Meer dan de helft van de Belgische kantoormedewerkers werkt nooit thuis en een groeiende groep verkiest dat ook. De Befimmo Office Barometer toont tegelijk hoe sterk de inrichting bepaalt of mensen op kantoor geconcentreerd kunnen werken.
Meer dan de helft van de Belgische kantoormedewerkers werkt vandaag nooit van thuis uit. Vorig jaar ging het nog om 46%, vandaag om bijna 55%. Ook de voorkeur voor voltijds kantoorwerk neemt toe: een derde van de bevraagden zou het liefst elke werkdag naar kantoor komen, 8 procentpunt meer dan een jaar geleden. Dat blijkt uit de jaarlijkse Office Barometer van Befimmo, uitgevoerd door onderzoeksbureau iVOX bij 1.000 Belgische kantoormedewerkers en 200 studenten.
De cijfers wijzen duidelijk in de richting van meer kantoorwerk, al vallen feitelijk gedrag en persoonlijke voorkeur niet volledig samen. Bijna 55% werkt altijd op kantoor, terwijl 33% dat ook verkiest. Een deel van de werknemers dat vandaag geen thuiswerkdag heeft, zou dus wel graag af en toe thuiswerken. De bevraging laat ook zien welke rol de werkomgeving speelt. Wie op kantoor voldoende rust en een geschikte werkplek vindt, komt er liever dan wie de dag doorbrengt tussen lawaai en afleiding.
Ruimte om te werken
Samenwerking en contact met collega’s zijn voor 41% van de respondenten belangrijke redenen om naar kantoor te komen. Toegang tot beter materiaal wordt door 21% genoemd. Voor 19% helpt kantoorwerk om werk en privé gescheiden te houden.
Toch zijn werknemers minder positief geworden over hun werkomgeving. Nog 26% vindt dat de kantoorinrichting de creativiteit stimuleert, een daling met 9 procentpunt. Ook de scores voor teamwork en de mogelijkheid om zich af te zonderen gaan achteruit. Vooral tussen de verschillende kantooromgevingen zijn de verschillen groot. In een kantoor dat open ruimtes combineert met afgesloten werkplekken zegt 64% zich goed te kunnen concentreren. In een flexdeskruimte is dat amper 33%. Ruim de helft van de medewerkers in zo’n open flexomgeving geeft aan dat lawaai en afleiding hun productiviteit aantasten.
Volgens arbeidsmarkteconoom Stijn Baert hangt dat duidelijk samen met de voorkeur voor thuiswerk. “Wie geen vaste werkplek heeft, werkt veel liever een deel van de week thuis. Slechts 13% van hen wil graag elke dag naar kantoor komen, tegenover 38% van degenen met een gesloten kantoor.”
De beste scores komen van medewerkers die kunnen kiezen tussen open en afgesloten ruimtes. Zo’n inrichting biedt plaats voor overleg én voor werk dat concentratie vraagt. Vandaag werkt amper 12% van de Belgische kantoormedewerkers in een dergelijke omgeving. Wie medewerkers vaker op kantoor verwacht, kan de inrichting daarvan dus moeilijk buiten beschouwing laten. Een flexibele werkplek verliest haar aantrekkingskracht zodra werknemers er voortdurend op zoek moeten naar rust.
Liever fysiek
De Office Barometer bevestigt ook de blijvende waarde van fysieke ontmoetingen. Slechts 1% van de werknemers vergadert uitsluitend online, tegenover 32% die dat uitsluitend fysiek doet. Voor een belangrijk gesprek met een klant of externe partner kiest 73% voor een fysieke vergadering. Bij de 18- tot 34-jarigen loopt dat zelfs op tot 81%. De jongste bevraagden blijken rechtstreekse ontmoetingen dus sterk te waarderen.
Een kwart van de werknemers boekt zelf weleens een externe vergaderzaal of weet dat dit binnen de organisatie gebeurt. Zo’n externe locatie wordt vooral gezocht wanneer intern onvoldoende ruimte beschikbaar is of wanneer geografisch verspreide teams een centraal ontmoetingspunt nodig hebben.
De verwachtingen zijn vrij praktisch. Werknemers zoeken vooral een middelgrote zaal met technologie die probleemloos werkt. Ook technische ondersteuning ter plaatse wordt gewaardeerd. De huurprijs en een omslachtig boekingsproces vormen de grootste drempels.
Minder vergaderen
De voorkeur voor fysieke ontmoetingen betekent niet dat werknemers meer willen vergaderen. Een derde vindt dat er te veel vergaderingen in de agenda staan. Bijna twee op de drie kantoormedewerkers die vergaderen, beschouwen minstens de helft van hun vergaderingen als nutteloos. Wie online vergadert, geeft de ervaren digitale vermoeidheid een score van 6,1 op 10.
“Het gaat erom selectiever te zijn bij het plannen van vergaderingen”, zegt Baert. “Bij de vergaderingen die wel nuttig zijn, is het belangrijk ze onder optimale omstandigheden te kunnen laten plaatsvinden: mét een agenda en idealiter in een eigen, aantrekkelijke fysieke ruimte.”
Daarmee krijgt de discussie over aanwezigheid een andere invulling. Een kantoordag wint aan waarde wanneer collega’s die tijd gebruiken voor overleg dat baat heeft bij rechtstreeks contact. Wie op kantoor vooral aansluit bij digitale vergaderingen, ervaart veel minder verschil met een thuiswerkdag.
Aanwezig met een reden
De Office Barometer toont een duidelijke beweging naar meer kantoorwerk. Die beweging geeft werkgevers geen vrijgeleide om de oude kantoorweek eenvoudig te herstellen. De kwaliteit van de werkplek beïnvloedt hoe medewerkers hun aanwezigheid ervaren.
Een kantoor dat samenwerking wil bevorderen, heeft ook ruimte nodig voor concentratie. Fysieke ontmoetingen verdienen een duidelijk doel en vergaderingen vragen een kritischere selectie. Het aantal verplichte kantoordagen vertelt maar een deel van het verhaal; minstens even belangrijk is wat medewerkers tijdens die dagen kunnen doen.
Wie mensen vaker naar kantoor wil halen, heeft dus ook huiswerk op kantoor.





