Managers praten met andere managers, maar te weinig met hun medewerkers

Verpleegkundige, opiniemaker en ex-politica Pinar Akbas kondigde eerder dit jaar aan dat ze ontslag nam in het ziekenhuis – niet toevallig óók op haar druk gevolgde Twitteraccount. Te weinig inspraak in de loodzware uurroosters vond ze een breekpunt, ondanks haar grote hart voor de zorg. Stof voor een interview, dachten we meteen, maar het werd een veel ruimer gesprek. Over vrouwenemancipatie hier en in haar land van oorsprong Turkije, over de voor- en nadelen van een mening hebben als vrouw met migratieroots, over politiek, over haar liefde voor de zorg. En over de tekortkomingen van HR in de zorgsector.

Feminisme betekent voor mij vooral dat ik bén, dat ik een naam heb. Dat bestaansrecht slaat op de tijd van de hervormingen van Atatürk. Als vrouw van Turkse origine besta ik dankzij zijn gelijkwaardigheidsprincipe. Al in de jaren 1930 werd het vrouwenstemrecht in Turkije ingevoerd en kwam er gelijkwaardigheid binnen het huwelijk. Een vrouw mocht plots studeren en participeren op de arbeidsmarkt. Maar het belangrijkste: we kregen een naam die werd geregistreerd.”

Aan het woord is Pinar Akbas, die zichzelf gelukkig prijst dat ook haar ouders als eerstegeneratiemigranten een brede blik hadden. “In de jaren ‘70 kwamen ze naar België, zonder handleiding om kinderen groot te brengen en al zeker om kinderen bicultureel op te voeden. Ik had het voorrecht om in Overpelt mijn kindertijd door te brengen, ver van de mijncités, in een overwegend Vlaamse wijk. Zoiets bepaalt heel sterk je integratie.

Ik schreef er zopas een boek over, Niran en ik. Het gaat over mijn eigen emancipatiestrijd, maar ook over die van mijn ouders. Ik ben erg trots op hun pad. En ik ben blij dat zij naar mij geluisterd hebben én dat ze iets gedaan hebben met wat ik hen vertelde.”

Ervaring 1
Als politica

Haar gelijkheidsideaal leidde Pinar Akbas de politiek in, naar N-VA, als gemeenteraadslid en kabinetsmedewerker van Zuhal Demir. “Ik vond het een voorrecht dat Zuhal, toen staatssecretaris voor gelijke kansen, mij vroeg om mee het beleid te vormen over integratie en emancipatie. Ook al heb ik geen juridische achtergrond, ik was toen wel columniste voor het tijdschrift Doorbraak. Ik schreef over vrouwenrechten en de politieke actualiteit in Turkije.”

Ze wilde vooral dingen veranderen via de politiek: “In Doorbraak schreef ik over Vlaams-Turkse politici die banden hebben met extreem-rechts en het islamisme in Turkije. Vijf jaar lang mocht ik in Doorbraak schrijven wat ik wilde, ook kritiek op de N-VA. Als ik feiten kan weergeven, vind ik het niet erg om te polariseren. Maar ik beschouw mezelf als links-liberaal, ik bleek toch te links voor NV-A. Ik zat trouwens ook even bij Open VLD (lachje) – ik geloof in zelfredzaamheid en in het zelfbeschikkingsrecht van de mens.”

Ze noemt de politiek log én als verpleegkundige miste ze de werkvloer. “Ik heb geleerd dat de politiek nogal ver van de mensen staat. Als activist bereik je meer dan als politicus. Maar ik wil dicht bij de mensen staan, mijn voelsprieten uitsteken. Ik geloof ook in solidariteit. Op het kabinet bleef ik op mijn honger zitten. Terwijl het ziekenhuis wél de weerspiegeling is van de maatschappij.”

Ervaring 2
Als verpleegkundige

Zelfredzaamheid, inspraak op de werkvloer en een uitgesproken mening: dat Pinar Akbas het lastig had in vaste loondienst van een hiërarchische structuur in een ziekenhuis, mag misschien geen wonder heten.

