Hoe vrouwen de arbeidsmarkt én onze kijk op werk veranderden

Samenvatting

De vervrouwelijking is volgens Jan Denys de succesvolste arbeidsmarktontwikkeling van de voorbije halve eeuw. Vrouwen zijn vandaag veel vaker aan het werk, starten hun loopbaan gemiddeld sterker dan mannen en hebben onze kijk op werktijd en loopbanen fundamenteel veranderd. Ze bekleden ook steeds vaker hogere functies. Toch blijven beroepen en sectoren sterk verdeeld volgens gender en spelen keuzes rond werk en gezin nog altijd een belangrijke rol in het verdere loopbaanverloop. Denys plaatst ook de geschiedenis in perspectief: de vervrouwelijking na de Tweede Wereldoorlog was veeleer een herintrede dan een eerste intrede van vrouwen op de arbeidsmarkt.

Jan Denys volgt sinds 1984 onafgebroken het reilen en zeilen op de arbeidsmarkt. Eerst als wetenschappelijk onderzoeker aan het Hoger Instituut voor de Arbeid van de KU Leuven, later als woordvoerder en arbeidsmarktexpert bij Randstad. Hij groeide uit tot een van de bekendste opiniemakers ter zake. In deze rubriek helpt hij jou de actuele arbeidsmarktontwikkelingen in het juiste perspectief te plaatsen. De vervrouwelijking is volgens Jan Denys de succesvolste arbeidsmarktontwikkeling van de voorbije halve eeuw. Vrouwen zijn vandaag niet alleen veel talrijker aanwezig en beginnen hun loopbaan gemiddeld sterker dan mannen. Ze veranderden ook de manier waarop we werken en naar loopbanen kijken. Toch blijven veel beroepen en sectoren hardnekkig verdeeld. En ook het historische verhaal vraagt nuance: na de Tweede Wereldoorlog ging het veeleer om een herintrede dan om een eerste intrede van vrouwen op de arbeidsmarkt.

Tekst Jan Denys / Foto: Caroline Dupont

In 1988 was de Leuvense professor en jezuïet Jan Kerkhofs van mening dat de 20ste eeuw de eeuw van de vrouw was. Kerkhofs deed zijn uitspraak op het einde van de 20ste eeuw. Onze voormalige eerste minister Alexander De Croo heeft niet zo lang gewacht om alvast ook al de 21ste eeuw tot eeuw van de vrouw uit te roepen. Zijn boek met dat thema als onderwerp dateert van 2018.

Een historische inhaalbeweging

In mijn boek ‘Iedereen aan ‘t werk’ dat de periode 1974-2024 overspant, bestempel ik de vervrouwelijking van de arbeidsmarkt in die periode als de meest succesvolle ontwikkeling. De cijfers spreken voor zich. De werkzaamheidsgraad van vrouwen bedraagt in 1974 minder dan 40%, in 2025 is dit net geen 70%. De kloof met de mannen is sterk teruggelopen en bedraagt nu nog 7 procentpunten. In 1999 was dit nog meer dan 20 procentpunten.

Ik verwacht voor de toekomst een verdere daling maar aan een veel trager tempo dan de voorbije decennia. De werkloosheidsgraad van de vrouwen bedroeg in 1984 18%, tegenover 8% voor de mannen. Nu ligt de werkloosheidsgraad bij de vrouwen al vele jaren onder deze van de mannen (5,7% versus 6,8% in 2025).

Vrouwen nemen de beste start

Dat zijn relatief bekende cijfers. Minder goed doorgedrongen is de vaststelling dat vrouwelijke schoolverlaters het ook al vele jaren beter doen op de arbeidsmarkt dan mannen. De meest recente schoolverlatersstudie van de VDAB, die tussen haakjes een veel positiever beeld geeft van de arbeidsmarktpositie van jonge schoolverlaters dan we gemiddeld in de brede media kunnen lezen, gaf aan dat een jaar na het verlaten van de school 6% van de vrouwen in de werkloosheid zitten, bij de mannen is dat 8%. Dit is het algemeen gemiddelde van hoog tot laag.

Vrouwen doen het deels beter omdat ze gemiddeld langer studeren en dit nog steeds vruchten afwerpt op de arbeidsmarkt, ook al zijn er meer en meer stemmen die dit in vraag lijken te stellen. Maar ook binnen elk onderwijsniveau doen vrouwen het telkens beter. Mannen scoren nu al vele jaren systematisch slechter.

Dat is uiteraard voer voor debat. Verschillende verklaringen passeren de revue. Het eigenaardige is dat de verklaring ‘discriminatie’ daarbij nooit aan bod komt. Wij hebben altijd betoogd dat verschillen in arbeidsmarktuitkomsten te gemakkelijk aan discriminatie worden gelinkt dus we zijn geen voorstander om dit nu plots wel te doen. Maar de ‘verdedigers’ van discriminatie en zij die heilig geloven dat een tsunami aan praktijktesten de arbeidsmarkt beter gaan doen functioneren zijn nu toch wel merkwaardig stil.

Het strafste is dat in recent discriminatie-onderzoek van Stijn Baert e.a. effectief aan het licht kwam dat mannen minder dan vrouwen worden uitgenodigd voor een sollicitatiegesprek. Dit was nergens voorpaginanieuws. En ook voor de betrokken onderzoekers was het ook niet iets om lang bij stil te staan.

