Jong aan het werk

De jeugd van tegenwoordig begint haar loopbaan in een minder voorspelbare arbeidsmarkt

Zijn jonge werknemers minder weerbaar geworden of is vooral de context waarin zij hun loopbaan beginnen veranderd? In het rapport De jeugd van tegenwoordig brengt het Vlaams ABVV cijfers samen over onderwijs, jeugdwerkloosheid, jobkwaliteit en mentaal welzijn. Daaruit komt een genuanceerd beeld naar voren. Jonge werknemers krijgen meer leerkansen en ondersteuning, maar ervaren tegelijk meer werkstress, onzekerheid en vervreemding van het werk. Voor HR gaat het rapport over meer dan jongerenwelzijn. Het raakt aan de kwaliteit van startersjobs, de organisatie van het werk en het perspectief dat jonge medewerkers krijgen.

Het rapport verscheen in september 2026 en volgt jongeren van de schoolbanken tot de eerste jaren van hun loopbaan. Daarmee wil het Vlaams ABVV de toenemende prestatiedruk bij jongeren hoger op de maatschappelijke en politieke agenda plaatsen. De analyse bundelt gegevens van onder meer de SERV, de FOD Werkgelegenheid, Eurofound, Statistiek Vlaanderen, VDAB, Steunpunt Werk en het RIZIV, aangevuld met eigen berekeningen.

De achterstand begint voor de eerste werkdag

Voor een deel van de jongeren begint de moeilijke verhouding tot de arbeidsmarkt al op school. In het schooljaar 2023-2024 verlieten bijna 9.000 leerlingen in Vlaanderen het onderwijs zonder diploma of kwalificatie. Dat is 12 procent van alle schoolverlaters. In het voltijds beroepssecundair onderwijs loopt dat aandeel op tot ongeveer een op de vier. Wie zonder kwalificatie aan zijn loopbaan begint, draagt die achterstand vaak nog lang mee. Een jaar na het verlaten van de schoolbanken is 23 procent van deze jongeren nog werkzoekend. Slechts een beperkte groep behaalt in de jaren daarna alsnog een kwalificatie via het tweedekansonderwijs.

Ook verder studeren legt meer druk op jongeren. De kosten namen de voorbije jaren sterker toe dan de financiële ondersteuning. Studentenwoningen werden duurder en meer studenten combineren hun opleiding met betaald werk om rond te komen. Een studentenjob kan ervaring, een netwerk en extra inkomen opleveren. Wanneer werken noodzakelijk wordt om de studie te kunnen betalen, neemt ook de druk op die studie toe.

Daar komt een moeilijke eerste stap op de arbeidsmarkt bovenop. De werkloosheid ligt bij min-25-jarigen aanzienlijk hoger dan het Vlaamse gemiddelde. Vooral kortgeschoolde jongeren lopen een verhoogd risico om zonder werk te blijven. Een groot deel van de jonge werkzoekenden heeft bovendien geen recht op een werkloosheidsuitkering.

Het Vlaams ABVV plaatst deze cijfers naast de besparingen op de dienstverlening van VDAB en de afbouw van bepaalde begeleidingstrajecten. Net op het moment dat meer jongeren ondersteuning nodig hebben bij de overgang van school naar werk, dreigt die begeleiding volgens het rapport minder toegankelijk te worden.

De voorsprong op werkstress verdwijnt

Wie uiteindelijk werk vindt, komt vaker dan oudere werknemers terecht in een tijdelijke of minder voorspelbare arbeidsrelatie. Van de 20- tot 34-jarigen heeft 16,6 procent een tijdelijk contract, meer dan dubbel zo vaak als gemiddeld. Ook wisselende werkroosters, nachtwerk, weekendwerk en overuren komen bij jonge werknemers relatief vaak voor.

Dat vertaalt zich niet automatisch in een slechte job. Tijdelijke contracten en flexibele uren kunnen een toegangspoort tot de arbeidsmarkt zijn en jonge medewerkers de kans geven om ervaring op te bouwen. Veel hangt af van de mate waarin mensen zelf voor die flexibiliteit kiezen, weten waar ze aan toe zijn en uitzicht hebben op een volgende stap.

Flexibiliteit krijgt een andere betekenis wanneer de werknemer weinig grip heeft op het uurrooster, inkomen of contract. Wie niet weet wanneer hij volgende week werkt of hoelang een job zal duren, kan moeilijk plannen. Dat weegt op de combinatie van werk en privé, maar ook op de mogelijkheid om zelfstandig te wonen of andere engagementen aan te gaan.

En dat vertaalt zich in meer werkstress. Vandaag ervaart 35,9 procent van de werknemers tot 35 jaar werkstressklachten. Bij 13 procent zijn er symptomen die wijzen op een risico op burn-out. Het gaat om mentale vermoeidheid waarvan werknemers onvoldoende herstellen en die hun functioneren begint te beïnvloeden.

