Wervingsoptimisme keert terug

Na enkele voorzichtige kwartalen zijn Belgische werkgevers opnieuw vaker van plan om mensen aan te werven. De netto-werkgelegenheidsprognose stijgt in het vierde kwartaal naar +16%, zo blijkt uit de nieuwste ManpowerGroup Employment Outlook Survey. Het herstel blijft wel uitgesproken selectief: Wallonië en de industrie trekken de cijfers omhoog, terwijl Brussel en verschillende dienstensectoren achterblijven.

De ManpowerGroup Employment Outlook Survey, kortweg MEOS, brengt ieder kwartaal de aanwervingsverwachtingen van werkgevers in kaart. Voor deze editie werden tussen 1 en 31 juli 2026 bijna 40.000 werkgevers uit de private en publieke sector bevraagd in 42 landen en gebieden. De Belgische resultaten zijn gebaseerd op de antwoorden van ruim 500 werkgevers.

Zij kregen de vraag hoe de totale werkgelegenheid binnen hun organisatie tussen oktober en december vermoedelijk zal evolueren tegenover het lopende kwartaal. Van de Belgische werkgevers verwacht 35% het personeelsbestand uit te breiden. Bijna de helft, 44%, voorziet geen verandering, terwijl 19% rekening houdt met een inkrimping. De overige 2% heeft nog geen duidelijk zicht op de evolutie.

Het verschil tussen het aandeel werkgevers dat wil uitbreiden en het aandeel dat een daling verwacht, levert een netto-werkgelegenheidsprognose van +16% op. Dat cijfer ligt acht procentpunten hoger dan in het derde kwartaal van 2026. Tegenover dezelfde periode vorig jaar is er evenwel nog altijd een daling met drie punten. De +16% betekent dus niet dat de Belgische werkgelegenheid met 16% zal groeien. Het cijfer geeft het saldo van de verwachtingen van werkgevers weer. Het gaat bovendien om geplande en niet om gerealiseerde aanwervingen.

Werkgevers herwinnen vertrouwen

De stijging volgt op verschillende kwartalen waarin werkgevers voorzichtiger werden. Bedrijven die hun personeelsbestand willen verkleinen, verwijzen volgens ManpowerGroup vooral naar economische moeilijkheden. Tegelijk zijn er opnieuw meer organisaties die tegen het einde van het jaar willen uitbreiden.

Ronny Lommelen, Managing Director van ManpowerGroup BeLux, spreekt daarom van een bemoedigend signaal, maar waarschuwt voor te veel optimisme. Bedrijven blijven de economische ontwikkelingen nauwlettend volgen en gaan selectief te werk bij nieuwe aanwervingen. “Wat we vandaag zien, is eerder een selectief herstel, gericht op sectoren en profielen die beantwoorden aan duidelijk geïdentificeerde behoeften”, zegt Lommelen.

Dat selectieve karakter wordt vooral zichtbaar wanneer de nationale cijfers worden uitgesplitst naar regio en sector.

Wallonië maakt een opvallende sprong

Wallonië noteert met +22% de sterkste werkgelegenheidsprognose van de drie gewesten. Dat is een opmerkelijke ommekeer. In het derde kwartaal stond Wallonië met +3% nog onderaan de regionale rangschikking. In één kwartaal tijd stijgt de prognose er met negentien procentpunten. Ook tegenover vorig jaar gaat Wallonië er tien punten op vooruit.

Vlaanderen volgt met een netto-werkgelegenheidsprognose van +20%. In het derde kwartaal stond Vlaanderen nog bovenaan met +16%. De wervingsintenties blijven er dus positief en nemen verder toe, maar de stijging is minder uitgesproken dan in Wallonië.

Brussel laat een heel ander beeld zien. De prognose blijft er steken op +1% en ligt zestien procentpunten lager dan een jaar geleden. Nadat Brussel ook in het vorige kwartaal al de grootste daling op jaarbasis liet optekenen, bevestigen de nieuwe cijfers de kwetsbare positie van de Brusselse arbeidsmarkt.

Het Belgische gemiddelde verbergt daardoor drie verschillende bewegingen: een sterke versnelling in Wallonië, verdere groei in Vlaanderen en vrijwel stilstaande vooruitzichten in Brussel.

Industrie neemt de koppositie over

Ook tussen de sectoren lopen de verwachtingen sterk uiteen. De verwerkende industrie noteert met +32% de hoogste netto-werkgelegenheidsprognose van alle onderzochte sectoren. Ze is bovendien de enige representatieve sector die haar vooruitzichten ook tegenover vorig jaar verbetert.

De verschuiving tegenover het vorige kwartaal is opvallend. In het derde kwartaal bedroeg de prognose in de verwerkende industrie nog +11%. Financiën en verzekeringen stonden toen met +38% bovenaan. In het vierde kwartaal zakt die sector naar +19%, terwijl de industrie doorstijgt naar +32%.

