Belastinghervorming goedgekeurd: dit verandert voor HR en werkgevers
Na de nationale feestdag weten Belgen voortaan waar ze aan toe zijn met hun loonfiche. Het federale parlement keurde onlangs de hervorming van de personenbelasting definitief goed. Daarmee wordt een van de hoekstenen van het Arizona-regeerakkoord werkelijkheid. Het doel is duidelijk: werken lonender maken, vooral voor lage en middeninkomens. Vijf maatregelen zullen een impact hebben op de nettolonen van werknemers, werkgevers, gezinnen en gepensioneerden: de verhoging van de belastingvrije som, de uitbreiding van vrijwillige overuren, de versterking van de fiscale werkbonus, de geleidelijke afschaffing van het huwelijksquotiënt en een afzonderlijke belasting voor werkende gepensioneerden. Het effect zal echter niet onmiddellijk en niet voor iedereen op dezelfde manier voelbaar zijn. De meeste maatregelen treden gefaseerd in werking, tussen 2026 en 2030, en wachten nog op de nodige uitvoeringsbesluiten. Isabelle Caluwaerts, juridisch expert bij Partena Professional, licht toe wat er concreet verandert, voor wie en vanaf wanneer.
Een hoger nettoloon voor iedereen?
De belangrijkste maatregel is de geleidelijke verhoging van de belastingvrije som. Concreet betekent dit dat een groter deel van het loon niet meer wordt belast. Ook de geleidelijke afbouw van de bijzondere bijdrage voor de sociale zekerheid draagt bij aan een hoger nettoloon.
Bij een gelijk brutoloon en ongewijzigde sociale bijdragen zal het verschil vooral zichtbaar zijn in de bedrijfsvoorheffing. Die zal dalen, waardoor werknemers netto meer overhouden. Eén belangrijke kanttekening: de nieuwe regels zijn vandaag nog niet verwerkt in de tabellen voor de bedrijfsvoorheffing. Dat wordt de komende weken verwacht.
“Deze hervorming komt in de eerste plaats ten goede aan de lage en middeninkomens. Omdat hun belastbaar inkomen lager ligt, heeft een hogere belastingvrije som voor hen een relatief grotere impact. Ook hogere inkomens profiteren mee, al is het voordeel daar proportioneel kleiner,” zegt Isabelle Caluwaerts.
Worden overuren interessanter?
Sinds 1 april 2026 is het systeem van vrijwillige overuren uitgebreid. Werknemers kunnen voortaan meer vrijwillige overuren presteren onder een gunstig fiscaal en sociaal regime.
Concreet zijn jaarlijks 360 vrijwillige overuren mogelijk in alle sectoren. Daarvan zijn 240 overuren vrijgesteld van RSZ-bijdragen en belastingen, waardoor bruto gelijk is aan netto. In de horecasector loopt dat op tot 450 vrijwillige overuren, waarvan 360 onder het gunstige regime vallen – een aparte behandeling die wordt gerechtvaardigd door de specifieke behoefte aan arbeidskrachten in de sector.
“Het principe ‘bruto = netto’ is een concrete hefboom, zeker in sectoren waar het moeilijk is om medewerkers te vinden. Werknemers zien hun extra inspanningen rechtstreeks beloond, terwijl werkgevers een aantrekkelijk financieel argument krijgen,” aldus Isabelle Caluwaerts.
Een sterkere werkbonus, maar voor wie?
Ook de fiscale werkbonus zal geleidelijk worden verhoogd om het netto-inkomen van werknemers met de laagste inkomens te verbeteren. Deze bonus vormt een aanvulling op de sociale werkbonus, die de persoonlijke RSZ-bijdragen verlaagt. De werkbonus is gericht op de bescheiden lonen: het bedrag neemt af naarmate het loon stijgt, totdat het boven de vastgestelde plafonds volledig verdwijnt.
Voor wie ervoor in aanmerking komt, zou de combinatie van een hogere belastingvrije som en een sterkere werkbonus moeten leiden tot een merkbare stijging van het nettoloon en een neerwaarts effect hebben op de berekening van de bedrijfsvoorheffing. Beide maatregelen hebben hetzelfde doel: werken fiscaal aantrekkelijker maken, maar richten zich op een andere doelgroep. De werkbonus focust op de laagste lonen, terwijl de hogere belastingvrije som een bredere groep werknemers ten goede komt.
Moeten koppels hun fiscale situatie herbekijken?
Het huwelijksquotiënt wordt geleidelijk afgeschaft. “Dit systeem liet toe om een deel van het inkomen van de ene partner fiscaal toe te wijzen aan de andere partner, waardoor de totale belastingdruk voor het gezin kon dalen. De regering is nu van oordeel dat dit de deelname van de tweede partner aan de arbeidsmarkt kan afremmen,” legt Isabelle Caluwaerts uit.
Vooral gehuwde koppels en wettelijk samenwonenden waarbij slechts één partner werkt of waarbij de tweede partner een beperkt beroepsinkomen heeft, zullen de impact hiervan voelen.
Loont het om te blijven werken na je pensioen?
Voor bepaalde gepensioneerden die na hun pensioen blijven werken of opnieuw aan de slag gaan als werknemer, geldt voortaan een afzonderlijk belastingtarief van 33% op hun beroepsinkomsten, in plaats van de gewone progressieve belastingtarieven. Dat vaste tarief kan voordeliger uitvallen, zeker voor gepensioneerden die een aanzienlijk aanvullend inkomen verwerven. De maatregel moet meer gepensioneerden stimuleren om actief te blijven op de arbeidsmarkt.
Waar moeten werkgevers zich op voorbereiden?
Hoewel de hervorming betrekking heeft op de uiteindelijke personenbelasting, zal ze ook een impact hebben op de berekening van de bedrijfsvoorheffing. De tabellen voor de bedrijfsvoorheffing zullen daarom naar verwachting binnenkort via een koninklijk besluit worden aangepast. Zodra dat gebeurt, zullen werkgevers en sociale secretariaten deze in hun loonsoftware moeten aanpassen.
De concrete impact zal verschillen naargelang de arbeidssituatie, het loon, de gezinssituatie en het aantal kinderen ten laste. Dankzij de versterkte werkbonus en de hogere belastingvrije som zullen vooral lage lonen erop vooruitgaan. Tegelijk kan de afschaffing van het huwelijksquotiënt voor sommige gezinnen net een tegenovergesteld effect hebben. Bovendien worden alle maatregelen stapsgewijs ingevoerd tot 2030.
Op papier betekent deze hervorming meer nettoloon voor wie werkt. In de praktijk zal het effect geleidelijk zichtbaar worden en sterk verschillen van situatie tot situatie. De eerstvolgende belangrijke stap is de aanpassing van de tabellen voor de bedrijfsvoorheffing. Zolang die niet zijn aangepast, zullen werknemers het verschil nog niet meteen op hun loonbrief zien,” besluit Isabelle Caluwaerts.





