PARTNERCONTENT

Het Sociaal Strafwetboek: een greep uit de recente wijzigingen

Het Sociaal Strafwetboek, in werking getreden op 1 juli 2011, sanctioneert heel wat arbeidsrechtelijke verplichtingen voor werkgevers. Denk maar aan inbreuken zoals het niet (tijdig) doen van een Dimona-melding, het niet (tijdig) betalen van loon of vakantiegeld, het niet respecteren van de werking van de sociale overlegorganen, inbreuken op de welzijnsregelgeving, etc. Na meer dan een decennium toepassing op het terrein is het Sociaal Strafwetboek recent voor het eerst grondig gewijzigd geweest. De aanpassingen werden doorgevoerd bij wet van 15 mei 2024 en zijn in werking getreden op 1 juli 2024, hetzij exact 13 jaar na de inwerkingtreding van het Sociaal Strafwetboek. Deze bijdrage bevat een greep uit de recente wijzigingen.

Sociale dumping

De strijd tegen sociale dumping is al jaren aan de gang. Om te benadrukken dat dit een absolute prioriteit is, werd nu ook een definitie van dit fenomeen in het Sociaal Strafwetboek opgenomen. Sociale dumping is: “een brede waaier aan opzettelijke misbruikpraktijken en de omzeiling van bestaande Europese en/of nationale wetgeving, met inbegrip van wetten en algemeen toepasselijke collectieve overeenkomsten, die oneerlijke concurrentie mogelijk maken door de arbeids- en werkingskosten op illegale wijze te minimaliseren, en resulteren in de schending van de rechten en de uitbuiting van werknemers.” Sociale dumping is wel nog steeds geen op zich staand misdrijf, zodat arbeidsauditeurs zich op andere inbreuken moeten beroepen (bv. zwartwerk, het niet-betalen van het minimumloon) om dit te beteugelen.

Bevoegdheden van sociaal inspecteurs

Sociaal inspecteurs mogen bij de uitoefening van hun opdracht vrij binnengaan in alle arbeidsplaatsen, op elk ogenblik, zonder dat een voorafgaande verwittiging is vereist. Ook kunnen zij zich toegang verschaffen tot bewoonde ruimtes, maar enkel in de gevallen en onder de voorwaarden bij wet bepaald (bv. om een inbreuk op heterdaad vast te stellen of als hij/zij een machtiging tot visitatie bezit uitgereikt door een onderzoeksrechter). Omdat sociaal inspecteurs in de praktijk problemen ondervonden met het betreden van arbeidsplaatsen of het uitvoeren van een machtiging tot visitatie, is er nu voorzien dat zij, indien nodig, een beroep kunnen doen op de politiediensten. Het is evenwel niet de bedoeling dat dat de politiediensten de bevoegdheden van de inspecteurs uitoefenen, maar dat zij louter de toegang voor de sociaal inspecteurs faciliteren.

Een andere nieuwigheid op het vlak van de bevoegdheden van sociaal inspecteurs is het gevolg van het dagelijks gebruik van smartphones. Om discussie over het gebruik van smartphones te vermijden, volgt uit de aangepaste bepalingen dat sociaal inspecteurs kopieën nemen van documenten met smartphones. Bovendien mogen sociaal inspecteurs ook vaststellingen doen door beeldmateriaal te maken met smartphones. Argumenteren dat kopieën of vaststellingen nietig zijn doordat de sociaal inspecteur gebruik heeft gemaakt van een smartphone behoort dus definitief tot de verleden tijd.

Aanpassing van de sanctieniveaus

Sociaalrechtelijke misdrijven worden bestraft aan de hand van vier sanctieniveaus: niveau 1 en 2 voor de lichtere inbreuken, niveau 3 voor de inbreuken van gemiddelde ernst en niveau 4 voor de zware inbreuken. Hoewel er door de Adviesraad van het sociaal strafrecht was geadviseerd om een niveau 5 in te voeren voor de zwaarste inbreuken, zijn de vier sanctieniveaus uiteindelijk behouden gebleven.

Er werd wel een strafverzwaring doorgevoerd in sanctieniveau 3 en 4. Het minimum- en maximumbedrag van de strafrechtelijke en administratieve geldboete van niveau 3 is verdubbeld. Wat het sanctieniveau 4 betreft, werd enkel het maximumbedrag van de strafrechtelijke en administratieve geldboete verhoogd. Dit geeft het volgende sanctieoverzicht (de bedragen zijn reeds vermenigvuldigd met opdeciemen).

CE

Bij inbreuken van niveau 4 is een gevangenisstraf mogelijk. Voor rechtspersonen (zoals vennootschappen) is een gevangenisstraf natuurlijk niet uitvoerbaar, zodat deze straf moet worden omgezet in een strafrechtelijke geldboete. Na omzetting bedraagt de strafrechtelijke geldboete voor rechtspersonen minimum 24.000 EUR en maximum 576.000 EUR (incl. opdeciemen). De wet van 15 mei 2024 heeft de bedragen voor rechtspersonen niet aangepast.

Meer coherente sancties

Verder werden ook de sanctieniveaus van bepaalde afzonderlijke inbreuken aangepast om de coherentie te bewaren tussen de toepasbare sanctie en het type inbreuk.