Volgens Lommelen weerspiegelt die ontwikkeling waarschijnlijk de personeelsbehoeften die ontstaan door investeringen in productie en de transformatie van waardeketens. Tegelijk blijft het herstel sterk gericht en zijn verschillende dienstensectoren nog bezig hun kosten en organisatie aan te passen.

Na de verwerkende industrie volgen bouw en vastgoed met een prognose van +27%. Financiën en verzekeringen komen uit op +19%. Handel en logistiek en de professionele, wetenschappelijke en technische dienstverlening noteren beide +14%.

In openbare diensten, gezondheidszorg en sociale diensten blijven de vooruitzichten met +5% aanzienlijk gematigder.

Onderaan de rangschikking staan de informatiesector met -9% en de horeca met -59%. Die negatieve cijfers betekenen dat er in deze sectoren meer werkgevers een daling dan een uitbreiding van het personeelsbestand verwachten. ManpowerGroup wijst er wel op dat de steekproeven voor sommige afzonderlijke sectoren beperkt zijn. Vooral de meest extreme sectorresultaten vragen daardoor om een voorzichtige interpretatie.

België blijft onder het internationale gemiddelde

Hoewel het vertrouwen van Belgische werkgevers herstelt, blijven de vooruitzichten minder gunstig dan in veel andere landen. Wereldwijd bedraagt de netto-werkgelegenheidsprognose voor het vierde kwartaal +29%.

In Europa en het Midden-Oosten komt het gemiddelde uit op +22%. Dat is zowel tegenover het vorige kwartaal als tegenover vorig jaar een stijging met vijf procentpunten.

België blijft met +16% onder beide gemiddelden. Ons land doet het wel iets beter dan Duitsland, dat op +15% uitkomt, en Frankrijk met +13%. Andere Europese landen tonen veel sterkere vooruitzichten. Nederland noteert +33%, Zweden +39% en het Verenigd Koninkrijk +23%. De stijging tegenover het derde kwartaal brengt België dus niet terug naar een uitzonderlijk sterke wervingsdynamiek. Ook internationaal bekeken gaat het om een gematigd herstel.

De vraag verschuift van aantallen naar vaardigheden

Achter de aantrekkende wervingsintenties schuilt een structureel probleem dat voor HR minstens even belangrijk is: werkgevers vinden niet noodzakelijk de vaardigheden die ze nodig hebben. De behoeften van organisaties veranderen snel, onder meer door technologische ontwikkelingen en artificiële intelligentie, terwijl de arbeidsmarkt met aanhoudende schaarste kampt.

Daarom krijgt strategische personeelsplanning meer gewicht. De centrale vraag is niet alleen hoeveel mensen een organisatie wil aanwerven, maar ook welke vaardigheden nodig zijn om toekomstige groei en transformatie mogelijk te maken. Vervolgens moet HR bepalen welke competenties al aanwezig zijn, welke verder ontwikkeld kunnen worden en voor welke expertise externe aanwerving nodig blijft.

Dat brengt verschillende onderdelen van het talentbeleid samen. Gerichte rekrutering blijft belangrijk, zeker voor gespecialiseerde profielen. Tegelijk nemen ook opleiding, interne mobiliteit en het beter benutten van het aanwezige talent aan belang toe. In sectoren waar de vraag naar medewerkers opnieuw aantrekt, komt bovendien meer druk te liggen op retentie.

De uitdaging voor bedrijven is niet langer alleen om te weten hoeveel mensen ze moeten aanwerven, maar vooral welke vaardigheden ze moeten veiligstellen om hun transformatie te ondersteunen”, besluit Lommelen.

De barometer kondigt daarmee geen algemene heropleving van de Belgische arbeidsmarkt aan. Hij laat vooral zien hoe snel de vraag naar mensen en competenties kan verschuiven tussen regio’s en sectoren. Voor HR ligt daar de belangrijkste boodschap: nationale gemiddelden bieden houvast, maar een geloofwaardige personeelsstrategie vraagt een veel nauwkeuriger zicht op de eigen arbeidsmarkt, toekomstige activiteiten en benodigde vaardigheden.

Dit artikel is gebaseerd op de ManpowerGroup Employment Outlook Survey voor het vierde kwartaal van 2026. Het onderzoek werd tussen 1 en 31 juli 2026 uitgevoerd bij 39.878 werkgevers in 42 landen en gebieden, onder wie ruim 500 Belgische werkgevers. De volgende editie, met de vooruitzichten voor het eerste kwartaal van 2027, verschijnt op 8 december 2026.

Schrijf je in op de wekelijkse HR-nieuwsbrief

LEES MEER

Schrijf je in op de #ZigZagHR-Nieuwsbrief

  • Iedere dinsdagochtend om 8u00 in jouw mailbox
  • Ideeën, inspiratie, best & next practices over (de toekomst van) HR
  • Waarmee jij aan de slag kan in jouw organisatie of HR team