De gender burnout gap: ligt het probleem bij vrouwen of bij hoe we jobs ontwerpen?

Rond Internationale Vrouwendag verschijnen opnieuw cijfers die aantonen dat vrouwen vaker kampen met burn-out en werkgerelateerde stress dan mannen. Het dominante verhaal verwijst vaak naar culturele verklaringen: de bekende ‘dubbele shift’ van betaald werk en zorgtaken, perfectionisme of maatschappelijke verwachtingen. Maar volgens Laura Nurski, onderzoeker bij CEPS (Centre for European Policy Studies), kijken we mogelijk naar de verkeerde oorzaak. In haar artikel ‘Built for burnout – how job design fails women‘, gepubliceerd op de website van CEPS naar aanleiding van Internationale Vrouwendag, stelt ze dat de zogenaamde gender burnout gap vooral te maken heeft met hoe jobs ontworpen en verdeeld zijn.

De welzijnskloof: een kwestie van jobkwaliteit

Laura Nurski baseert zich onder meer op de eerste resultaten van de European Working Conditions Survey (EWCS) 2024, een grootschalige Europese studie naar arbeidsomstandigheden. Daaruit blijkt dat vrouwen gemiddeld een lager subjectief welzijn rapporteren dan mannen (68 tegenover 70,6) en vaker angst ervaren (26% tegenover 16%). De kloof bestaat dus wel degelijk. Maar volgens Laura wordt ze vaak verkeerd geïnterpreteerd.

In haar analyse spreekt ze expliciet over de gender burnout gap: het structurele verschil in burn-out tussen vrouwen en mannen. Dat verschil wordt vaak gezien als een individueel of cultureel probleem. Volgens Nurski ligt de verklaring echter vooral in jobkwaliteit. Onderzoek toont al decennialang dat twee jobkenmerken cruciale voorspellers zijn van burn-out: hoge emotionele eisen en lage autonomie. Jobs waarin werknemers voortdurend emotioneel belast worden maar tegelijk weinig controle hebben over hun werk, noemt Laura ‘burnout factories.

De ‘pink-collar ghetto’

Een belangrijke verklaring ligt in de horizontale segregatie van de arbeidsmarkt. Vrouwen werken nog steeds veel vaker in zogenaamde “pink-collar jobs” – sectoren waarin emotioneel werk centraal staat. De cijfers spreken voor zich. In Europa bestaat 77,8% van de werknemers in de gezondheidszorg uit vrouwen en 72,5% van de werknemers in onderwijs uit vrouwen. In deze sectoren moeten werknemers voortdurend emoties reguleren: patiënten geruststellen, omgaan met boze cliënten, conflicten beheren of moeilijke situaties opvangen.

Volgens de EWCS-cijfers rapporteren vrouwen bijvoorbeeld vaker dat ze boze klanten of patiënten moeten omgaan (18% vs. 12% bij mannen); emotioneel verontrustende situaties ervaren (13% vs. 8%) en hun eigen emoties moeten verbergen (29% vs. 22%). Daarnaast worden vrouwen vaker geconfronteerd met negatief sociaal gedrag op het werk, zoals verbale agressie, vernederend gedrag, pesten of ongewenste seksuele aandacht.

De combinatie van hoge emotionele belasting en een moeilijke sociale werkomgeving creëert precies de omstandigheden waarin burn-out kan ontstaan.

Het glazen plafond

Naast horizontale segregatie speelt ook verticale segregatie een rol: het bekende glazen plafond. Volgens de EWCS 2024 is slechts 34% van de managers vrouw, een aandeel dat de afgelopen 25 jaar nauwelijks is toegenomen. Mannen rapporteren bovendien vaker dat hun job goede carrièremogelijkheden biedt (49% tegenover 43% bij vrouwen). Het gevolg: vrouwen blijven vaker in frontline functies met minder autonomie en beslissingsmacht. Zo zegt slechts 43% van de vrouwen controle te hebben over hun werktijden, tegenover 50% van de mannen.

Autonomie, een belangrijke buffer tegen burn-out, blijft dus ongelijk verdeeld.

Een structureel probleem

Volgens Laura leidt dit tot een duidelijke conclusie: de gender burnout gap is minder een kwestie van individuele veerkracht of culturele verwachtingen en meer een gevolg van hoe we werk organiseren en waarderen. Initiatieven die uitsluitend focussen op individuele copingstrategieën zoals mindfulness of veerkrachttraining missen daarom een belangrijk deel van het probleem. Als we burn-out echt willen aanpakken, moeten we ook kijken naar jobdesign.

Dat betekent onder meer:

  • het doorbreken van zowel horizontale als verticale segregatie,
  • meer transparantie rond doorgroeimogelijkheden en leiderschap,
  • en een herwaardering van emotioneel werk in sectoren zoals zorg en onderwijs.

Daarnaast pleit ze ervoor om systematisch jobkwaliteit te meten (bijvoorbeeld autonomie, emotionele belasting en werkdruk) zodat organisaties beter kunnen begrijpen waar burn-out ontstaat.

Internationale Vrouwendag

Het artikel van Laura Nurski maakt duidelijk dat de discussie over burn-out bij vrouwen niet alleen over gender gaat, maar over hoe onze arbeidsmarkt gestructureerd is. Internationale Vrouwendag is daarom een goed moment om niet alleen naar representatie of cijfers te kijken, maar ook naar hoe we jobs ontwerpen en voor wie. Wanneer jobkwaliteit verbetert, vermindert burn-out. En dat is niet alleen goed voor vrouwen, maar voor iedereen.

Schrijf je in op de wekelijkse HR-nieuwsbrief

Ook interessant

LEES MEER

Schrijf je in op de #ZigZagHR-Nieuwsbrief

  • Iedere dinsdagochtend om 8u00 in jouw mailbox
  • Ideeën, inspiratie, best & next practices over (de toekomst van) HR
  • Waarmee jij aan de slag kan in jouw organisatie of HR team