Hoe vrouwen werk veranderden

De vervrouwelijking van de arbeidsmarkt uit zich niet alleen in het feit dat er meer vrouwen op de arbeidsmarkt actief zijn. Ook inzake instituties is de arbeidsmarkt vervrouwelijkt. Het is door de (her)intrede van vrouwen op de arbeidsmarkt dat het voltijds arbeidscontract niet meer het enige contract is. Er is nu ook een redelijk grote groep (24%) deeltijds werkenden. Deeltijds werken is in feite een heel heterogene categorie. Het gaat zowel om mensen die heel korte (al of niet tijdelijke) baantjes hebben, b.v. een dag per week) tot zij die vier op de vijf dagen werken. Inhoudelijk zijn dat totaal verschillende profielen. Die groep (4/5den) leunt in feite dicht aan bij voltijds werk. Meer en meer werkenden, en zeker jongeren, percipiëren vier dagen werken als voltijds.

Ik zal het niet meer meemaken maar op termijn wordt de vierdaagse werkweek de voltijdse norm. Een andere institutie die sterk vervrouwelijkt is, is de loopbaan. Vrouwen hebben ervoor gezorgd dat een onderbroken loopbaan nu iets normaal is. Vroeger gebeurde dit enkel als gevolg van een zwangerschap, nu kan de loopbaan voor allerlei redenen worden onderbroken. Ook mannen onderbreken nu hun loopbaan, zij het nog steeds minder dan vrouwen. En die verschillen zullen ook nog niet zo snel verdwijnen.

De hardnekkige beroepskeuze

De vervrouwelijking van de arbeidsmarkt sinds W.O. II heeft ook geleid tot minder verticale segregatie. Vrouwen nemen meer en meer ook hogere maatschappelijke posities in. Ik zie deze ontwikkeling zich verder zetten.

Het heeft echter niet geleid tot structureel minder horizontale segregatie, in elk geval veel minder dan een halve eeuw geleden werd gedacht. Hier en daar zijn beroepen vervrouwelijkt. Maar anno 2026 is een meerderheid van de sectoren en de beroepen nog steeds ‘mannelijk’ of ‘vrouwelijk’. Van de 100 meest voorkomende beroepen zijn er maar 14 met een redelijk gelijke man-vrouw verdeling. Zelfs totaal nieuwe beroepen (b.v. in de digitale sfeer zijn dikwijls sterk gesegregeerd.

In landen met een bijna volledige tewerkstelling lijkt het erop dat vrouwen meer kiezen voor ‘typisch vrouwelijke richtingen’. Een belangrijk argument in de jaren tachtig om vrouwen aan te moedigen roldoorbrekend te kiezen waren de kansen op de arbeidsmarkt. Door roldoorbrekend te kiezen konden vrouwen hun kansen op de arbeidsmarkt verhogen. Maar vrouwen doen het nu beter op de arbeidsmarkt dan mannen in het begin van de loopbaan. Als die positie later in de loopbaan toch weer terugvalt dan heeft het weinig met het gekozen beroep of sector te maken maar meer met ‘keuzes’ in functie van afstemming gezin en arbeid.

Mijn eerdere oproep om inzake genderroldoorbrekend beleid een en ander te heroverwegen is niet opgepikt door de vrouwenbeweging. Mijn inschatting is dat het thema op dit ogenblik niet (meer) leeft. Het zijn niet de arbeidsmarktthema’s of thema’s inzake werk die nu bovenaan de agenda staan.

Geen intrede maar herintrede

Tot slot nog een bedenking bij het thema : de vervrouwelijking van de arbeidsmarkt. Er zijn nog steeds velen die ervan uitgaan dat vrouwen in de voorgaande eeuwen zich grotendeels beperkten tot huishoudelijk taken en dus pas na W.O. II hun positie op de arbeidsmarkt hebben ingenomen.

Dat is manifest onjuist. In 1910 werkten er meer dan 1 miljoen vrouwen in België. Na de eerste wereldoorlog daalt het aantal vrouwen op de arbeidsmarkt systematisch. Pas na W.O. II is er weer sprake van een stijging. Maar het duurt nog tot de jaren 60 voor we inzake aantal werkende vrouwen weer op het niveau van 1910 zitten.

Het is dus correcter om te spreken van de herintrede van de vrouwen. We kunnen het ook zien als een definitieve intrede. Want ik zie niet goed in hoe dit ooit zou kunnen worden teruggedraaid. Het klopt ook niet dat vrouwen in de vroegere eeuwen afwezig waren. In vroegere tijden zijn vrouwen ingetreden op de arbeidsmarkt maar hebben deze in veel gevallen ook weer verlaten zoals net na W.O. I. Zelfs het breed ingeburgerde idee dat de mannen in prehistorische tijden jaagden en de vrouwen zorgden voor de kinderen en vormen van thuisarbeid verrichten is door archeologische vondsten weerlegd. Er waren in elk geval heel veel uitzonderingen. Het is sowieso verkeerd om de periode van het interbellum (tussen W.O. I en II) als representatief te beschouwen voor het verleden.

Webp.net compress image 27 12

Schrijf je in op de wekelijkse HR-nieuwsbrief

LEES MEER

Schrijf je in op de #ZigZagHR-Nieuwsbrief

  • Iedere dinsdagochtend om 8u00 in jouw mailbox
  • Ideeën, inspiratie, best & next practices over (de toekomst van) HR
  • Waarmee jij aan de slag kan in jouw organisatie of HR team