Belgische bedrijven gaan het voorjaar voorzichtig tegemoet. Volgens de laatste editie van de ManpowerGroup Employment Outlook Survey (MEOS) bedraagt de Net Employment Outlook (NEO) +13% voor het tweede kwartaal van 2026. Concreet betekent dit dat van de meer dan 500 ondervraagde werkgevers in België 29% van plan is om tegen eind juni hun personeelsbestand uit te breiden, 16% een daling verwacht en 55% geen veranderingen voorziet.
Hoewel de intenties positief blijven, is er duidelijk sprake van een vertraging. De NEO daalt met 1 punt ten opzichte van het vorige kwartaal en laat een aanzienlijke daling zien (-12 punten) ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar. Na een aantal jaren van spanningen en een sterk herstel na de pandemie lijkt de Belgische arbeidsmarkt een fase van aanpassing in te gaan. In een context van gematigde economische groei en aanhoudende onzekerheid geven werkgevers nu de voorkeur aan stabiliteit en een nauwkeurig beheer van hun personeelsbestand. Er wordt nog steeds gerekruteerd, maar de werving is meer gericht en meer afgestemd op strategische prioriteiten dan op snelle expansie.
‘Belgische werkgevers blijven veerkrachtig, maar ze evolueren in een complexere en onvoorspelbare omgeving,’ aldus Ronny Lommelen, Managing Director van ManpowerGroup BeLux. ‘We zien een verschuiving van een volumegerichte naar een precisiegerichte aanpak: bedrijven werven minder massaal aan, maar investeren meer in kritieke vaardigheden die hun concurrentievermogen op middellange en lange termijn zullen ondersteunen.’
Vlaanderen op kop, Wallonië in licht herstel
De regionale verschillen bevestigen deze genuanceerde interpretatie. Vlaanderen heeft de sterkste vooruitzichten voor de komende drie maanden, ondersteund door een gediversifieerd economisch weefsel. Wallonië is de enige regio die een stijging laat zien ten opzichte van het vorige kwartaal. Brussel volgt een meer gematigd traject. Op jaarbasis nemen de wervingsintenties in alle drie de regio’s echter af, wat erop wijst dat er in het hele land voorzichtigheid heerst.
Sectoranalyse: de horeca trekt de markt
De verschillen zijn eveneens groot tussen de verschillende sectoren. De horeca onderscheidt zich met de gunstigste vooruitzichten, dankzij de aanhoudende vraag in het toerisme, de vrijetijdssector en de dienstensector. Daarentegen laten de financiële en verzekeringssector en de publieke sector, gezondheidszorg en sociale dienstverlening de zwakste intenties zien. Deze verschillen weerspiegelen zowel budgettaire beperkingen, structurele veranderingen als specifieke uitdagingen op het gebied van vaardigheden.
Tegelijkertijd creëren de structurele veranderingen in de Belgische economie nieuwe kansen op bepaalde gebieden. Aanzienlijke investeringen in digitale technologieën en infrastructuur, met name grootschalige uitbreidingsprojecten voor datacenters, zouden de werkgelegenheid in sectoren met een hoge toegevoegde waarde moeten stimuleren en de langetermijnvooruitzichten voor de werkgelegenheid in België moeten versterken.
‘De Belgische arbeidsmarkt blijft fundamenteel sterk, maar werkgevers passen zich duidelijk aan aan een onzekerder en selectiever wervingsklimaat,’ benadrukt Ronny Lommelen. ‘Organisaties blijven investeren in essentiële vaardigheden en zich voorbereiden op toekomstige groei, terwijl ze tegelijkertijd de nodige flexibiliteit behouden om zich aan te passen aan de veranderende economische omstandigheden.’
Grote organisaties hebben meer vertrouwen
De omvang van bedrijven heeft ook invloed op de wervingsdynamiek. Organisaties met 250 tot 999 medewerkers zijn het meest optimistisch over het komende kwartaal, omdat ze beter in staat zijn om te anticiperen en te plannen. Kleinere bedrijven blijven gevoeliger voor conjunctuurschommelingen, hoewel sommige tekenen van verbetering vertonen ten opzichte van vorig jaar. Wereldwijd blijven de wervingsintenties over het algemeen positief. De regio Europa en het Midden-Oosten (EMEA) laat zelfs een lichte verbetering zien ten opzichte van het vorige kwartaal. In dit landschap bevindt België zich in een tussenpositie: geen sterke vertraging, geen versnelling, maar een fase van aanpassing.
Tekort aan talent: AI herdefinieert prioriteiten
Afgezien van de huidige economische situatie, passen de resultaten in een bredere context van spanning op het gebied van vaardigheden. Uit het wereldwijde onderzoek van ManpowerGroup naar het tekort aan talent in 2026 blijkt dat 72% van de werkgevers moeite heeft om personeel te vinden. Voor het eerst staan vaardigheden op het gebied van kunstmatige intelligentie bovenaan de lijst van moeilijkst te vinden profielen, nog voor engineering en traditionele IT.
Hoewel AI een strategische prioriteit is, blijven menselijke vaardigheden essentieel: communicatie, samenwerking en aanpassingsvermogen behoren tot de meest gevraagde vaardigheden. Deze structurele druk op vaardigheden verklaart gedeeltelijk de voorzichtigheid die in België wordt waargenomen: bedrijven werven minder massaal aan, maar wel op een meer gerichte manier, waarbij ze de voorkeur geven aan profielen met een hoge toegevoegde waarde en meer investeren in upskilling.
Deze ontwikkeling bevestigt dat de uitdaging niet alleen kwantitatief, maar ook kwalitatief is. ‘Het tekort aan talent verdwijnt niet, maar verandert,’ benadrukt Ronny Lommelen. ‘Bedrijven moeten zowel technologische vaardigheden veiligstellen, met name op het gebied van AI, als menselijke vaardigheden zoals samenwerking, aanpassingsvermogen en initiatief blijven waarderen. Het is deze balans die bepalend zal zijn voor hun groeicapaciteit in de komende jaren.’
De resultaten van de volgende editie van de ManpowerGroup Employment Outlook Survey worden op 9 juni 2026 (3e kwartaal 2026) gepubliceerd.





