We geloven in gelijkheid maar denken nog in stereotypen

We vinden gelijke kansen voor mannen en vrouwen belangrijk. Daarover zijn de meeste Vlamingen het eens. Maar hoe denken we eigenlijk over vrouwen? Nieuw onderzoek van het Vlaams Mensenrechteninstituut en KU Leuven levert enkele verrassende resultaten op. Want ondanks de brede steun voor gendergelijkheid blijven negatieve stereotypen over vrouwen bestaan. En die worden lang niet alleen door mannen onderschreven.

We zijn het in Vlaanderen over heel wat zaken oneens, maar over gendergelijkheid blijkbaar veel minder. 92,4% van de Vlamingen vindt gelijk loon voor gelijk werk goed voor de economie. 85,5% vindt het positief voor bedrijven wanneer evenveel vrouwen als mannen managementfuncties bekleden. En 80 tot 90% hecht belang aan gendergelijkheid in de economie, de politiek en het gezinsleven.

Dat blijkt uit een nieuwe onderzoeksnota van het Vlaams Mensenrechteninstituut en KU Leuven, gebaseerd op de European Social Survey. Voor de analyse werden 1.079 Vlamingen en Nederlandstalige Brusselaars bevraagd en hun antwoorden vergeleken met die van ruim 48.000 respondenten uit andere Europese landen.

De algemene steun voor gendergelijkheid ligt in Vlaanderen zelfs hoger dan het Europese gemiddelde. Op een schaal van nul tot zes behalen Vlamingen een gemiddelde score van 4,95, tegenover 4,76 in Europa.

Dat klinkt als goed nieuws. Tot je verder leest…

Oude overtuigingen

41% van de Vlamingen vindt dat vrouwen zich vaak of altijd snel beledigd voelen. Bijna een kwart meent dat vrouwen mannen vaak of altijd manipuleren om hun macht te vergroten. En 16% vindt dat vrouwen vaak of altijd overdrijven wanneer ze klagen over seksuele intimidatie op het werk. Die opvattingen komen in Vlaanderen vaker voor dan in veel andere West-Europese landen. De onderzoekers stellen vast dat Vlaanderen voor sommige stereotypen dichter aanleunt bij Oost-Europese landen, waar de instemming doorgaans hoger ligt. Het is een opvallende vaststelling voor een regio die op internationale ranglijsten over gendergelijkheid relatief goed scoort.

Hoe valt dat te verklaren?

De onderzoekers onderscheiden verschillende vormen van seksisme. Naast openlijk vijandige opvattingen bestaan er ook subtielere vormen, waarbij ongelijkheid geminimaliseerd of als grotendeels opgelost beschouwd wordt. De overtuiging dat vrouwen overdrijven wanneer ze discriminatie aankaarten, is daarvan een concreet voorbeeld.

Opvallend is bovendien dat wie sterker instemt met dergelijke stereotypen gemiddeld minder steun uitspreekt voor gendergelijkheid. Vooral de opvatting dat vrouwen overdrijven over seksuele intimidatie hangt samen met een geringere steun voor gelijkheid.

Het onderzoek toont daarmee hoe complex onze opvattingen over gender zijn. We kunnen het principe van gelijke kansen onderschrijven en tegelijk overtuigingen hebben die de erkenning van ongelijke behandeling bemoeilijken.

De arbeidsmarkt veranderde. Onze verwachtingen veel minder.

De bevindingen uit dit onderzoek sluiten aan bij de bevindingen doorheen ons dossier De eeuw van de vrouw (#ZigZagHR Bookazine okt-nov-dec 2026), waarin we de vervrouwelijking van de arbeidsmarkt vanuit verschillende perspectieven onderzochten.

Sarah Vansteenkiste bracht voor ons de grote verschuivingen in de arbeidsmarktparticipatie van vrouwen in kaart. Sinds 2000 steeg de Belgische werkgelegenheidsgraad van vrouwen van 56 naar 69,3%. Bij mannen was de stijging veel beperkter: van 75,5 naar 76,4 procent. Die cijfers worden ook aangehaald in de nieuwe onderzoeksnota. Vrouwen zijn vandaag veel nadrukkelijker aanwezig op de arbeidsmarkt. Ze studeren langer, bouwen eigen loopbanen uit en nemen vaker leidinggevende verantwoordelijkheden op.

Maar meer vrouwen aan het werk betekent nog niet dat alle verwachtingen over vrouwen en werk even snel zijn veranderd. Arbeidseconoom Morien El Haj wees in ons dossier bijvoorbeeld op de historische oorsprong van de norm van de altijd beschikbare werknemer. Die ontstond in een samenleving waarin betaald werk en zorgtaken grotendeels gescheiden waren. De maatschappelijke taakverdeling is intussen grondig veranderd, maar onze organisatie van werk draagt nog altijd sporen van dat verleden.

De nieuwe studie onderzoekt niet rechtstreeks hoe deze specifieke stereotypen loopbaanbeslissingen beïnvloeden, maar de combinatie van beide onderzoeksinvalshoeken maakt wel duidelijk waarom formele gelijkheid niet het eindpunt van het verhaal is.

De volgende inhaalbeweging

We hebben de afgelopen decennia veel aandacht besteed aan de positie van vrouwen op de arbeidsmarkt. Terecht. Hun participatie is sterk toegenomen en ook institutioneel is er heel wat veranderd.

Maar hoeveel aandacht hebben we besteed aan de opvattingen die bepalen wat we normaal vinden? Over ambitie, leiderschap, beschikbaarheid, zorg en de verdeling van verantwoordelijkheden?

Een samenleving kan gendergelijkheid belangrijk vinden en toch blijven redeneren vanuit verwachtingen die in een andere tijd zijn ontstaan.

Ik zou de cijfers uit dit onderzoek kunnen lezen als bewijs dat we nog een lange weg te gaan hebben, maar ik lees er ook iets anders in: er bestaat een bijzonder groot maatschappelijk draagvlak om die weg verder af te leggen.

Alleen vraagt de volgende inhaalbeweging iets anders dan de vorige. De voorbije decennia veranderde vooral wie er werkt. Nu verdient ook de manier waarop we naar werk en naar elkaar kijken meer aandacht.

Bron: Vlaams Mensenrechteninstituut & KU Leuven (ReSPOND), Opvattingen over gendergelijkheid en -discriminatie in Vlaanderen (oktober 2026), pp. 3–4, 12–18 en 22–25. Aanvullende duiding vanuit het ZigZagHR-dossier De eeuw van de vrouw.

Schrijf je in op de wekelijkse HR-nieuwsbrief

LEES MEER

Schrijf je in op de #ZigZagHR-Nieuwsbrief

  • Iedere dinsdagochtend om 8u00 in jouw mailbox
  • Ideeën, inspiratie, best & next practices over (de toekomst van) HR
  • Waarmee jij aan de slag kan in jouw organisatie of HR team