erop dat technische expertise steeds internationaler en makkelijker overdraagbaar wordt, terwijl commerciële en klantgerichte functies sterker afhankelijk blijven van lokale talenkennis, netwerken en marktinzicht. Voor Europese werkgevers onderstreept het rapport dat toegang tot internationaal talent almaar belangrijker wordt nu de adoptie van artificiële intelligentie, digitale transformatie en demografische druk de concurrentie om gespecialiseerde profielen verder aanscherpen.





