Responsabilisering werkgevers & werknemers bij arbeidsongeschiktheid

In het kader van het huidige beleid gericht op de professionele re-integratie van arbeidsongeschikte werknemers werden verschillende maatregelen genomen om enerzijds werknemers die niet actief meewerken aan hun terugkeer naar de arbeidsmarkt en anderzijds werkgevers die te veel langdurig arbeidsongeschikte werknemers in dienst hebben, financieel te sanctioneren.

Responsabilisering van werknemers

Sinds 1 januari 2022 kunnen langdurig arbeidsongeschikte werknemers gebruik maken van het “Terug-naar-werktraject”, dat tot doel heeft arbeidsongeschikte werknemers te re-integreren in een job die overeenstemt met hun mogelijkheden en behoeften.

De re-integratie van een arbeidsongeschikte werknemer vereist zijn of haar actieve medewerking. Zo kan de werknemer in de vierde maand van zijn of haar arbeidsongeschiktheid door de ‘Terug-naar-werk’-coördinator van zijn of haar ziekenfonds worden opgeroepen voor een medisch onderzoek om zijn of haar resterende capaciteiten te beoordelen. Ook in het kader van het Terug-naar-werktraject zal de coördinator de werknemer uitnodigen voor een eerste gesprek.

Om de actieve deelname van werknemers aan hun professionele re-integratie aan te moedigen, voorziet het Koninklijk Besluit van 25 september 2022 in een financiële sanctie voor werknemers die niet reageren op de oproepen van de ‘Terug-naar-werk’-coördinator. Het Koninklijk Besluit is van kracht sinds 1 januari 2023 en is van toepassing op werknemers waarvan de periode van primaire arbeidsongeschiktheid ten vroegste is ingegaan op 1 januari 2023.

Indien de arbeidsongeschikte werknemer niet op het bovengenoemde medisch onderzoek of eerste gesprek verschijnt zonder daartoe een geldige reden te hebben, wordt per aangetekende brief een nieuwe datum vastgesteld.

Indien de arbeidsongeschikte werknemer een tweede keer zonder geldige reden niet komt opdagen bij het medisch onderzoek of het eerste gesprek, wordt het dagbedrag van de door zijn of haar ziekenfonds uitgekeerde uitkeringen verminderd met 2,5%. Dit geldt vanaf de voor dit onderzoek of gesprek vastgestelde datum tot de datum waarop de werknemer contact opneemt met de adviserend arts om een nieuwe datum voor een medisch onderzoek vast te stellen of met de coördinator om een nieuwe datum voor het eerste gesprek vast te stellen.

Responsabilisering van de werkgever

Elke werkgever in de private sector die geconfronteerd wordt met een buitensporige instroom van werknemers in invaliditeit zal elk kwartaal een responsabiliseringsbijdrage aan de RSZ moeten betalen. Deze verplichting geldt echter alleen voor werkgevers met gemiddeld 50 of meer werknemers.

De opbrengst van deze bijdragen wordt door de RSZ gestort in het Fonds voor Bestaanszekerheid van de sector waartoe de onderneming behoort en is bestemd voor de financiering van preventieve maatregelen op het gebied van gezondheid en veiligheid op het werk en/of maatregelen voor de duurzame re-integratie van langdurig zieken op het niveau van de paritaire comités.

Om te beoordelen of de instroom in invaliditeit buitensporig hoog is, wordt elk kwartaal een vergelijking gemaakt met ondernemingen in dezelfde sector (bepaald aan de hand van de eerste 4 cijfers van de NACE-code) en met alle bedrijven in de private sector in het algemeen.

Daartoe wordt het gemiddelde vastgesteld van het aantal intredes in invaliditeit in het betrokken kwartaal (“kwartaal Q”) en in elk van de drie voorgaande kwartalen (samen “de referentiekwartalen”) in verhouding tot het aantal voltijds equivalenten in de overeenkomstige kwartalen van het voorgaande kalenderjaar. De instroom wordt als buitensporig beschouwd als dit gemiddelde tweemaal zo hoog is als in ondernemingen die tot dezelfde sector behoren en driemaal zo hoog als in ondernemingen in de private sector in het algemeen. In dat geval is de bijdrage verschuldigd indien ten minste drie werknemers in dienst van de werkgever tijdens de referentiekwartalen in invaliditeit zijn gegaan.

Voor de berekening van de verhouding worden alle werknemers tussen 18 en 54 jaar met ten minste drie dienstjaren in de onderneming in aanmerking genomen.

De driemaandelijkse responsabiliseringsbijdrage bedraagt 0,625% van de bij de RSZ aangegeven bijdragelonen voor het kwartaal Q-1 en wordt vastgesteld op basis van de door het RIZIV verstrekte gegevens over de toelating tot invaliditeit.

De responsabiliseringsbijdragen worden samen met de vergoedingen voor het tweede kwartaal volgend op kwartaal Q (Q+2) geïnd door middel van een debetnota.

Als de verhouding ongunstig evolueert, worden de werkgevers proactief geïnformeerd door de RSZ, zodat zij hun inspanningen voor de re-integratie van arbeidsongeschikte werknemers kunnen opvoeren.

TO DO

  • Vergeet niet dat indien u een grote instroom in invaliditeit hebt, u mogelijks een responsabiliseringsbijdrage aan de RSZ zal moeten betalen.
  • Om de betaling van deze bijdrage te vermijden, raden wij u aan de snelle terugkeer naar het werk van arbeidsongeschikte werknemers te stimuleren, eventueel via het re-integratietraject voorzien in de Codex over het Welzijn op het Werk. Indien een terugkeer naar het werk onmogelijk lijkt, kan onder bepaalde voorwaarden ook de procedure voor een beëindiging van de arbeidsovereenkomst wegens medische overmacht worden overwogen.

Schrijf je in op de wekelijkse HR-nieuwsbrief

Twitter
Facebook
WhatsApp
LinkedIn
Email

Ook interessant

LEES MEER