Het debat over het (vervroegd) pensioen slaat alle ballen mis

De pensioenhervorming lijkt even door te slaan. Of toch minstens de communicatie errond. De onhandige verwijzing van Jan Jambon dat vrouwen zich moeten aanpassen haalde de aandacht weg van de echte problemen. Zelfs als duidelijk werd wat Jambon echt bedoelde, bleven influencers en meer traditionele media voortbouwen op mispercepties. En die moeten toch eens even van de baan.

De realiteit is dat de politici het pensioenprobleem te lang genegeerd hebben omdat het electoraal niet uitmaakte. Zolang de babyboomgeneratie in grote mate actief bleef op de arbeidsmarkt zouden verkiezingen nooit gewonnen worden door geld te sparen voor later of door stevige hervormingen in de pensioenen door te voeren. De enkele critici werden de mond gesnoerd met lege dozen, zoals het Zilverfonds. Nu de demografische piramide kantelt en het zogenaamde demografische dividend verdwijnt (waarbij de beroepsbevolking sneller groeit dan de afhankelijke bevolking), wordt duidelijk hoe een decennialange beleidsimpasse de oplossingen voor vandaag beperkt.

In het debat wordt bijvoorbeeld vaak verwezen naar het optrekken van de pensioenleeftijd. Daarbij zeggen experts nu makkelijk dat het van 66 naar 67 jaar zal gaan in 2030, alsof we vergeten horen te zijn dat het twee jaar geleden nog maar 65 was. Daarenboven vermijdt men te vermelden dat de gemiddelde effectieve pensioenleeftijd toen ook nog maar 62,5 jaar was. In 2010 was het zelfs maar 58. Men probeert nu dus 66 of 67 jaar als normaal voor te stellen, maar eigenlijk gingen heel wat mensen vroeger al veel sneller de arbeidsmarkt uit. Dat kwam onder meer door het brugpensioen, bij collectief ontslag vanaf 52 in 2012 en vanaf 55 in 2018. Het is dus best wél wat als je vraagt aan mensen die ouder zijn dan de gemiddelde effectieve pensioenleeftijd om nog langer te werken, terwijl diens jongere buren al jaren van hun (brug-)pensioen genieten.

Bovendien is de verhoging van de pensioenleeftijd niet zaligmakend op korte termijn. In 2025 gingen door de hervormingen 55.000 minder mensen met pensioen dan een jaar eerder, waardoor 632 miljoen euro uitgespaard kon worden. Dat bedrag lijkt misschien substantieel maar verbleekt alsnog bij de 2.6 miljoen gepensioneerden en de 66 miljard die aan wettelijke pensioenen wordt besteed. Zelfs met een extra werkjaar tot 67 zal het dus meerdere decennia duren en een flink strenger re-activatie- en anti-exitbeleid vragen om het sociaal bestel op die manier te vrijwaren.

Een ander element in de discussie is die over de schuld. Mensen die deeltijds of tijdelijk niet werkten, werpen vandaag op dat ze hun carrière op foute voorwendselen hebben gebaseerd en andere beslissingen hadden genomen als ze hadden geweten hoe de pensioenregels er vandaag zouden uitzien. Die schuldontwijking is gedeeltelijk terecht. Als de spelregels veranderen, zijn eerdere keuzes inderdaad mogelijk onverstandig geweest.

Tegelijk moeten we onthouden dat er geen schuld nodig is om verantwoordelijkheid te nemen. Het mag overduidelijk de schuld zijn van opeenvolgende generaties politici, maar de situatie is wel wat ze is. Er is geen spaarpot die kan worden ingezet om alle extra pensioenen te betalen. Als oudere werknemers argumenteren dat ze hun pensioen dubbel en dik verdiend hebben, begrijpen zij het solidariteitsprincipe dus verkeerd. Zij hebben betaald voor anderen en moeten nu hopen dat jongeren voor hen willen betalen. Die jongeren worden er niet gemotiveerder op als die oudere werknemers blijven hameren op vervroegd pensioen of ambiëren om hun pensioen in het buitenland op te souperen en enkel terug zullen keren wanneer ze medische zorgen nodig hebben. In dat laatste geval vraag je dus eigenlijk aan mensen om hard te werken voor jouw pensioen en medische dekking, terwijl je dat pensioen niet in hun winkel maar in winkels in andere landen besteedt. Het besef moet nog inzinken dat solidariteit van twee kanten zal moeten komen om ons economisch bestel recht te houden, ook als die solidariteit niet door wetgeving af te dwingen is.