“Ik heb een grote vrijheid genoten in het ziekenhuis en ik ben daar niet met slaande deuren vertrokken”, nuanceert ze. “Maar de uurroosters als voltijds verpleegkundige overheersten mijn leven. Ik kreeg lichamelijke klachten door de werkdruk. Nu studeer ik opnieuw, ik wil een bachelor verpleegkunde halen.”

Over #MeToo op de zorgwerkvloer hoor je weinig en dat is geen toeval, volgens Pinar Akbas. De zorg telt bovengemiddeld veel vrouwelijke werknemers. “Seksisme heb ik nooit ondervonden in ziekenhuizen. In verschillende andere sectoren waar ik werkte, was dat wél zo, zoals die ene leidinggevende die tegen mijn 19-jarige zelf zei dat hij gedroomd had dat ik op zijn schoot zat. Toen later een liberale topper ook zoiets probeerde, heb ik wél alert gereageerd. Maar ja, dan ben je de zuurpruim.

Ik heb me opgewerkt van kassierster tot kabinetsmedewerker. Ik heb dus wel wat watertjes doorzwommen en ik heb kansen gekregen. Maar ik heb er ook niét gekregen, net omdat ik een vrouw met een uitgesproken mening ben, met migratieroots bovendien.”

Ervaring 3
Als vrouw met migratieroots

Maar er is méér, zeg Pinar Akbas. Vrouwen met migratieroots moeten zich twee keer zo hard bewijzen en elke fout wordt hen drie keer harder aangerekend. “Kijk naar politici zoals Sihame El Kaouakibi (Open VLD, verdacht van fraude) en Meryame Kitir (Vooruit, thuis met een burn-out).

Ik was de eerste om verontwaardigd te zijn en kritiek op hen te hebben, uiteraard om verschillende redenen. Maar als je de virtuele lynchpartij op Kitir en El Kaouakibi analyseert, kun je niet anders besluiten dan dat er twee maten en gewichten gehanteerd worden. Sinds de coronapandemie zijn daarbij alle drempels verdwenen op sociale media. De burn-out van Meryame Kitir wordt geframed als opportunisme, terwijl die van Sven Gatz, Guy Vanhengel of Hilde Crevits niet leidden tot zoveel bagger.

Zelfs in het ziekenhuis valt het toegenomen racisme op: patiënten hebben geen filter meer en zeggen gewoon dat ze niet door een zorgverlener met een migratieachtergrond geholpen willen worden. Voor mij, met mijn beschermde Overpeltse jeugd, is dat echt een schok.”

“Vrouwen moeten weerbaarder zijn. Mannen jagen hun ambities na en spreken ze ook uit”, zei Pinar Akbas in deel drie van de Canvasreeks Wij Vrouwen. “Mannen onderhandelen ook graag”, knikt ze nu. “Vrouwen zullen eerder afwegen of ze het wel waard zijn voor ze opslag vragen. Ik vond het moeilijk om als freelancer mijn tarieven te bepalen. Een man heeft daar minder last van, denk ik. Vrouwen praten ook niet zo gauw over hun loon. Iedereen denkt dat ik hyperambitieus ben. Wel, ik ben ambitieus in mijn job.”

Alleen gelooft ze intussen niet meer dat je in Vlaanderen kan worden wat je wilt. “Dat is jammer, toch? Hoe de maatschappij omspringt met vrouwen met een migratieachtergrond – en zeker met een hoofddoek – is niet oké. Het debat daarover is nog altijd niet gevoerd. Je moet vrouwen altijd alle kansen op de arbeidsmarkt bieden. Ik ben seculier, maar daarom ben ik niet tegen hoofddoeken.

Het islamisme in de tijd van Atatürk werd door de seculiere staat de kop ingedrukt, waardoor vrouwen opeens bestaansrecht kregen en religie verbannen werd naar de huiskamer. Maar ondergronds is dat fundamentalisme blijven sluimeren en is nu met Erdogan aan de macht. Net omdat die seculariteit zo’n tunnelvisie had, want met een hoofddoek op mocht je niet naar de universiteit. Erdogan is dus gecreëerd door de stugge realiteit van het secularisme.”