Vooral de evolutie over twintig jaar springt in het oog. Aan het begin van de metingen hadden jonge werknemers nog duidelijk minder werkstress dan oudere werknemers. Dat voordeel is ondertussen vrijwel verdwenen. Sinds 2004 steeg het aandeel jonge werknemers met werkstressklachten met 9 procentpunt. Over alle leeftijden heen bedroeg die stijging 6,1 procentpunt. Ook de toename van burn-outsymptomen was bij jongeren sterker.

De cijfers zeggen niets over het karakter van een volledige generatie en bewijzen evenmin dat iedere mentale uitval rechtstreeks door het werk wordt veroorzaakt, maar ze tonen wel dat jonge werknemers vandaag in een andere arbeidscontext starten en dat werkdruk, emotionele belasting en fysiek belastende omstandigheden daarin zwaar doorwegen.

Veel leren, weinig grip

Er is ook goed nieuws. Jonge werknemers krijgen aanzienlijk meer leermogelijkheden dan twintig jaar geleden. Bijna twee op de drie volgden een opleiding. Ook hun autonomie, taakvariatie en de ondersteuning door hun directe leidinggevende gingen er op langere termijn op vooruit. Toch kampt een op de vijf jonge werknemers met motivatieproblemen. Bij kortgeschoolde arbeiders loopt dat aandeel verder op. Vooral routinematig werk, emotionele belasting en een gebrek aan autonomie blijken de motivatie aan te tasten.

Daarnaast neemt de vervreemding van het werk toe. Werknemers ervaren dan weinig controle over wat ze doen, voelen zich amper verbonden met hun organisatie of herkennen hun eigen bijdrage onvoldoende in het eindresultaat. Bij de 15- tot 24-jarigen steeg het aandeel dat zulke vervreemding ervaart van 36,2 procent in 2010 naar 45,8 procent in 2024. Bij oudere leeftijdsgroepen ligt dat percentage beduidend lager.

Jonge werknemers blijken ook minder vaak aan de slag in organisaties met een formele werknemersvertegenwoordiging. Hun ervaren inspraak ging eveneens achteruit. Wie aan het begin van zijn loopbaan onderaan de hiërarchie staat, een tijdelijk contract heeft en weinig onderhandelingsruimte ervaart, zal minder snel het gesprek aangaan over werkdruk, uurroosters of de inhoud van het werk.

Hoewel organisaties meer investeren in opleiding en ontwikkeling, voelt een aanzienlijk deel van de jonge werknemers zich minder verbonden voelt met het werk. Leerkansen zijn belangrijk, maar bieden geen antwoord op een gebrek aan zekerheid, inspraak of betekenis.

De kwaliteit van de eerste job

Het Vlaams ABVV vraagt de Vlaamse regering om de aanpak van prestatiedruk hoger op de agenda te zetten. Het rapport pleit onder meer voor meer investeringen in mentale gezondheid, een betere toegang tot onderwijs en kwalificaties, een jongerenbanenplan en meer verantwoordelijkheid voor werkgevers wanneer jonge medewerkers vroegtijdig uitvallen door werkdruk. Daarvoor wordt een budget van minstens 60 miljoen euro naar voren geschoven.

Over die beleidskeuzes en hun financiering zal ongetwijfeld debat ontstaan. Maar de onderliggende vaststelling reikt verder dan dat debat: de kwaliteit van de eerste jobs bepaalt mee hoe mensen zich later tot werk verhouden. Wie aan het begin van zijn loopbaan vooral onvoorspelbare roosters, tijdelijke contracten, hoge werkdruk en weinig inspraak ervaart, bouwt een ander psychologisch contract op dan iemand die vertrouwen, begeleiding en perspectief krijgt. De manier waarop startersjobs ontworpen worden, leidinggevenden jonge medewerkers begeleiden en organisaties duidelijkheid bieden over een volgende stap, heeft een grote impact op hun verdere loopbaan .

De cijfers uit De jeugd van tegenwoordig nodigen uit om verder te kijken dan leeftijd of vermeende generatiekenmerken. De eerste vraag is welke werkomgeving jonge mensen aantreffen wanneer ze de arbeidsmarkt betreden. Het antwoord daarop zegt minstens evenveel over onze organisaties als over de jongeren die er beginnen…

Schrijf je in op de wekelijkse HR-nieuwsbrief

LEES MEER

Schrijf je in op de #ZigZagHR-Nieuwsbrief

  • Iedere dinsdagochtend om 8u00 in jouw mailbox
  • Ideeën, inspiratie, best & next practices over (de toekomst van) HR
  • Waarmee jij aan de slag kan in jouw organisatie of HR team