Aandeel flexi-uren verdrievoudigd in drie jaar, maar sectoren tonen uiteenlopende evoluties bij tijdelijke en vaste contracten
Vanaf 1 juli 2026 worden flexi-jobs in principe mogelijk in alle sectoren in België. De uitbreiding, die al langer in de pijplijn zit, komt op een moment waarop het aandeel flexibele arbeid op de arbeidsmarkt al duidelijk toeneemt. Nieuwe cijfers van Partena Professional tonen dat het aandeel flexi-uren in drie jaar tijd is verdrievoudigd tot 0,85 procent van alle gepresteerde uren in 2025. Globaal blijft het aandeel uren binnen vaste contracten relatief stabiel, maar in sectoren waar flexi-jobs zwaar doorwegen, lopen de evoluties sterk uiteen. Dat wordt zichtbaar in twee sectoren waar flexi-jobs bijzonder sterk doorwegen: de begrafenissector en het personenvervoer met autocars, waar het aandeel flexi-uren inmiddels boven de 20 procent uitkomt en de contractdynamiek sterk uiteenloopt.
Verdrievoudiging van flexi-uren voor de nieuwe uitbreiding
Het aandeel flexi-uren in de totale prestaties groeide stelselmatig: van 0,27% in 2023 naar 0,45% in 2024 en 0,85% in 2025. Meer dan een verdrievoudiging op drie jaar tijd dus. In het eerste kwartaal van 2026 blijft dat aandeel stabiel op 0,85%. En dat alles nog vóór de nieuwe uitbreiding van het flexi-statuut, ditmaal naar alle sectoren, die vanaf 1 juli van kracht wordt.
Het aandeel uren gepresteerd binnen arbeidsovereenkomsten van bepaalde duur neemt ook toe: van 4,92% in 2023 naar 6,59% in 2024 en 7,56% in 2025. In het eerste kwartaal van 2026 stijgt het aandeel verder naar 7,76%.
In dezelfde periode daalt verhoudingsgewijs het aandeel uren gepresteerd binnen arbeidsovereenkomsten van onbepaalde duur sterker: van 91,88% in 2023 naar 89,82% in 2025 en 88,45% in het eerste kwartaal van 2026, een daling van zo’n drie procentpunten over drie jaar.
De begrafenissector versus het personenvervoer: flexi-jobs gaan niet overal samen met dezelfde verschuivingen
Achter deze algemene cijfers gaan duidelijke sectorverschillen schuil. Om die dynamiek te begrijpen, is het zinvol in te zoomen op sectoren waar flexi-jobs een bijzonder groot gewicht hebben. Dat is het geval in zowel de begrafenissector als het personenvervoer met autocars. In beide sectoren is ongeveer een kwart van de arbeidstijd ingevuld via flexi-jobs: 23,24 procent in de begrafenisondernemingen (PC 320) en 22,50 procent in het autocarvervoer (PC 140.01).
Toch evolueren beide sectoren in een verschillend patroon. In de begrafenissector neemt het aandeel flexi-uren sterk toe, terwijl vooral het percentage gepresteerde uren binnen contracten van bepaalde duur daalt.
In het personenvervoer met autocars stijgen zowel het aandeel flexi-uren als het aandeel uren binnen tijdelijke contracten, terwijl het aandeel uren binnen arbeidsovereenkomsten van onbepaalde duur sterk terugloopt.

“Deze cijfers mogen niet geïnterpreteerd worden als evidentie voor verdringing. Ze gaan immers niet over het totale aantal man-uren in de sector. Door het flexibele reservoir dat men kan opendraaien, zet men mogelijk extra mensen in die men anders niet had ingezet. Op die manier kan een lager aandeel van man-uren in vaste contracten samengaat met een minstens even grote tewerkstelling in vaste contracten, uitgedrukt in mensen of uren, als er zou geweest zijn zonder de bijkomende mogelijkheden voor flexi-arbeid.”
Stijn Baert, arbeidsmarktexpert
Begrafenissector (PC 320)
In de begrafenissector wordt inmiddels bijna een kwart van de uren gepresteerd via flexi-jobs. Dat aandeel steeg van 11,38 procent in 2024 tot 20,27 procent in 2025 en 23,24 procent in het eerste kwartaal van 2026. Tegelijk daalde het aandeel uren gepresteerd binnen contracten van bepaalde duur van 27,04 procent in 2023 tot 10,14 procent in 2025 en 9,81 procent in het eerste kwartaal van 2026. Ook het aandeel uren binnen vaste contracten nam af, van 72,36 procent in 2024 tot 68,25 procent in 2025 en 65,97 procent in het eerste kwartaal van 2026. Flexi-jobs zijn er sinds 2024 mogelijk.
