Jong scoort beter dan oud bij LinkedIn-screening, zelfs bij gelijke kwalificaties
Recruiters gebruiken LinkedIn steeds vaker als eerste filter in het selectieproces. Maar hoe objectief is die filter? Nieuw onderzoek van Universiteit Gent toont aan dat leeftijd ook op LinkedIn meespeelt: oudere sollicitanten worden systematisch lager beoordeeld dan jongere, zelfs wanneer hun profiel inhoudelijk even sterk is. Het onderzoek werd uitgevoerd door Maaike Schellaert (doctoraal onderzoeker), prof. Janneke Oostrom en prof. Eva Derous, en verscheen in het internationale peer-reviewed tijdschrift Computers in Human Behavior. De Nederlandstalige Research Brief van UGent vertaalt de academische inzichten naar de praktijk.
Een vergrijzende arbeidsmarkt, maar een jonge blik
Dat leeftijdsdiscriminatie een hardnekkig probleem is, komt niet als een verrassing. Eerder onderzoek toont al aan dat 50-plussers 30 tot 50 procent minder positieve reacties krijgen op hun cv dan jongere kandidaten met gelijkaardige kwalificaties. Dat probleem blijkt zich nu ook te verplaatsen naar sociale media.
En daar wringt het schoentje. LinkedIn wordt vaak gebruikt in een vroege fase van het selectieproces, wanneer recruiters nog weinig context hebben over een kandidaat. In zulke situaties vallen mensen sneller terug op snelle indrukken en algemene beelden, zoals leeftijdsstereotypen. Een profielfoto, een afstudeerjaar of de lengte van een loopbaan volstaan vaak om (onbewust) conclusies te trekken.
Wat gebeurt er wanneer recruiters LinkedIn-profielen beoordelen?
Om dat mechanisme beter te begrijpen, voerden de onderzoekers een experimentele studie uit bij 366 HR-professionals. Zij kregen een vacature te zien voor een functie die als leeftijdsneutraal wordt beschouwd (bankbediende) en beoordeelden verschillende fictieve LinkedIn-profielen.
Die profielen waren inhoudelijk identiek, maar verschilden op twee cruciale punten: de leeftijd van de kandidaat (jonger dan 30 versus ouder dan 50) en de aanwezigheid en inhoud van een LinkedIn-aanbeveling. Sommige profielen hadden geen aanbeveling, andere wel – met nadruk op competentie of op warmte (zoals collegialiteit en betrouwbaarheid).
Het resultaat was helder: oudere kandidaten werden consequent als minder geschikt beoordeeld dan jongere, ondanks dezelfde ervaring en vaardigheden. LinkedIn-screening blijkt dus vatbaar voor leeftijdsbias.
Kunnen aanbevelingen dat leeftijdsnadeel compenseren?
LinkedIn biedt nochtans mogelijkheden om verder te kijken dan stereotypes. Aanbevelingen van collega’s of leidinggevenden geven extra context en maken competenties en persoonlijkheid concreter. De vraag was dan ook of zulke aanbevelingen het leeftijdsnadeel kunnen verminderen.
Het antwoord is genuanceerd. Aanbevelingen werken positief voor alle kandidaten, jong én oud. Maar het effect is niet gelijk verdeeld. Wanneer een aanbeveling sterk focust op competentie, blijken jongere kandidaten er meer voordeel uit te halen dan oudere. Mogelijk omdat competentiebevestiging bij jongeren een gebrek aan werkervaring compenseert, terwijl oudere kandidaten al automatisch aan hun leeftijd worden “afgemeten”.
Aanbevelingen die warmte benadrukken – denk aan betrouwbaarheid, samenwerking of betrokkenheid – blijken daarentegen even gunstig voor jongere als oudere kandidaten. Ze verminderen het leeftijdsverschil niet, maar versterken wel de algemene beoordeling.
De rol van stereotypes: niet elk oordeel is hetzelfde
Interessant is dat niet alleen het profiel telt, maar ook de blik van de recruiter. HR-professionals verschillen in de mate waarin ze positieve of negatieve stereotypes hebben over oudere werknemers. Recruiters die oudere werknemers als competent beschouwen, blijken oudere kandidaten ook systematisch hoger te beoordelen.
Dat effect geldt vooral voor competentie, en veel minder voor warmte. In een professionele context – en zeker bij LinkedIn-screening – blijkt competentie doorslaggevender dan sympathie. Dat maakt oudere kandidaten extra kwetsbaar voor het hardnekkige beeld dat ze minder flexibel of minder mee zouden zijn met nieuwe ontwikkelingen.
Waarom LinkedIn extra gevoelig is voor bias
LinkedIn combineert twee elementen die bias versterken: weinig context en veel visuele informatie. Recruiters zien eerst een profielfoto, een samenvatting en een loopbaantijdlijn. Aanbevelingen staan lager op het profiel, waardoor het eerste oordeel vaak al gevormd is vóór men die leest.
Dat maakt het moeilijk voor zelfs sterke, positieve informatie om een initieel stereotype volledig te corrigeren. Leeftijd is bovendien een kenmerk dat snel en automatisch wordt verwerkt. Net daarom is LinkedIn-screening geen neutraal instrument, maar een moment waarop voorzichtigheid geboden is.
Wat betekent dit voor HR-praktijk?
Voor recruiters vraagt dit onderzoek om zelfreflectie. Wie LinkedIn gebruikt als screeningsinstrument, doet er goed aan zich af te vragen waarop dat eerste oordeel precies gebaseerd is. Het combineren van LinkedIn met cv’s, duidelijke functiecriteria en gestructureerde beoordelingen kan helpen om minder op buikgevoel te selecteren.
Voor organisaties ligt er een bredere verantwoordelijkheid. Heldere richtlijnen, training rond onbewuste vooroordelen en gestandaardiseerde screeningsmethoden maken het verschil tussen toevallige en eerlijke selectie.
Scrollen is ook kiezen
LinkedIn biedt kansen om talent zichtbaar te maken, maar is geen objectieve spiegel. Dit onderzoek toont dat leeftijdsdiscriminatie zich ook online manifesteert weliswaar subtiel, maar structureel.
Wie werk wil maken van inclusieve en duurzame aanwerving, zal dus niet alleen moeten kijken wie er wordt aangeworven, maar ook hoe die eerste selectie tot stand komt. Want soms begint ongelijkheid al bij het eerste scrollmoment.





