Volgens de sociale partners dreigt de hervorming de toegang tot loopbaanbegeleiding eerder te bemoeilijken dan te versterken
Loopbaanbegeleiding is uitgegroeid tot een belangrijke hefboom voor duurzame inzetbaarheid, interne mobiliteit en de preventie van langdurige uitval. Net daarom kijkt de SERV kritisch naar de hervorming van de Vlaamse loopbaancheques. Vanaf 1 januari 2027 worden die vervangen door een digitaal loopbaankrediet, maar volgens de sociale partners dreigt de voorgestelde uitwerking de toegankelijkheid van het systeem onder druk te zetten. In een nieuw advies formuleren ze een reeks aanbevelingen om te voorkomen dat werknemers én loopbaanbegeleiders afhaken.
Waarom de SERV zich zorgen maakt over de toekomst van loopbaanbegeleiding
Met het nieuwe loopbaankrediet wil de Vlaamse Regering het huidige systeem van de loopbaancheques vervangen door een digitale portefeuille via Mijn Burgerprofiel. De overheid betaalt haar tussenkomst voortaan rechtstreeks aan de loopbaanbegeleider, terwijl de gebruiker enkel een persoonlijke bijdrage betaalt. Het besluit dat nu voorligt, bepaalt hoe dat nieuwe systeem vanaf 1 januari 2027 concreet zal werken.
De SERV steunt de ambitie om werknemers tijdens hun loopbaan beter te ondersteunen, maar plaatst grote vraagtekens bij de praktische uitwerking. De centrale bekommernis van de sociale partners is dat het nieuwe systeem onvoldoende leefbaar wordt voor loopbaanbegeleiders. Als minder begeleiders actief blijven en loopbaancentra verdwijnen, dreigt volgens hen ook de toegang tot kwalitatieve loopbaanbegeleiding voor werknemers af te nemen.
Volgens de SERV zijn er nu al signalen die daarop wijzen. Sinds de hervorming werd aangekondigd, is het aantal actieve loopbaanbegeleiders, loopbaancentra en opgestarte loopbaancheques sterk gedaald. De sociale partners zien dat niet als een afnemende behoefte aan loopbaanbegeleiding, maar als een gevolg van de onzekerheid rond het nieuwe systeem.
Loopbaanbegeleiding ondersteunt veel meer dan jobmobiliteit
In het advies benadrukt de SERV dat loopbaanbegeleiding een veel bredere maatschappelijke rol speelt dan werknemers begeleiden naar een nieuwe functie of werkgever. Ze helpt mensen langer gezond en gemotiveerd aan het werk te blijven, verhoogt de jobtevredenheid, ondersteunt een betere werk-privébalans en kan langdurige uitval of werkloosheid helpen voorkomen. Die brede finaliteit verdient volgens de sociale partners een centrale plaats in de hervorming.
Dat maakt het advies ook relevant voor werkgevers. In een arbeidsmarkt waar organisaties inzetten op retentie, interne mobiliteit en duurzame inzetbaarheid, is toegankelijke loopbaanbegeleiding meer dan een individueel voordeel voor werknemers. Ze kan ook bijdragen aan sterkere loopbanen binnen organisaties.
Meer administratie dreigt ten koste te gaan van begeleiding
De SERV erkent dat de digitalisering via Mijn Burgerprofiel kansen biedt om processen te vereenvoudigen. Tegelijk stelt het advies vast dat de voorgestelde regeling in de praktijk net meer administratieve verplichtingen creëert.
Zo zouden werknemers gegevens moeten aanleveren waarover de overheid al beschikt. Loopbaanbegeleiders zouden daarnaast zelf instaan voor de inning van de persoonlijke bijdrage en bijkomende administratieve procedures moeten doorlopen om hun vergoeding te ontvangen. Bovendien valt de ondersteuning weg die vandaag vaak door loopbaancentra wordt opgenomen. Volgens de sociale partners dreigt daardoor meer tijd en middelen naar administratie te gaan, terwijl die net zouden moeten worden ingezet voor begeleiding.
Daarom pleit de SERV voor een eenvoudiger aanvraagproces, een consequente toepassing van het ‘only once‘-principe en een volwaardige derdebetalersregeling waarbij de loopbaanbegeleider de volledige vergoeding automatisch ontvangt.
Kwetsbare werknemers mogen niet uit de boot vallen
Een tweede belangrijke zorg is de toegankelijkheid voor werknemers die vandaag al minder snel gebruikmaken van loopbaanbegeleiding. Volgens de SERV volstaat de voorgestelde sociale correctie voor kortgeschoolden mogelijk niet om kwetsbare groepen daadwerkelijk te bereiken.
De sociale partners vragen daarom bijkomende maatregelen, zoals een lagere persoonlijke bijdrage voor werknemers met een lager inkomen, gerichte outreach en het behoud van stimulansen om ook werknemers met complexere loopbaanvragen te begeleiden. Ze wijzen er bovendien op dat strengere voorwaarden, zoals de berekening van de vereiste werkervaring, onbedoeld nadelig kunnen uitvallen voor deeltijds werkenden en mensen met zorgtaken.
Wat betekent dit voor HR en werkgevers?
Het advies verandert vandaag niets aan de bestaande regeling. De hervorming is nog in voorbereiding en de Vlaamse Regering beslist uiteindelijk hoe het definitieve systeem eruit zal zien.
Toch is het debat relevant voor HR-professionals. Organisaties investeren steeds meer in duurzame loopbanen, talentontwikkeling en de preventie van langdurige uitval. Een toegankelijk systeem van loopbaanbegeleiding kan werknemers helpen om tijdig nieuwe perspectieven te verkennen, zich bij te scholen of opnieuw richting te geven aan hun loopbaan. De SERV vraagt daarom om de hervorming nauwgezet op te volgen, de administratieve drempels te beperken en het nieuwe systeem uiterlijk in 2028 grondig te evalueren, zodat loopbaanbegeleiding ook in de toekomst een laagdrempelig instrument blijft voor duurzame inzetbaarheid.