Personenvervoer met autocars (PC 140.01)
In het autocarvervoer steeg het aandeel flexi-uren van 14,92 procent in 2024 tot 22,51 procent in 2025 en 22,50 procent in het eerste kwartaal van 2026. Het aandeel uren binnen tijdelijke contracten nam toe van 24,18 procent in 2023 tot 40,82 procent in 2024 36,96 procent in 2025, terwijl het aandeel uren binnen vaste contracten sterk terugviel van 75,47 procent tot 40,50 procent. Sinds 2024 kunnen bedrijven in deze sector chauffeurs en garagepersoneel via flexi-jobs inzetten.
Horeca: verschillende statuten vullen elkaar aan over de seizoenen heen
In de horeca (PC 302) tekent zich een ander beeld af dan in de sectoren waar flexi-jobs sterk doorbreken. Het aandeel flexi-uren steeg van 2,34 procent in 2023 naar ongeveer 5,58 procent in het eerste kwartaal van 2026. Tegelijk daalde het aandeel uren gepresteerd via contracten van onbepaalde duur geleidelijk van ongeveer 75,20 in 2023 naar 69,69 procent in 2026, terwijl het aandeel tijdelijke contracten relatief stabiel bleef.
Studentenarbeid blijft in de horeca een belangrijke pijler, met de klassieke pieken in juli en augustus. Na de zomer neemt het aandeel uren gepresteerd via contracten van bepaalde duur toe, terwijl flexi-jobs veel gelijkmatiger over het jaar verspreid zijn. De verschillende tewerkstellingsvormen volgen dus elk een eigen ritme binnen de personeelsplanning.

“De verschillende statuten hebben elk een eigen plaats. Voor werkgevers komt het erop aan de juiste formule op het juiste moment in te zetten. Dat is ook een belangrijke les voor sectoren die binnenkort met flexi-jobs aan de slag kunnen”.
Yves Stox, Managing Consultant bij Partena Professional
Detailhandel: flexi-jobs geeft een structurele plaats
Ook in de detailhandel (PC 201) vullen verschillende tewerkstellingsvormen elkaar aan doorheen het jaar. Studentenarbeid bereikt haar hoogtepunt tijdens de zomermaanden, terwijl tijdelijke contracten vooral aan belang winnen richting de eindejaarsperiode. Flexi-jobs volgen een ander patroon: ze zijn veel gelijkmatiger over het jaar verspreid en lijken vooral een rol te spelen op momenten waarop de werkdruk tijdelijk toeneemt.
Tegelijk groeit hun belang gestaag. Het aandeel flexi-uren steeg van 1,71 procent van alle gepresteerde uren in 2023 naar 4,45 procent in 2025. Daarmee lijken flexi-jobbers een vaste plaats te verwerven naast studentenarbeid tijdens de zomervakantie en tijdelijke contracten tijdens de drukke eindejaarsmaanden.
“De kleinhandel toont dat flexi-jobs niet op zichzelf staan, maar deel uitmaken van een bredere personeelsmix. Elke tewerkstellingsvorm heeft zijn eigen rol doorheen het jaar. Voor werkgevers komt het erop aan die verschillende instrumenten gericht in te zetten wanneer de behoefte zich voordoet”, aldus Yves Stox, Managing Consultant bij Partena Professional.
Welk pad sectoren volgen, bepaalt mee de impact van 1 juli
De voorbeelden uit de verschillende sectoren tonen vooral dat er geen standaardscenario bestaat. Nieuwe sectoren starten niet van hetzelfde punt: hun personeelsmix, seizoensritme en bestaande verhouding tussen vaste arbeid, tijdelijke contracten, studentenarbeid en flexiwerk verschillen sterk. Daardoor zal ook de plaats die flexi-jobs na 1 juli innemen per sector verschillen. De cijfers uit de pionierssectoren zijn dus geen voorspelling, maar wel een waarschuwing tegen te algemene conclusies.





