Goede sfeer of sterke prestaties? Wat de Rode Duivels ons leren over leiderschap
Vanavond trappen de Rode Duivels hun deelname aan het wereldkampioenschap af met een wedstrijd tegen Egypte. Voor de gelegenheid belde Koning Filip even op om de ploeg een hart onder de riem te steken. Lukaku mocht de koning te woord staan en meldde dat de sfeer in het nationale team nog nooit zo goed is geweest. Menig voetbalfan dacht prompt terug aan Robert Waseige, die aan begin van dit millenium furore maakte als bondscoach met de oneliner ‘de sfeer is goed’ (maar de resultaten een stuk minder). De koning dacht daar duidelijk niet aan en merkte op dat alles mogelijk is als de sfeer goed is. Daardoor contrasteerde de koning nogal fel met het gesprek dat Trump had met de bondscoach van het Amerikaanse team. Trump noemde hem een geweldige coach, roemde zijn successen en beklemtoonde hoe geweldig de spelers zijn. Net daarom zouden ze volgens Trump het einde van het toernooi kunnen halen. Merk jij als hr-professional het verschil tussen die twee visies op?
Hr-professionals komen al snel uit bij het situationele leiderschap van Ken Blanchard. Blanchard had het talent om de werkelijkheid sterk te kunnen vereenvoudigen en toch nog steeds een meerwaarde te leveren aan de leiderschapstheorieën. Er zijn bijvoorbeeld maar twee centrale bouwstenen in het model: competentie (kan men de taak uitvoeren) en commitment (wil men de taak uitvoeren). Koning Filip legde in zijn telefoongesprek dus eerder de klemtoon op het commitment-aspect, terwijl Trump vooral het competentie-aspect in de verf zette.
In ontwikkelde economieën gaan we uit van de gedachte dat mensen beter werken als ze zich goed voelen op de werkvloer. Hr is in die optiek dan ook een middel tot een doel (mensen beter doen werken), eerder dan een doel op zich (mensen zich goed doen voelen). Als we dat toepassen op onze voetballers, verwachten we dat als de groepsgeest goed is, de ene speler misschien harder zal lopen om de fout van een andere speler recht te zetten dan wanneer de sfeer slecht is. Of dat een speler gewoon creatiever kan zijn omdat hij de psychologische veiligheid voelt dat een slechte bal niet als een fout wordt aanzien maar als het lef om het ten minste te durven proberen. In beide situaties is het dus inderdaad de hoge commitment die tot betere werkprestaties leidt.
Maar omgekeerd zien we ook dat competentie tot een betere groepsgeest kan leiden, waarbij spelers elkaar en de groep leuker gaan vinden omdat ze van elkaar merken hoe goed ze samen wel zijn. Daarom stelt Blanchard ook drie leiderschapsstijlen voor die proberen om beide aspecten naar hoog te leiden: dirigeren (bij lage competentie, hoge commitment), ondersteunen (bij hoge competentie, lage commitment) en coachen (bij laag op beide). Daarnaast is er ook nog delegeren (bij hoog op beide) dat vooral bedoeld is om het team blijvend te laten winnen door overbodig leiderschap te vermijden.
Het model van Blanchard is zo nuttig in haar eenvoud, dat je bijna zou vergeten dat competentie en commitment eigenlijk nogal variabel zijn. Een topspeler die gedelegeerd kan worden bij zijn lokale ploeg, zou bijvoorbeeld wel eens gedirigeerd moeten worden bij de nationale ploeg (competentie). Sommige ploegen hebben dan weer veel cohesie onder de spelers omdat iedereen graag feest na de match, terwijl in andere ploegen cohesie voortkomt uit professionaliteit of respect voor deconnectietijd met de kinderen (commitment). Thielemans merkte in dat verband op dat er bij de Rode Duivels een goede balans is tussen jonge en ervaren spelers, wat volgens hem een goede groepsgeest en een goed team zou garanderen. Terwijl de echte garantie eerder zit in sterk leiderschap om die heterogeniteit op de juiste manier samen te brengen.
Bondscoach Garcia vertelde de koning dat de ploeg serieus en gefocust werkt. Dat is opvallend omdat Kevin De Bruyne daar in het verleden wel eens over kloeg en zeker ook in het daglicht van Lukaku’s bewering dat de sfeer nog nooit zo goed was. Het is een keuze die commitment zal kleuren en die meteen een belangrijke les van Blanchard in de verf zet: een goede leidinggevende kan zijn leiderschapsstijl variëren afhankelijk van wie voor hem staat. Dat lijkt schizofreen (aan de ene leg je targets op voor de training en de andere laat je vrij trainen), maar voor Blanchard gaat leiderschap niet over wat je als leidinggevende wil geven, maar wat de ondergeschikte moet ontvangen. De Bruyne motiveren om serieus en gefocust te werken is vast overbodig leiderschap en contraproductief, maar mogelijk essentieel voor anderen. En dat terwijl hij misschien wel nog kan leren over hoe hij nog beter samenspeelt met nieuwkomers in het team, wat dan misschien weer minder nodig is voor spelers die elkaar wel al kennen. Het succes van leidinggeven wordt daarom niet alleen bepaald door wat je bewust doet, maar ook door wat je bewust niet doet om tot hoge competentie én hoge commitment te geraken.
Laten we deze week dus maar gebruiken om eens na te denken over hoe divergerend wij zijn in onze leiderschapsstijlen en of we eerder focussen op commitment of competentie. Mocht u de wedstrijd van de Rode Duivels vanuit die optiek bekijken, stem dan wel even af met jouw werkgever of je het ook als werkuren mag inbrengen en dinsdag later op het werk mag verschijnen.
Ralf Caers
===
In zijn wekelijkse rubriek ‘Chili con Caers’ geeft Ralf Caers smaak aan de HR-actualiteit en roept hij op tot kritische reflectie





