Het aanbod wordt groener en breder maar de bedrijfswagen blijft de maatstaf
Wie wil begrijpen waarom onze mobiliteitskeuzes minder vrij zijn dan ze lijken, komt al snel uit bij de manier waarop België mobiliteit organiseert. Via fiscaliteit en verloning kreeg de bedrijfswagen jarenlang een centrale plaats. Vandaag wordt datzelfde systeem gebruikt om de vloot te vergroenen en werknemers meer alternatieven te bieden. Die omslag is ingezet, maar verloopt ongelijk. Politieke ambitie, duurzaamheidsdoelstellingen en dagelijkse praktijk botsen op elkaar.
De auto als maatstaf
De snelle elektrificatie van het bedrijfswagenpark bewijst dat fiscale sturing werkt. Werkgevers passen hun bedrijfswagenbeleid aan, investeren in laadoplossingen en schakelen over op elektrische modellen. Dat vermindert de uitstoot tijdens het rijden, maar verandert weinig aan de plaats die de auto inneemt. Elektrische wagens staan in dezelfde file, nemen evenveel ruimte in en vragen nog altijd parkeer- en laadinfrastructuur.
Opvallend genoeg vertrekt ook het federale mobiliteitsbudget van de bedrijfswagen. Alleen werknemers die over zo’n wagen beschikken of er recht op hebben, komen ervoor in aanmerking. Zelfs de weg naar alternatieve mobiliteit begint in België dus nog bij de auto.
Mobiliteit als loon
Mobiliteit raakt steeds nauwer verweven met verloning, thuiswerk en de aantrekkelijkheid van werkgevers. De bereikbaarheid van een werkplek kan mee bepalen of iemand een job aanvaardt of bij een organisatie blijft. Een mobiliteitsaanbod wordt zo ook een instrument voor rekrutering, employer braning en retentie.
Via het mobiliteitsbudget kunnen werknemers de waarde van hun bedrijfswagen of het recht daarop inzetten voor openbaar vervoer, een fiets, deelmobiliteit en bepaalde woonkosten. Onder specifieke voorwaarden kan ook de huur of hypothecaire lening vergoed worden.
Daardoor dient het budget verschillende doelen tegelijk. Het ondersteunt mobiliteit, maar ook wonen en flexibele verloning. Die functies kunnen elkaar versterken, al leidt een groeiend gebruik niet automatisch tot minder autoverkeer of meer verplaatsingen met de fiets en het openbaar vervoer.
Regels onderweg
De federale regering wil dat het mobiliteitsbudget systematischer aangeboden wordt aan werknemers met recht op een bedrijfswagen. Daarbij wordt 2027 als vooropgestelde startdatum genoemd, maar definitieve regelgeving is er voorlopig nog niet. Vandaag beslist de werkgever zelf of hij het systeem invoert.
Die onzekerheid komt bovenop een regeling die al behoorlijk complex is. HR, payroll, bedrijfswagenbeheer, sociaal secretariaat en mobiliteitsplatform moeten gegevens en processen op elkaar afstemmen. Meer keuze voor werknemers vraagt daardoor vaak meer administratie van werkgevers.
Keuze voor wie?
Ook de toegang tot alternatieven blijft ongelijk. Werknemers zonder recht op een bedrijfswagen vallen buiten het federale mobiliteitsbudget. Fietsleasing bereikt een ruimere groep en breekt door bij private werkgevers, overheidsdiensten en in het onderwijs, maar ook loonruil is niet voor iedereen even haalbaar.
Bovendien wordt keuzevrijheid niet uitsluitend door het loonpakket bepaald. Wie in ploegen werkt, op een afgelegen locatie aan de slag is, geen veilige fietsroute heeft of moeilijk aansluiting vindt op het openbaar vervoer, beschikt over minder bruikbare opties. De mobiliteitstransitie gaat daardoor het snelst bij werknemers die vandaag al de meeste mogelijkheden hebben.
De vertaalslag
Het beleid zelf is verdeeld over verschillende niveaus. De federale overheid stuurt via fiscaliteit en verloning, de gewesten organiseren het openbaar vervoer en de infrastructuur, en lokale besturen bepalen mee hoe bereikbaar werkplekken zijn. Werkgevers krijgen al die onderdelen samen op hun bord.
Voor HR begint een mobiliteitsbeleid daarom bij de dagelijkse realiteit van medewerkers: waar en wanneer werken zij, welke verplaatsingen maken zij en welke alternatieven zijn voor hen werkelijk bruikbaar? Het antwoord zit niet altijd in een extra voordeel. Ook de locatie van de werkplek, aanwezigheidsafspraken, flexibiliteit en veiligheid onderweg bepalen hoeveel keuze werknemers echt hebben.