Vanuit die optiek werden het merendeel van de sanctieniveaus verhoogd. De niet-betaling van loon en aanvullende voordelen is tegenwoordig strafbaar met niveau 3 in plaats van 2, omdat dit een ernstige aantasting is van de rechten van werknemers, die voor hun arbeidsprestaties vergoed moeten worden. Wetende dat ook het minimum- en maximumbedrag van de geldboetes in niveau 3 werden verdubbeld, komt dit de facto neer op een dubbele strafverzwaring voor loonmisdrijven. Voor de niet-correcte aanstelling van de preventieadviseur psychosociale aspecten en het niet (correct) aanduiden van een vertrouwenspersoon is de sanctie eveneens verhoogd naar niveau 3, het sanctieniveau dat van toepassing is voor andere vergelijkbare inbreuken.

Voor andere bestaande inbreuken werd het sanctieniveau dan weer verlaagd. Zo zijn voortaan strafbaar met sanctieniveau 1 (d.w.z. enkel een administratieve geldboete): inbreuken m.b.t. informatie inzake medische onderzoeken, inbreuken op de openbaarmakingsformaliteiten inzake feestdagen, het niet bijhouden van een register van de uitzendkrachten, het niet opnemen van bepaalde vermeldingen in het arbeidsreglement,…

Nieuwe inbreuken

Het verwondert niet dat er ook een aantal nieuwe inbreuken hun intrede hebben gemaakt. Zo worden inbreuken op de verplichtingen voor werkgevers bij de toepassing van een glijdend uurrooster (bv. het niet hebben van een systeem van tijdsopvolging) bestraft met niveau 2. Ook de niet (tijdige) toekenning van ecocheques was tot voor de wetswijziging niet opgenomen in het Sociaal Strafwetboek, net zoals het niet-betalen van een vergoeding voor de levering, het onderhoud of de reiniging van werkkledij in strijd met een algemeen verbindend verklaarde cao. Deze inbreuken worden inmiddels bestraft met een sanctie van niveau 2.

Hoewel het voorontwerp van wet een bepaling bevatte om de werkgever te bestraffen die de verschuldigde opzeggingsvergoeding niet (volledig) heeft betaald, is het niet-betalen van een opzeggingsvergoeding vooralsnog niet strafbaar geworden. Dit neemt uiteraard niet weg dat een werkgever wel contractueel verplicht kan zijn om een opzeggingsvergoeding aan een werknemer te betalen.

Uitbreiding van het beroeps- en exploitatieverbod

De mogelijkheid tot het opleggen van een beroepsverbod bestond al, maar dit was alleen voorzien voor de personen die raad of hulp verstrekken aan één of meer werkgevers of werknemers bij het uitvoeren van de door het Sociaal Strafwetboek gesanctioneerde verplichtingen. Deze bijzondere strafsanctie beoogde dus specialisten inzake sociaalrechtelijk advies en HR. Dit verbod is thans uitgebreid. Het verbod kan worden opgelegd aan een veroordeelde voor inbreuken van niveau 3 en 4 en op voorwaarde dat de wet dit voorziet, “als hij ernstig misbruik heeft gemaakt van zijn beroep om de inbreuk te plegen”. Het beroepsverbod heeft dus een algemene draagwijdte gekregen, met die nuance dat er sprake moet zijn van een ernstig misbruik.

Het exploitatieverbod is evenmin nieuw. Een rechter kan dit eveneens opleggen voor inbreuken van niveau 3 en 4, weliswaar op voorwaarde dat de wet deze mogelijkheid uitdrukkelijk voorziet. In tegenstelling tot vroeger, kan een exploitatieverbod niet meer enkel worden opgelegd voor de onderneming waar de inbreuk werd begaan, maar voor om het even welke onderneming. Door deze aanpassing kan een veroordeelde niet langer het exploitatieverbod omzeilen door een nieuwe vennootschap op te richten.

Uitsluiting om deel te nemen aan overheidsopdrachten of concessie

Om de rechter toe te laten een sanctie uit te spreken die aangepast is aan de feiten die hem worden voorgelegd, werd er ook een nieuwe bijkomende straf ingevoerd: uitsluiting van het recht om deel te nemen aan overheidsopdrachten of concessies. Dit kan enkel worden opgelegd wanneer de dader wordt veroordeeld voor inbreuken van niveau 3 of 4. Het is overigens een facultatieve straf: de rechter kan dit uitspreken, maar moet dit niet doen. De uitsluiting geldt desgevallend voor een periode van drie tot maximum vijf jaar.
Besluit

De wijzigingen die de wetgever recent aan het Sociaal Strafwetboek heeft doorgevoerd zijn aanzienlijk, zeker als het gaat over de sanctionering van sociaalrechtelijke misdrijven. Het is dan ook belangrijk dat werkgevers zich bewust zijn van deze wijzigingen. Een gewaarschuwd werkgever is er immers twee waard.

Geschreven door Kenny Decruyenaere en Charlotte Pil – Advocaten Claeys & Engels

Schrijf je in op de wekelijkse HR-nieuwsbrief

Jouw verhaal lanceren bij #ZigZagHR?

Bespreek met ons de opties om jouw branded content op onze site te zetten.

Ook interessant

LEES MEER

Schrijf je in op de #ZigZagHR-Nieuwsbrief

  • Iedere dinsdagochtend om 8u00 in jouw mailbox
  • Ideeën, inspiratie, best & next practices over (de toekomst van) HR
  • Waarmee jij aan de slag kan in jouw organisatie of HR team