Ondanks alle inspanningen van de overheid en werkgevers de voorbije jaren, is het percentage werknemers met een beperking op de reguliere arbeidsmarkt het voorbije decennium niet gestegen. 1 op 448 werknemers in België heeft een fysieke, mentale, zintuiglijke of intellectuele beperking, of gemiddeld 0,22% van het personeelsbestand. In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en Wallonië zijn in verhouding meer mensen met een beperking aan de slag dan in Vlaanderen. Dat stelt hr-expert Acerta vast op basis van de reële cijfers van zo’n 417.000 werknemers bij 29.200 werkgevers. “Het beter bekend en laagdrempelig maken van premiesystemen, een goed aanbod van openbaar vervoer, een inclusieve aanwervingspolitiek en een diversiteitsbeleid dat ook op minderheidsgroepen focust, zouden kunnen helpen om het aandeel werknemers met een beperking naar een hoger niveau te tillen”, stelt Acerta.
Gemiddeld 0,22% van alle werknemers in de private sector in ons land heeft een beperking, zo leren de nieuwste cijfers van Acerta. Ondanks alle inspanningen om meer werknemers met een beperking op de reguliere arbeidsmarkt in te zetten, blijft hun aandeel dus op hetzelfde lage niveau hangen. Van de laatste tien jaar scoorde 2023 nog het best met 0,25%, sindsdien is het percentage teruggevallen naar het niveau van 2016.
De beste leerling van de klas is vandaag het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, waar gemiddeld 1 op de 294 werknemers (0,34%) een beperking heeft, weliswaar een lichte daling ten opzichte van 2024 (toen: 0,36%). In Wallonië gaat het over 0,29% of 1 op de 345 werknemers, dat aandeel staat nu op het laagste peil in vier jaar. Vlaanderen blijft dan weer hangen op een aandeel van 0,19% werknemers met een beperking op de reguliere arbeidsmarkt – de laagste score van alle gewesten, maar een status quo ten opzichte van de voorbije tien jaar.
Georgia Venetakis heeft een visuele beperking en begeleidt als hr-experte bij Acerta Consult bedrijven op het vlak van rekrutering: “Gezien de diversiteit in arbeidstaken, maar ook het verschil in de soorten beperkingen die er bestaan, zou het mogelijk moeten zijn om vaker tot een match te komen tussen bedrijf en werknemers met een beperking. Dat het beter lijkt te lukken in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest kan te maken hebben met het soort bedrijven dat je daar vindt. De diensten- en financiële sector bijvoorbeeld doet het bovengemiddeld goed qua tewerkstelling van mensen met een beperking. Het gewest heeft bovendien een goed aanbod van openbaar vervoer. Ook dat kan personen met een beperking helpen om makkelijker werk te vinden. Vlaanderen biedt sinds 1 juli 2023 een subsidie (Individueel Maatwerk) voor de tewerkstelling van mensen met een erkende arbeidsbeperking, maar het aandeel werknemers met een beperking is er niet toegenomen. Ook in Wallonië is de duidelijke terugval van de laatste jaren zeker een aandachtspunt.”
Kleine(re) bedrijven hebben meer mensen met beperking in dienst
Hoe het aandeel werknemers met een beperking opkrikken? Misschien moeten we te rade gaan bij kleine ondernemingen. Zij doen het gemiddeld namelijk merkelijk beter dan grote ondernemingen. In ondernemingen tot 50 medewerkers is gemiddeld 0,30% een collega met een beperking. Bij bedrijven met meer werknemers halveert hun aandeel nagenoeg, tot slechts 0,18%.
Inspanning wellicht overschat, winst wellicht onderschat
Georgia Venetakis: “Kleinere bedrijven hebben niet voor elk type taak een specialist in huis. Daardoor zijn de functies mogelijk minder strak afgelijnd, waardoor de jobinhoud makkelijker aan te passen is. Grotere ondernemingen kunnen daaruit leren: staan hun jobomschrijvingen aanpasbaarheid niet in de weg? Of misschien zit de hindernis al eerder, bij de aanwerving? De meer gestructureerde, afgelijnde aanwervingsprocedure in grote bedrijven vormt mogelijk een grote drempel voor mensen met een beperking. Kleine bedrijven hebben normaal gezien korte lijnen in de aanwervingsprocedure. Het vergt heus niet altijd grote aanpassingen om een persoon met een beperking in je team op te nemen. Iemand met een beperking kan de onderneming, de collega’s en de klanten trouwens ook iets bijbrengen. Daar gaan vele ondernemingen te gemakkelijk aan voorbij.”