Het laatste argument dat veel animo uitlokt, is de periode die aan zorg voor de kinderen werd besteed. In een moderne samenleving hoor je arbeidsduurreductie door medische kinderzorg en zwangerschapsrust te dekken. Ook ouderschapsverlof in de eerste drie kinderjaren is wenselijk, zeker met een geschiedenis van ontoereikende kinderopvang. Maar de overheid moet dringend aan de slag om het pensioenlek en de carrièreval door ouderschapsverlof te dichten. In 2024 werd tweederde van de ouderschapsverloven opgenomen door een vrouw en werd de helft opgenomen voor een dag per week. Dat past uiteraard naadloos bij hoe we ons onderwijs inrichten, met kortere schooldagen dan werkdagen en een vrije woensdagnamiddag. Wie niet kan terugvallen op een sociaal netwerk, moet dus de arbeid reduceren en dat gebeurt in ruime meerderheid door vrouwen. Zelfs wanneer je dat ouderschapsverlof gelijkstelt met gewerkte tijd in de pensioenberekening, blijft het effect op de carrière overeind en bijgevolg op het pensioenbedrag. Dat compenseren kan anders enkel door het nemen van vooralsnog onpopulaire maatregelen zoals een koppeling van ouderschapsverlof tussen partners (een ouder kan dan pas ouderschapsverlof opnemen als de andere ouder evenveel opneemt) om het carrière-effect te vermijden of door een uniform pensioenbedrag in te voeren (een pensioenbedrag wordt dan bepaalt door gewerkte en gelijkgestelde dagen en niet langer door loon).

Ik hoor vandaag vaak dat deze pensioendiscussie boven de hoofden van organisaties en hr-departementen wordt gevoerd. Maar dat is niet zo. Het is aan ons om politieke druk te zetten op beleidsmaatregelen die de werkbaarheid van het werk belemmeren. Het is ook aan ons om ervoor te zorgen dat werk voldoende flexibel blijft om te combineren met de actuele opvattingen over werkgezinsbalans en dat het werk voldoende inspirerend is om geen vervroegd pensioen te willen. Daarbij mogen we blijven reflecteren over de theorie van de blue zones (vijf regio’s waar mensen oud zouden worden door een levensstijl die gebaseerd is op beweging, gezond eten, zingeving en sterke sociale banden) en de Ikigai. Bij dat laatste doe je een job met passie, waar je goed in bent, die de wereld nodig heeft en waarvoor je betaald wordt. Alsof het dus een nuttige, betaalde hobby is. En waarom zou je daarmee willen stoppen?

Dus, vervroegd op pensioen? That’s not the question. Laten we het pensioendebat kaderen zoals het is. De tijd die we hadden om de crisis te voorkomen is verkwist, oudere werknemers zijn minder schuldig dan de politici die zij verkozen, solidariteit wordt nodig in twee richtingen en we moeten snel schakelen om te vermijden dat kinderzorg nog langer in de pensioenen snijdt, voor welk gender dan ook.

Ralf Caers

===

In zijn wekelijkse rubriek ‘Chili con Caers’ geeft Ralf Caers smaak aan de HR-actualiteit en roept hij op tot kritische reflectie

Schrijf je in op de wekelijkse HR-nieuwsbrief

Ook interessant

LEES MEER

Schrijf je in op de #ZigZagHR-Nieuwsbrief

  • Iedere dinsdagochtend om 8u00 in jouw mailbox
  • Ideeën, inspiratie, best & next practices over (de toekomst van) HR
  • Waarmee jij aan de slag kan in jouw organisatie of HR team