Ervaring 4
Met cowboy management

Efficiënt en effectief leiderschap is voor Pinar Akbas geen vrouwelijk verhaal. Leiderschap ziet ze vooral als de leidinggevende méé op de werkvloer staat. “Managers praten met andere managers, maar te weinig met hun medewerkers. Hoe hoger in de hiërarchie, hoe minder voeling met de werkvloer.

In de zorgsector stuit je dus op cowboy management: mensen die van buiten de sector in het hoger kader worden geplaatst en die beslissen over de verpleegkundigen. Zonder notie van pathologie of procedures. Net zoals een slechte cowboy die niet bezig is met zijn kudde, niet bezig is met de essentie. Dat zeg ik ook ronduit tegen de managers, ja.”

Externen aanwerven in woonzorgcentra die vervolgens beter betaald worden dan het vaste personeel is ook jammer, vindt ze. “Recruiters zouden zelfstandige zorgmedewerkers niet mogen uitspelen tegen de vaste medewerkers. Pure commercialisering is dat. Daar lijden de bewoners het eerst onder, want die hebben herkenbare gezichten en structuur nodig.

Verbeter éérst de arbeidsomstandigheden voor het vaste personeel en zorg dat de bewoners een goede band creëren met hen.

Wanneer je als zorgverlener al om 7 uur ’s ochtends staat te zweten omdat je tien mensen een bedbad moet toedienen, dan creëer je geen band met de bewoners, wel ongezonde stress. Bewoners voelen dat aan. Ze voelen zich te veel, denken ook dat ze te veel van ons vragen. Terwijl we niet mogen vergeten dat ze in dat woonzorgcentrum in hun eigen huis wonen. Mentaal en fysiek maken die omstandigheden de job loodzwaar.

In Turkije vind je meer gemeenschapsgevoel voor ouderen – voor dat cultuursensitieve aspect ben ik natuurlijk extra gevoelig. Gemeenschapsleven en -denken zitten er ingebakken in de cultuur. De zorg moet méér inzetten op een betere eerstelijnshulp. Minder administratieve overlast zou alvast helpen.

Bovendien wil je als verpleegkundige naar waarde geschat worden – niet de hele tijd maaltijden bedelen en afruimen of kamers poetsen. Eén personeelslid staat in voor de medicatie van 90 bewoners. Het erge is dat we talent en goesting hebben in Vlaanderen, maar de zorg zélf jaagt het te vaak weg.”

Ervaring 5
Met HR

De rol van HR bij dat alles is niet te onderschatten, meent Pinar Akbas.

“Ken je de dag van de verpleegkundige? Mijn ziekenhuis zou iets leuks aanbieden aan de medewerkers na zoveel golven van corona. We kregen twee appels met de boodschap Je bent een doorbijter erop. Tja, maar intussen heeft de helft van mijn collega’s een burn-out. HR heeft op zo’n moment geen voeling met de werkvloer.

Tijdens de noodgedwongen fusies van de verschillende diensten door het personeelstekort zag ik niemand van HR om duiding te geven. Toch zijn verpleegkundigen de ogen van de artsen en het aanspreekpunt van de familie. We stellen symptomen vast en denken mee over de behandeling. Met de jonge generatie artsen is de hiërarchie ook wel aan het wegvallen en ze kunnen ook kritiek wat beter aan.”

De jonge generatie verpleegkundigen is na alle coronabeloftes teleurgesteld in hoe de zorg nog steeds georganiseerd wordt. Toch ziet Pinar Akbas hoop: “De nieuwe hoogopgeleide generatie verpleegkundigen zal meer kansen krijgen in de ziekenhuisstructuren.

Als verpleegkundigen zullen we meer oog blijven hebben voor wat er op de werkvloer gebeurt dan voor cijfers en budgetten. Veel collega-verpleegkundigen studeren net als ik ook bij om beter over de werkomstandigheden te kunnen argumenteren met het management.

Toen ik als stagementor de wanhoop in de ogen van de stagiaires zag na een dag op de werkvloer, troostte ik ze met de woorden: het wordt echt beter.”

Schrijf je in op de wekelijkse HR-nieuwsbrief

Twitter
Facebook
WhatsApp
LinkedIn
Email

Ook interessant

LEES MEER